Zo heel gewoon, zo heel bijzonder!
We denken er geen moment over na als we schrijven, zoals ik nu doe. Ik weet precies welke letters ik moet schrijven om deze woorden op mijn digitale papier te krijgen. En jij als lezer weet precies wat hier staat, tenminste als je het Nederlands beheerst. Beheers je dat niet, dan weet je nog steeds elke letter te benoemen.
De spreker van vanavond, Tim Claessen, neemt ons mee naar een fictieve schoolklas, waar een fictief kind, Pietje, voor het eerst het schrift moet gaan leren.

Misschien vindt Pietje het wel een beetje moeilijk, maar als Pietje de Codex van Hammurabi (rechtsboven) zou moeten ontcijferen, zou hij nog wel even bezig zijn. Voor de shabti van Psamtek (linksonder) zou hij alle hiëroglyfen uit z’n hoofd moeten om nog maar te zwijgen over de Chinese karakters (bijna 5000!).
Maar hoe komt het dat wij in het Latijnse alfabet schrijven?
Eerst maar eens: waarom gingen mensen schrijven? Heel simpel. Voor administratieve doeleinden. Inventarissen, rekeningen, handel: het kan niet zonder cijfermatige overzichten. Voordat we cijfers gebruikten, werden eenheden door een veelheid aan tekens weergegeven. Denk maar aan de Romeinse cijfers.
Het schrift in zijn algemeenheid ontstond zo’n 3500 jaar vChr. Het hiëroglyfenschrift in Egypte en het spijkerschrift in Mesopotamië.
In het mijnbouwdorpje Serabit-al-Khadim in de Sinaï werden begin vorige eeuw inscripties gevonden in de omgeving van de oude turkoois- en kopermijnen. Maar wat stond er? Het bleek niet te ontcijferen m.b.v. hiëroglyfen of hiëratisch. En spijkerschrift was het al helemaal niet.
Zo’n dertig jaar later ging een andere onderzoeker aan de slag met acrofonie. Zeg maar een spellingsalfabet. S van Simon, P van Pieter etc. en zowaar, er ontstond een leesbare tekst. In een Semitische taal.
Logisch. In de mijnen werkten slaven en gevangenen uit de Levant (het huidige Israël, Libanon, Jordanië en Syrië) en zo nu en dan kwamen handelaren uit dat gebied ook hier langs.
Deze taal werd Proto-Sinaïtisch genoemd en de gevonden teksten zijn vrijwel alleen votiefteksten. Een later ontstane verwante taal was het Proto-Sinaïtische Kanaänitisch.
Lijken de letters op ons alfabet? Nee, nog niet. Maar duidelijk was wel dat er 22 tekens telkens terugkeerden. Daarmee kon gecommuniceerd worden.
De Feniciërs, ook uit de Levant, waren zeevaarders en handelaren bij uitstek. Zij standaardiseerden de schrijfwijze (rechts naar links), de leesrichting en de vorm, maar maakten geen gebruik van klinkers.

Wel zorgden zijn voor een enorme verspreiding van hun taal langs de kust van de Middellandse Zee. Overal waar ze handel dreven, kwam hun taal mee. En hun schrijfwijze.
Al die contacten maakten wel duidelijk dat er wel klinkers nodig waren. Daarvoor werden medeklinkers ingezet, een drietal, die de klank moesten aangeven waar onduidelijkheid kon ontstaan. Matres Lectiones noemen we die nu. Leesmoeders.
Varianten van dit Fenicische alfabet werden in een groot gebied overgenomen tot in Mongolië aan toe (dat nu het Cyrillisch gebruikt).
Dan komen de Grieken in beeld. Voor het eerst wordt het alfabet gebruikt om Indo-Europese Europese talen te schrijven, niet alleen maar de Semitische.
Wel moet er een adaptie plaatsvinden om Grieks te kunnen schrijven. En dan ontstaan de medeklinkers. De schrijfrichting en dus ook de leesrichting wordt links naar rechts.
Via de Etrusken nemen de Romeinen het alfabet over met nog wat aanpassingen. De schrijfwijze van sommige letters verandert, de P wordt bijv gedraaid, en later worden letters toegevoegd. Denk aan de J, V, W, en daarmee schrijven we tot op de dag van vandaag. Soms met een paar letters meer of een extra tekentje hier en daar, maar altijd met dit alfabet als de basis.
Zo heel gewoon, zo heel bijzonder.
Na deze reis langs de Middellandse Zee, reis ik door naar Den Haag.

