Slap van de lach zitten we op de mooie stoelen in de vroedschaskamer. We doen een rondje stoelgymnastiek met een boerenzakdoek en wat we ook verwacht hadden, dat niet!
Vanuit mijn dinsdagse werkplek in Gouda was ik naar Woerden gereisd. Op een terras in het centrum verpoos ik tot het zeven uur is. Dan naar het Stadsmuseum Woerden, in het schitterende oude stadhuisje. In het museum loopt momenteel een tentoonstelling over zakdoeken, in allerlei gedaanten.
Sara Kalis is helemaal uit Den Helder afgereisd om ons de wondere wereld van de boerenzakdoek te tonen. Een grote koffer dient als een soort hoorn des overvloeds. Maar liefst 100 zakdoeken komen er één voor één uit.
Een boerenzakdoek. Die roept bij mij herinneringen op aan mijn vader. Elke dag, behalve als hij een kostuum droeg, had hij zo’n zakdoek bij zich. Als de oude versleten waren, kocht mijn moeder een stapeltje nieuwe. Altijd in rood met witte en blauwe motieven, die soms verschilden van de oude en dan voor mij vervreemdend werkten. Een enkele keer ook een blauwe. En dat klopte dan helemaal niet, voor mijn gevoel.
In mijn kastje liggen nog een paar van deze zakdoeken, enigzins verwassen. Ernaast een stapeltje kleine zakdoekjes van mijn moeder.
Heel lang heeft de mens zijn neus niet met een zakdoek gesnoten, maar tussen duim en wijsvinger van de linkerhand.
De Romeinen gebruikten een sudarium genoemd, een zweetdoek, waarmee ze hun voorhoofd afveegden. Romeinse vrouwen gebruikten een muccorium waarmee ze hun neus snoten. Ook de oude Egyptenaren hadden zo’n doekje. In de 9e eeuw verscheen de doek ook in Japan.
Pas met de Renaissance kwam het doekje ook bij ons, maar als uiterlijk teken van rijkdom, soms rijkelijk versierd met kant en borduursel.
De doek werd soms in een zakje aan de riem meegenomen, de zakdoek, omdat kleding heel lang geen zakken had.
In de 19e eeuw begon Jan Willem Sutorius in Helmond een handdrukkerij. Zijn zoon ging een vennootschap aan met Pieter Fentener van Vlissingen en mechaniseerde het bedrijf, het latere Vlisco. Het is dan midden 19e eeuw.
De werkgelegenheid in het relatief arme Brabant was hiermee ook gebaat. Meekrap uit Zeeland werd gebruikt als verfstof. In gezinnen werd op kleine weefgetouwen de lappen katoen geweven en met perenhouten stempels handmatig de patronen op de katoenen doek gedrukt.
De doek is van witte (later soms ook ongebleekte) katoen waar het patroon in rood (van de gedroogde wortel van de mede of meekrap) en blauw (indigo van de planten wede en indigofera) op gestempeld werd.
De doeken werden ook gebruikt door de mensen die weefden en drukten en kwamen zo in gebruik onder de plattelandsbevolking, meest boeren, herders en landbouwers.
De patronen zijn gebaseerd op oude patronen uit Nederlands-Indië waarmee het bedrijf van Sutorius en Fentener van Vlissingen zaken deed. Vandaar de sterke overeenkomst met batikpatronen.
In de koffer van Sara zitten allemaal voorbeelden van zakdoeken die ze overal en nergens vandaan heeft gehaald. Gekocht, geruild, gekregen. Reclamezakdoeken, rouwzakdoeken, rode, blauwe, witte, legergroene, met Staphorster stipwerk, geruit. Ze heeft van zakdoeken een kimono gemaakt die door een toeschouwer wordt geshowd en die werkelijk prachtig is.
Nog een paar leuke feitjes: de boerenzakdoek werd ook door vissers gebruikt en zo kwam deze ook in IJsland.
En tot op de dag van vandaag is het uniform van het Regiment de Huzaren van Boreel niet compleet zónder een rode boerenzakdoek. Dit cavalerieregiment werd in 1813 opgericht en veel van de soldaten waren boerenzoons, gewend om met paarden om te gaan. Zij brachten hun boerenzakdoeken mee en die zakdoek is nu traditie.
Voor de lezing, in de pauze en achteraf loop ik door het museum, waar de zakdoek in zeven thema’s wordt belicht.
* herdenken: er hangen diverse zakdoeken die een gebeurtenis in herinnering brengen.
* een dierbaar bezit: een kast met zakdoekjes van particulieren, waaraan dierbare herinneringen verbonden zijn.
* religie en rituelen: in sommige tradities is een speciale rol weggelegd voor de zakdoek.
* kunst en de zakdoek: overal zijn kunstwerken te zien waarin de zakdoek op één op andere manier centraal staat.
* als accessoire: een kanten zakdoekje was een modeartikel.
* als communicatiemiddel: in vroeger tijden kon je met de kleur van je zakdoek uitdragen dat je in de rouw was.
* om te poetsen: en wie heeft dat niet gedaan? Niet alleen je neus snuiten, maar ook je bril poetsen.




