Vanaf het RMO is het maar een paar honderd meter lopen naar mijn volgende lezing. In een opwelling had ik besloten me op te geven voor in elk geval de eerste lezing van een cyclus van zes over religie en conflict. Maar eerst even een pauze, bij het Pakhuis, en om iets over zeven sta ik het Lipsius-gebouw van Leiden Universiteit.

Als het half acht is zijn er meer dan 130 belangstellenden. Professor Alette Smeulers, hoogleraar aan de Universiteit van Groningen, zal het thema ‘Religie en conflict‘ breed inleiden en dat doet ze aan de hand van haar boek Soldaten van God, een vuistdikke pil.

Premisse: Iedereen is onder de ‘juiste’ omstandigheden in staat tot (gruwelijke) misdaden.

Eerst maar eens hoeveel type daders onderscheiden kunnen worden. (1) het criminele meesterbrein; (2) de carrière-misdadiger; (3) de profiteur; (4) de fanaticus; (5) de toegewijde krijger/strijder; (6) de professional; (7) de crimineel en sadist; (8) de volger; en (9) de gecompromitteerde/in het nauw gedreven dader. Er is bij deze type daders een interactie tussen situationele factoren en persoonlijke eigenschappen.
Daarnaast zijn er nog de volgende elementen te onderscheiden: geestelijke stoornissen, gehoorzaamheid, eigen belang, angst en datgene wat vanavond centraal staat: ideologie.

Eerst verschijnen foto’s van Osama bin Laden, IS, 9/11, maar de volgende serie bestaat uit Khamenei, Hegseth, Netanyahu en Trump. Terreur en internationale misdaden kunnen overal ontstaan waar sprake is als de juiste context ontstaat: politieke context, institutionele context en ideologische context. Alle drie zijn die daarbij belangrijk. Van hieruit ontstaat politieke, institutionele en ideologische druk op de daders.

Vanavond kijken we vooral naar de rol van ideologie, of dat religie of een anders systeem is.

Er is een rigide en utopische visie op de mens en de wereld. Want dat is het gekke: deze daders zijn op zoek naar een betere wereld en hebben het goede voor met de mens.

Er ontstaat een strijd tussen goed en kwaad met als doel het creëren van een betere wereld. Het doel heiligt de middelen, de massa wordt gemotiveerd, het geweld wordt gelegitimeerd en de slachtoffers worden gedemoniseerd en gedehumaniseerd. Vooral dat ontmenselijken is heel belangrijk, want dan is het minder erg dat je de ander ombrengt.

Context internationale misdrijven:

  • Politieke context: er is een strijd om macht, oorlog, chaos, revolutie of een staatsgreep, maar altijd geweld.
  • Institutionele context: de daders maken altijd onderdeel uit van een organisatie, en vrijwel altijd een militaire organisatie. Daar zijn loyaliteit en gehoorzaamheid belangrijk en word je getraind.
  • Ideologische context: hier komt de interpretatie om de hoek kijken en dan wel die van de leider en dat is de enig juiste. Daarom worden niet alleen ongelovigen maar ook mede-gelovigen omgebracht. Zij volgen namelijk niet de enig ware leer die de leider predikt.

Als je van een afstand kijkt, heb je de neiging de daders als kwaadaardig te zien. Ik zou zoiets nooit doen! Maar dat is dus niet zo.

Daders zien zichzelf als de goede mensen die vechten tegen kwaad. Ze zijn gemotiveerd want ze willen een betere wereld.

Een voorbeeld van de dehumanisering van de tegenstanders: de Huti’s tegen de Tutsi’s. De Huti’s waren in staat in hun eigen moraliteit te blijven terwijl ze ondertussen de Tutsi’s op gruwelijke wijze om brachten. Ze hadden zichzelf ervan overtuigd dat de Tutsi’s kakkerlakken waren. En wat doe je met kakkerlakken? Jawel…

Ideologie is ook belangrijk voor iemand die op politiek of financieel gewin uit is, want dat geeft je een externe reden, buiten politiek of geld om.


Je bent niet zomaar dader. Daar gaat een transformatieproces aan vooraf. Je wordt geconditioneerd. De kikker in de pan met water, zeg maar. Dit wordt het Continuum of destructivism genoemd.

Je ziet in bovenstaande afbeelding hoe dat gaat. Professor Smeulers heeft daders bevraagd op dit vraagstuk. En wat blijkt? Na de eerste misdaad is er schok, heftige emoties. Maar die worden vertroebeld door de onmogelijkheid toe te geven dat je echt fout zit. Want als jij de misdaad hebt gepleegd in opdracht van de leider of de groep en je geeft toe dat het fout is, dan zou de leider, de groep het bij het verkeerde eind hebben. En dat is niet met elkaar te verenigen.

Omdat de leider opdracht gaf, is het niet fout, ook al voelt dat wel zo. Maar de leider is goed, dus moet jouw misdaad ook wel goed zijn, toch? Dat is de cognitieve dissonantie.

En dan begin je je daad te rationaliseren, te rechtvaardigen. Je kunt allerlei redenen aanvoeren waarom het toch niet verkeerd was, juist zelfs goed.

En dan kun je het nog een keer doen. Hiermee is de psychologische transformatie tot dader compleet.

En zoals daders in de gesprekken aangaven: je voelt op een gegeven moment niets meer. Het went, hoe bizar dat ook klinkt.

We zijn blijkbaar in staat de wereld om ons heen zo te verdraaien tot iets dat ons goed uitkomt.


Wij-zij

En waarom zijn we vatbaar voor een ideologie of religie?

  • We zijn sociale wezens en we willen ergens bij horen.
  • We zoeken houvast en sturing.
  • We willen het goed doen.
  • Angst voor vrijheid.

Komt de lastigste vraag: hoe moeten we naar Israël vs Palestina kijken.

Professor Smeulers houdt ons dit plaatje voor. Zowel Israël als Palestina heeft gerechtvaardigde belangen en die zijn voor een deels hetzelfde. Ze willen beiden een betere wereld voor hun bevolking.

Hoe daarmee wordt omgegaan is van beide zijden gruwelijk.

Wat wij, van een afstand, vaak doen is het belang van de ene partij afwegen tegen de extremistische daden van de andere partij. Met als gevolg polarisatie.

Hier op deze avond gaan wij daar geen verandering of verbetering in aanbrengen, hoewel het wel veel stof tot nadenken geeft.


Ik zie dat ik misschien nog de trein van iets voor half tien kan halen. Opschieten dus!


Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.