Het is iets over half negen als ik bij het Catharijne Convent aankom. De deur is nog dicht, maar ik ben niet alleen. Ca 100 mensen zullen zich hier verzamelen de de Holland-Utrecht dag, georganiseerd door de vereniging Ontstaan van Holland. Nog nooit van gehoord, maar ik ben benieuwd naar de lezingen van deze dag.

En als ik zeg lezingen, bedoel ik ook lezingen. Lang en kort, samen zijn het er 12! Plus een flitspresentatie, een gewone presentatie en een dankwoord van de ontvanger van de scriptieprijs.
Het slotwoord met conclusie komt te vervallen en ik vind dat niet erg, want het is wel heel veel informatie die vandaag op ons wordt afgevuurd. Van een paar lezingen vertel ik wat bijzonderheden. Een overzicht van alle lezingen staat helemaal onderaan in de blog.

Relieken
De eerste spreker heeft het altaar van de Oud-Katholieke Sint-Gertrudiskathedraal mogen onderzoeken. In een altaar worden de relieken van de kerk bewaard, niet alleen, maar ook in alle andere katholieke kerk. De Gertrudis heeft veel van de Utrechtse relieken die via allerlei wegen na de Reformatie verspreid geraakt zijn, in haar bezit. Hoe ze daar terechtgekomen zijn, is soms naspeurbaar, soms ook niet. Het zijn nu onooglijke restantjes, want de mogelijk kostbare reliekschrijn (in welke vorm dan ook) is in de loop der tijd verdwenen. Verkocht, gestolen, omgesmolten. Wie zal het zeggen.

Ringwalburg?
De stadsarcheoloog van Alkmaar woont in Egmond-Binnen en heeft in haar eigen dorp onderzoek uitgevoerd naar de plaats waar het klooster Egmond stond en staat. Hierbij zijn diverse onderzoeksmethoden gebruikt en het resultaat is een beeld waaruit voorzichtig geconcludeerd zou kunnen worden dat de adbij binnen een ringwalburg werd gesticht. De stichting gebeurde in de eerste helft van de 10e eeuw.

Gravinnen op munten
Onooglijk moeten de muntjes in het echt zijn, niet groter dan een dubbeltje, verweerd na al die eeuwen. Onderzoek naar de afbeelding was dan ook moeilijk, maar toch meent de spreker dat op een muntje uit de 11e eeuw gravin Othelhilde en haar zoon Floris II staan afgebeeld.
Othelhilde was de weduwe van Dirk V, de Friese graaf die het bewind voerde over wat later het graafschap Holland zou gaan heten. Hij was in 1091 gestorven en zijn zoon Floris was nog maar 13 jaar. Othelhilde nam als regent waar voor hem.
Er zijn nog twee van dergelijke dubbelportretjes bekend en hier komt ook de eerste vermelding van het woordje graaf vandaan. Als greve.
Er is nog een muntje met een vrouwenportet gevonden en dat stelt waarschijnlijk Geertuid van Lotharingen voor, halfzuster van keizer Lotharius III. Zij huwde met graaf Floris III van Holland en nam toen waarschijnlijk de naam Petronilla aan. Ook zij voerde het regentschap voor haar minderjarige zoon, Dirk VI, zelfs na zijn meerderjarigheid en begunstigde daarna haar meer capabele zoon Floris de Zwarte.

Hoeveel gravinnen ken je?
Nou, dat zijn er meer dan ik dacht, maar als je even logisch nadenkt klopt dat ook wel. Iedere graaf die huwde had een gravin. Maar vaak denken we alleen maar aan Jacoba van Beieren (wiens sterfdag het vandaag is), Ada van Holland en Margaretha van Henegouwen. Misschien nog Maria van Bourgondië?
Onderzoeker Brandsma laat een lijst met 30 vrouwen zien, waarvan en 22 van buiten de Nederlanden kwamen.
In Henegouwen werd in 1200 in het feodaal charter vastgelegd dat een vrouw haar vader kan opvolgt. Dus opvolging door vrouwen was niet ongewoon.
Daarnaast waren de huwelijken voor de mannen een belangrijke stap omhoog in de wereld. Floris V verlooft zijn dochter Margaretha met de Engelse prins Alfons, zoon van Eduard I van Engeland en Eleonora van Castilië. Willem VI huwelijkt zijn dochter Jacoba uit aan de Franse prins Jan van Tourraine.
De gravinnen bleven na hun huwelijk hun naam behouden en daarmee ook de band met hun familie. Ze waren belangrijk voor de dynastie en hadden veel taken die wij soms niet meteen zien. Zo gaven ze religieuze schenkingen, stichtten ze kloosters, hadden ze eigen bezittingen, waren ze aanwezig bij onderhandelingen, bemiddelingen en bezegeling van oorkondes.

Vader en zoon
Op het scherm verschijnen foto’s van Bush sr en Bush hr. De dode vader en de boze buurman had Ronald de Graaf gezegd, maar helemaal snappen we het nog niet. Hij wijst aan. Dit is Willem II en dit is Floris V.
Willem II wilde West-Friesland veroveren. Hiertoe was Kennemerland uitermate goed opgezet als een bruggenhoofd, maar de grafelijke legers iepen zich telkens vast in het water. Niet alleen bij Willem maar ook zijn voorouders. Willem kwam om.
Floris wil, net als z’n vader, West-Friesland innemen, maar hij pakt het anders aan. Hij gaat over water, maar daarvoor moet hij op de kusten van de waterwegen ook beveiligen en dus de boze buurman te vriend houden. En het lukt hem. Hij maakt het werk van zijn vader af.

En dan nog bisschop Adelbold
Niet alleen correspondeerde hij over wiskundige vraagstukken, hij was ook goed in het verzinnen van verhalen. Hij liet de Passion Friderici schrijven (of schreef deze zelf onder een pseudoniem), over bisschop Frederik waarvan de inhoud verzonnen was, maar waarmee deze wel heilig werd verklaard
En helemaal bont maakte Adelbold het, door een Friese dronkenlap te laten opgraven. Deze edelman zou, met een flink stuk in zijn kraag, het Christendom hebben bespot. Als hij kort daarna sterft, wordt hij toch in gewijde grond begraven. Adelbold laat hem opgraven, met zijn voeten aan een paard binnen en zo door de omgeving slepen. Tja ..

Een overzicht van alle lezingen:

  • Geloven in Holland door Anique de Kruijf van het Museum Catharijneconvent. Geloof is iets ongrijpbaars, dat weliswaar gesterkt wordt door tastbare zaken als schilderijen of beelden én door voorbeeldige personen als zaligen en heiligen. Relieken zijn tastbare overblijfselen van heiligen en ze waren cruciaal voor de geloofsbeleving in de middeleeuwen.
  • Een ringwalburg onder de Edmondse abij? Nancy de Jong-Lambrechts, stadsarcheoloog Alkmaar, geeft een flitspresentatie over de ontdekking.
  • Utrecht en Holland: vijf eeuwen strijd door Kaj van Vliet, Het Utrechts Archief. De relatie tussen de bisschoppen van Utrecht en de graven van Holland kenmerkt zich door telkens oplaaiende strijd. Gaandeweg zien de graven kans hun greep op het bisdom steeds verder te vergroten. Het dieptepunt voor Utrecht komt in 1345 als de bisschopsstad zich na een maandenlange belegering moet overgeven aan de graaf. Maar uiteindelijk weet de bisschop ook die crisis te overleven.
  • Een moeizame geschiedenis? door Marco Mostert, emeritus hoogleraar Universiteit Utrecht. Relaties tussen het klooster Egmond, de graaf van Holland, en de bisschop van Utrecht in de vroege middeleeuwen.
  • Hollandse gravinnen op munten uit de elfde en twaalfde eeuw door Anthon Cruysheet, onderzoeker en programmaleider PAN. Door enkele recente muntontdekkingen lijkt het er sterk op dat gravinnen zich op munten van het graafschap Holland lieten afbeelden. Dit is niet alleen uniek voor middeleeuws Nederland, maar werpt ook een nieuw licht op de rol van vrouwen in het graafschap Holland.
  • Gravinnen in Holland (95-1550) door Margreet Brandsma, Universiteit Amsterdam. Ondanks de toegenomen aandacht voor de rol van vrouwen in de geschiedenis, is de door Cordfunke 40 jaar geleden geformuleerde vraag hoe de positie van de gravinnen van Holland zich in de loop der eeuwen heeft ontwikkeld nog niet structureel beantwoord.
  • Het Hollands-Utrechts groene lanschap – Erfgoed vanaf de Middeleeuwen door Bert Maes, ecologisch adviesbureau. Vanaf de laatste IJstijd hebben mensen altijd een veelzijdig gebruik gemaakt van bomen, het hout, vrucht, bloem, blad en vezel. Er was veel kennis, maar het was ook overleven. Archeologen vinden voorwerpen in de bodem die de geschiedenis er van vertellen. Ook de huidige oudste restanten van ons landschap van bomen, bossen en houtwallen bieden een kijkje in een vergeten historie die we nu ook nog goed kunnen benutten.
  • Ontstaan en ruimtelijke ontwikkeling van de stad Utrecht tot 1300 door Marcel IJsselstijn, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Utrecht is een van de oudste steden van ons land. De landschappelijke en stedenbouwkundige ontwikkeling van de stad gedurende de middeleeuwen is in recent promotieonderzoek op een vernieuwende manier in kaart gebracht.
  • Van crypte naar cloud: een digitaal onderzoek naar de grafkelder van Van Bevelandt door Annemijn van den Ende, onderzoek. Onder de vloer van de Utrechtse Janskerk bevindt zich de 16e eeuwse grafkelder van kanunnik Adriaen van Bevelandt en zijn zuster Alijt, met een bijzondere maar grotendeels aan het zicht onttrokken muurschildering. Kunsthistorisch en archiefonderzoek wordt gecombineerd met infraroodfotografie en 3D-documetatie om nieuwe sporen in de schildering zichtbaar en digitaal toegankelijk te maken.
  • Oorlogen tussen Utrecht en Holland door Ronald de Graaf, onderzoeker en docent. De jaren 1272-1282 onder FLoris V, bezien door een militaire bril. Centrale vraag: wat hebben een dode vader en een boze buurman van doen met geopolitiek en militaire strategie.
  • De Utrechtse Stadsverdediging door Herre Wynia, stadsarcheoloog van Utrecht. Op 8 juni 1345 stond de Hollandse graaf Willem IV met 30.000 soldaten voor de stadsmuur van Utrecht. Ondanks de inzet van slingerblijden, stormrammen en één ribaude lukte het niet de stad in te nemen. Aan de hand van archeologische vondsten, historische bronnen en de nieuwste 3D reconstructies laat hij de ontwikkeling van de Utrechtse stadsverdediging vanaf de Romeinse tijd tot aan 1345 zien.
  • Bisschold Adelbold van Utrecht. Wetenschapper, politicus, leugenaar door Kees Nieuwenhuijsen, onderzoeker en schrijver. Duizend jaar terug overleed bisschop Adelbold van Utrecht. Hij maakte naam als verliezer van de Slag bij Vlaardingen (1018), maar ook als wiskundige, biograaf en rechtsgeleerde. Adelbold bemoeide zich actief met de internationale politiek, en ging daarbij wel eens creatief om met de feiten.
muntje met het dubbelportret

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.