Ik twijfel. Zal ik een IPA nemen? Als herinnering aan de eerste lezing van vanavond? Nee, toch maar een Merlot, passend bij het brood en de Franse kaasjes. Ik ben in Leiden, waar ik in het Rijksmuseum van Oudheden een lezing bijwoonde in het kader van de Week van het Oude Schrift.

Tussen taal en schrift
Dat er in de loop van de geschiedenis in de hele wereld vele soorten schrift zijn gebruikt, is algemeen bekend. In zijn lezing gaat Martin Baasten nader in op de vraag hoe die schriftsoorten functioneren: welke klanken worden opgeschreven? Hoeveel informatie over de taal zit er in verborgen? Hij kijkt naar zowel schriftsoorten als schriftsystemen: welke schriftsystemen bestaan er eigenlijk in de wereld en hoe hangen die samen met de talen waarvoor ze gebruikt worden? En wat is het verschil tussen taal en schrift? Kortom: een verkenning van de grammatologie, de systematische studie van schriftsystemen.

Dat is een hele mond vol, maar Baasten gaat ons op humoristische wijze meenemen in de wereld van het schrift. Niet die van de taal.

Taal is wat je hoort, dus hoe het klinkt. Schrift is wat je schrijft, hoe je dat schrijft en de tekens waarmee je schrijft.

Ofwel: Schrift is de weergave van taaluitingen en reproduceerbaar zonder tussenkomst van de schrijver.

👍is een pictogram. Het is niet op telkens dezelfde manier uit te spreken. OK, in orde, prima, goed gedaan zijn zomaar een paar manieren waarop het duimpje te duiden is.

Uitgang is de grafeem, de ‘kale’ letter zonder betekenis of klank. Het is er, meer ook niet.

Er zijn verschillende schriftsystemen te onderscheiden.

  • Het alfabet: de tekens betekenen op zich niets en met 22 tot 35 tekens kunnen vele talen uit de voeten. De grafemen duiden klanken, geen betekenis, voor zowel klinkers als medeklinkers. Voorbeelden: Latijn, Grieks en Cyrillisch. Per taal kunnen letters of tekens worden weggelaten of toegevoegd. Denk aan de Duitse ß of de Franse ç.
  • Abjad: de grafemen duiden medeklinkers aan en m.b.v. tekentjes worden klinkers aangegeven. Voorbeelden: Arabisch en Hebreeuws.
  • Abugida: grafemen duiden een medeklinker met één specifieke klinker aan. Wil je een andere klinker gebruiken? Dan geef je dat met een tekentje aan. Voorbeeld: het Ethiopisch.
  • Syllabenschrift: grafemen duiden lettergrepen aan. Voorbeelden: Cree en Yi.
  • Logogrammenschrift: grafemen duiden woorden aan. Voorbeeld: het Mandarijn.
  • Logo-syllabisch schrift: grafemen zin een combinatie van logogrammen en syllabetekens. Voorbeeld: het Akkadisch.
  • Logo-fonetisch schrift: grafemen zijn een combinatie van logogrammen en fonogrammen. Voorbeeld: Egyptisch.
  • Het featural system: grafemen geven de fonetische klanken weer. Alleen het Koreaans heeft dit.

Toch een slag om de arm: geen enkel schrift valt geheel in één schriftsysteem. En om dat te bewijzen komen diverse voor ons heel bekende tekens op het scherm.

§1: eigenlijk een logogram met een cijferteken. Je moet weten dat je § als paragraaf uitspreekt.

Idem 1st en 1e: je moet weten dat je dat uitspreekt als eerst en eerste terwijl die ‘r’ in het hele telwoord één niet voorkomt.

Nog een voorbeeld van hoe schrift verandert: I’ll b l8ter. C u @6 ofwel I’ll be later. See you at six. Hier lopen diverse soorten door elkaar en toch wordt het begrepen.

En dan nog de cijfers: die zijn over de hele wereld in gebruik en hebben overal hun eigen uitspraak, zonder dat de betekenis verandert. Een en one en un en ein betekenen hetzelfde.

Laatste ronde: het IPA: het International Phonetic Alphabet. M.b.v. meer dan 150 tekens kunnen woorden fonetisch worden weergegeven. Bijvoorbeeld: enerverend. Maar liefst vier keer de letter e en alle keren net iets anders uitgesproken. Met IPA kun je het verschil duidelijk maken.

Na de vragenronde stap ik op. Ik ga op zoek naar een plek voor een hapje eten. Zometeen nog een lezing

Over iets heel anders!


Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.