Deze week ging ik niet alleen naar zeven lezingen, maar ook nog naar de drie concerten van het Internationaal Orgelfestival. Decor: de Grote of Sint-Jacobskerk Den Haag.

Hoofd
Op donderdagavond arriveer ik rond zeven uur bij de Grote Kerk. Ik heb nog een uur en besluit bij ’t Goude Hooft te gaat eten. Het gebouw doet zowel oud als nieuw tegelijk aan en dat is eigenlijk heel logisch. Het is in 1938 herbouwd in de stijl van de oude taveerne uit 1660, maar dan iets groter.
Op deze pek zit al sinds 1423 een herberg (“In tgulde hoift”), maar van die herberg is niets meer over. In 1660 en in 1886 werd de herberg herbouwd. Er was ooit een ondergrondse gang naar de Gevangenpoort hier niet ver vandaag voor als er daar teveel gevangenen waren.

Hoewel de Waag (Doesburg) volgens het Guinness Book of Records de oudste nog functionerende horecagelegenheid van Nederland zou zijn, is de vermelding in 1423 van ’t Goude Hooft toch vroeger dan de bouw van de Doesburgse Waag in 1478. Tja, daar valt tegen in te brengen, dat de Waag toch nog in het originele pand zit en ’t Goude Hooft nu eenmaal niet.

Maakt niet uit, het eten smaakt goed en even later sta ik in de kerk.

De kerk behoort tot de oudste gebouwen van Den Haag en stamt uit de 14e eeuw. In 1456 kwamen hier de Ridders van het Gulden Vlies bijeen onder voorzitterschap van Filips de Goede, vandaar de wapenborden die trouwens 16e eeuwse kopiën zijn, gemaakt na de brand van 1539.

Het Metzler-orgel uit 1971 en heeft deze zomer een grote schoonmaakbeurt gehad en ik kan drie dagen genieten van het prachtige geluid.
Vanavon Jean-Baptiste Monnot, titularis van de Saint-Ouen in Rouen. Hij presenteert een monumentaal programma, met de Fantasie in f van Mozart, twee delen uit ‘Musikalisches Opfer’ van Bach en de fantasie en fuga over BACH van Liszt.

Op het grote scherm volg ik de verrichtingen van Monnot. Zijn voeten vliegen over het pedaal, zijn vingers op de klavieren zijn soms maar nauwelijks te volgen. Bij hem is het onmogelijk om in slaap te vallen tijdens Bach. Hij speelt dit echt in een ander tempo. En dat stuk van Liszt? Het is alsof ik het voor de eerste keer hoor.

Schavot
Het is vrijdagavond. Opnieuw wandel ik door Den Haag. Langs de Hofvijver dit keer. Eerst langs Jantje, je weet wel van In Den Haag daar woont een graaf. Dan langs Johan van Oldenbarnevelt en dan sta ik aan de voet van Johan de Witt op de Plaats. Het is ook de plaats waar De Witt werd gelyncht, vlak naast de Gevangenpoort. Oldebarnevelt werd in het Binnenhof gevangen gehouden en daar ook onthoofd.
Niet een vrolijk begin, maar ik eet even wat kleins aan de voet van Johan de Witt en vertrek dan naar de kerk voor concert nummer twee.

Weer dwaal ik door de kerk voorafgaand aan het concert. Helemaal achterin in de wand is een grote grafplaat geplaatst. Helemaal gaaf. Het is de plaat voor ridder Gerard van Randerode van de Aa, overleden in 1600. Hij ligt in zijn harnas op een soort bank, heel ongemakkelijk eigenlijk. In de Franse tijd (1795-1813) werden van veel adellijke grafstenen de wapens weggehakt. De familie van Gerard voorkwam dat door de steen te laten omdraaien. Trouwens, Gerard was één van de ondertekenaars van het Smeekschrift der Edelen in 1566.

Vanavond neemt Laurens de Man de honneurs waar op het orgel. Hij heeft een uitdagend programma in elkaar gezet met eenmaal Bach en verder 20ste eeuwse muziek.
De Suite francaise van Poulenc (gebaseerd op muziek van Claude Gervaise uit de 16e eeuw) is heerlijke Renaissance-dansmuziek. Dan de triosonate nr 2 van Bach. Weer Poulenc, de trois mouvements perpétuels. Dan de derde orgelsonate van Distler. Uit zijn muziek kun je al opmaken dat hij een moeilijk leven heeft gehad alvorens hij in 1942 zelfmoord pleegde.
Het laatste stuk betreft varaties over All my founts shall be with you, de Deense versie van psalm 87 van Naji Hakim. Ik ken het totaal niet en ben overdonderd. Wat een muziek!

Vader
Vanavond ga ik even echt uit eten. Ik reserveer alvast een tafeltje en met de tram arriveer ik dicht bij de Grote Kerk. Ik ga eten bij Zebedeüs, het restaurant dat tegen de kerk aangebouwd is. Hier hebben ooit oudere huisjes gestaan, die zijn afgebroken. De naam is een knipoog naar de kerk die naar Jacobus heet, één van de zonen van Zebedeüs volgens de Bijbel.
Op het terras geniet ik van een heerlijke maaltijd, terwijl de trams bellend voorbij knarsen.

Om iets over achter achten stap ik de kerk weer binnen. Concert nummer drie zal worden verzorgd door de nestor van dit festival, Ben van Oosten, de vaste organist van deze kerk.
Hij begint met ‘La Béatitude’ (Zaligsprekingen) van Piroye, dan een Trio van Lasceux. Vervolgens transctiptie van een concerto van Bach. Klap op de vuurpijl de tweede orgelsymphonie van Widor. Ik had dit nog nooit live gehoord en geniet met volle teugen. Wat is dit mooi.

Ik meen bij het Scherzo een kinderliedje te horen. En als ik het later op internet opzoek, klopt dat. Het ritme en de melodie van het Scherzo lijken sterk op ‘If you go down in the woods today’ van Walton uit 1907 ofwel the Teddy Bear’s Picnic. De kans is groot dat Walton Widor’s muziek uit 1872 heeft gehoord. Grappig, zoiets.

de Grote of Sint-Jacobskerk met het orgel
het interieur met de klok mee vanaf linksboven: een tweeluik uit 1545 dat tot 2019 in handen van dezelfde familie was, wapenborden van de Ridders van het Gulden Vlies, de graafplaat van Gerard van Randerode, een paneel van de praakstoel met Mozes, de preekstoel, de cenotaaf van Jacob van Wassenaer Obdam
met de klok mee vanaf linksboven: de Gevangenpoort, ’t Goude Hooft (met een gouden hoofd), Johan van Oldebarnevelt, ’t Goude Hooft, Johan de Witt

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.