We hebben het allemaal wel eens gedaan, denk ik. Berichtjes versturen die voor anderen lastig te ontcijferen zijn. Ik herinner me een kinder-doeboek met een tip voor onzichtbare inkt ofwel citroensap. Goed om te weten dat we niet de eersten zijn.
Al in de 4e eeuw schreef ene Aeneas een boek over oorlogsvoering in brede zin met daarin uitgebreid aandacht voor militair geheimschrift. Hij krijgt in de Renaissance de bijnaam Tacticus om hem te onderscheiden van andere personen met dezelfde naam.
Over die Aeneas en het geheimschrift in zijn tijd woon ik in het RMO in Leiden een lezing bij in het kader van de Week van het Oude Schrift. Promovendus Henric Janssen neemt ons mee naar het oude Griekenland.
Aeneas schreef zijn boek in een tijd dat geletterdheid in Griekenland toenam. Dat betekende dat geschreven boodschappen gevaarlijk werden. Wat als ze werden onderschept?
Steganografie: de boodschap is verborgen, bedekt, onzichtbaar of onherkenbaar.
Cryptografie: de boodschap is als boodschap herkenbaar maar onbegrijpelijk zonder de juiste sleutels.
Beide kunnen gecombineerd worden. De boodschap is verborgen én versleuteld.
Wat heb je nodig?
* Klare tekst: de boodschap zonder versleuteling.
* Cijfertekst: de versleutelde tekst.
* Sleutel: de instructie om de tekst te versleutelen en te ontsleutelen.
Twee soorten versleuteling:
* Substituutversleuteling: je vervangt elk symbool door een ander symbool.
* Transpositieversleuteling: de symbolen worden in een andere volgorde gezet.
Aeneas geeft een paar voorbeelden, maar waarschuwt wel dat je vooraf goede afspraken moet maken zodat de boodschap ook ontcijferd kan worden.
Er is ooit een man naar Efeze gestuurd met verband om zijn been. In het verband gewikkeld zaten palmbladeren waarop een boodschap geschreven was. Steganografie, want onzichtbaar.
Ook zou je van dunne beschreven plaatjes lood oorbellen kunnen maken door ze op te rollen en zo, gedragen door vrouwen, een gebied in of uit te kunnen smokkelen. Of het ooit gebeurd is? Waarschijnlijk.
Heel ingewikkeld wordt het om een beschreven tinnen plaatje te verstoppen in de sandaal van de boodschapper. Ook dat is waarschijnlijk nooit gebeurd, maar het is een idee.
En via het hoofd! Histiaios wilde een boodschap overbrengen aan Aristagoras. Hij liet zijn slaaf/boodschapper kaalscheren, een boodschap op zijn schedel tatoeëren en als het haar was aangegroeid ging de boodschapper op weg. Hij moest aan de ontvanger berichten dat zijn hoofd moest worden geschoren. Erg omslachtig, vooral als je snel iets wilt of moet doorgeven.
Dan is er nog ‘hidden-in-plain-sight-steganografie. Je merkt op een bladzijde of in een boek bepaalde letters met een miniem stipje. De letters achter elkaar vormen de boodschap.
We maken uitstapjes naar de Aeneas-schijf, een manier om letters via gaatjes in een schijf letterlijk tot woorden te rijgen, de Astragaal, ook een manier om woorden te rijgen en een vorm van ‘geheimschrift’: stipjes voor klinkers. Wij krijgen een voorbeeld te zien en het is heel makkelijk te raden, dus erg geheim kan dit niet blijven.
Wat is er belangrijk bij het verzenden van geheime boodschappen:
* gebruik cryptografie of steganografie of nog liever een combinatie hiervan
* het beste is dat de boodschapper niet weet wat hij bezorgt
* en aandacht voor het juiste materiaal in de juiste omstandigheden.
Toch is cryptografie vrij eenvoudig.
Er zijn nog andere soorten ‘geheimschrift’. Vuurseinen, soms met een ingewikkelde verzendwijze d.m.v. een houten staafjes en een waterklok. Geluidssignalen, de scytale.
En als laatste komt de Ceasarversleuteling aan bod, een heel bekende. Door de letters te versleutelen volgens een vaste verschuiving kun je een boodschap vrij makkelijk ‘onleesbaar’ maken, maar d.m.v. frequentieanalyse kan deze ook vrji makkelijk leesbaar gemaakt worden. Je weer nu eenmaal hoevaak de letter E of A of I voorkomt in teksten uit je taal.
Toch werkten de Enigma-machines in de Tweede Wereldoorlog met deze Ceasarversleuteling, maar omdat de sleutel bij iedere letter versprong, moest je weten hoe de schijven van de machine moesten worden ingesteld. Anders bleef de boodschap onzin.
- Geheimschrift in de oudheid was makkelijk te ontcijferen
- het was vaak ingewikkeld op te stellen
- geen enkele archeologisch spoor gevondne
- dus gebeurde het wel?
- Tegen het einde van de 6e eeuw vChr. moet bijna iedereen geweten hebben dat schrijven bestond
- er bestond een grote mate van ‘halfgeletterdheid’
- en de grote vraag: wie wil je om de tuin leiden?
- Een onkraakbare code is onhaalbaar.
- het doel van het sturen van versleutelde boodschapper is vertragen en daarmee tijd winnen.
Weten we zeker dat Oud-Griekse bevelhebbers uit de tijd van Aeneas Tacticus zijn technieken gebruikten? Nee, maar het is wel zeer waarschijnlijk.
Tijd om naar huis te gaan. Morgen weer een lezing!
