Zaterdagavond. De nacht van de Utrechtse Geschiedenis. De app geeft veel keuze, heel veel keuze. Voor ieder wat wils, blijkt wel. Thema: lichaam en geest.
Bij Museum De Speelklok halen we onze polsbandjes op en dan besluiten we de Domkerk te bezoeken. In de dagkapel gaan we zitten. We gaan in gesprek met en oud-docente Nederlands over poëzie en ze leest ons twee gedichten voor.
Verder door de prachtige kerk waar overal lichtsculpturen staan en hangen, gemaakt door groepen Utrechters. Op 11 november zullen ze onderdeel zijn van de Sint Maarten Parade.
In het Noordertransept gaat een minicollege van start over relieken. Het sluit mooi aan bij de verhalen die ik gisteren mocht beluisteren. Voor de middeleeuwer en ook generaties gelovigen na hen waren relieken een verbinding met het hoge, het heilige, met God. En men verzamelde ze gretig, hoewel er uiteraard misbruik van goedgelovigen werd gemaakt. Grafschenners verkochten delen van opgegraven doden als echte relieken. Maar het maakte voor de geloofsbeleving niet zo heel veel uit. Gevoel ging boven verstand.
Lodewijk IX van Frankrijk, de latere Lodewijk de Heilige, bemachtigde een stuk van de doornenkroon en liet daarvoor de schitterende Sainte-Chapelle bouwen, die trouwens nog op mijn verlanglijstje staat.
In Utrecht werd een groen granieten strijdbijl van ca 1000 vChr gekerstend door ‘m van een houten en zilveren gevest te voorzien en aan de Heilige Maarten toe te wijden.
Bij Loof pauzeren we even en besluiten we waar we heen willen. Dat wordt eerst Instituto Cervantes aan het Domplein, waar een lezing wordt gehouden over kunstenaar Fernando Sánchez Castillo, die spraakmakende kunst maakt met een ‘fysieke ervarin en mentale reflectie ‘. En inderdaad, we begrijpen wat hij voor kunst en vooral waarom. En het blijkt dat zijn in het Utrechtse gewoon in het openbaar te vinden is
Gauw naar de overkant, naar het Academiegebouw, naar de Aula. Voorheen was dit de kapittelzaal van de kanunniken van de naastgelegen Domkerk en in 1579 werd hier de Unie van Utrecht getekend. Sinds eind 19e eeuw is het onderdeel van het Academiegebouw met historiserende wandtapijten uit de jaren 1930.
Maar wij komen voor Suzanna Jansen. Zij bracht enige tijd geleden haar boek De Omwenteling uit, over de huisvrouw in de jaren ’50 en ’60, met haar eigen moeder als aanknopingspunt. Na de verschijning kreeg ze talloze mails van vrouwen uit het hele land, die verhaal herkenden als dat van hun moeder. Die net als de moeder van Suzanna in een rust- of herstellingsoord hadden verbleven. Het kwam op de stapel: ‘hier moet ik nog ’s iets mee’ en toen kwam het verzoek om het essay voor de Maand van de Geschiedenis te schrijven. Thema: lichaam en geest. Perfect!
Ze schreef Project: Rust, om daarmee aan te geven dat dit boekje slechts een begin is.
Op naar de laatste lezing. Over verbeterhuizen in Utrecht. Het is een verdieping hoger, in de Senaatszaal. We zijn de laatsten die naar binnen mogen. Vol is vol. Pfew!
Verbeterhuizen, klinkt mooi, maar eigenlijk waren het particuliere gevangenissen. Als familie kon je er een lastig of mentaal beschadigd familielid in laten opsluiten. De vroedschap tekende een briefje op basis van wat de familie vertelde en soms werd een bevriende magistraat in de arm genomen. Dit fenomeen ontstond in de 17e eeuw en heeft het volgehouden tot in de 19e eeuw.
Bewoners hadden een eigen kamer, er werd voor hun eten en drinken gezorgd, ze mochten brieven schrijven en ontvangen, ze mochten in de tuin rondlopen. Maar therapie? Behandeling? Vergeet het! En officieel moest elk jaar verlenging worden geregeld via de vroedschap, maar Fredrick Willem d’Orville bijvoorbeeld werd gewoon vergeten. Hij zat 56 jaar vast.
De erfgenaam van kastel Hackfort, de gestoorde heer van Scherpenzeel werd na een turbulente jeugd en een mislukte carrière in het leger in Utrecht opgesloten. Wel bestelde hij elk jaar een aantal pruiken bij de pruikenmaker.
Het waren andere tijden, zeg maar.
We lopen nog een ronde door de Domkerk, waar Blaudzun zingt in de volle en donkere kerk. En dan is het tijd om naar huis te gaan
