Als ik de bijna duizend jaar oude kerk instap, voel ik het verleden op me neerdalen. Wat helpt is de stoffige lucht van de kalk van een restauratie. Geeft meteen een ‘oud’ gevoel.
Vandaag ben ik op stap met organisten en orgelliefhebbers in het noorden van Drenthe. Nu is het een provincie, maar van 1556-1795 stond het bekend als de Landschap Drenthe. Daarvoor was het onderdeel van het gewest Oversticht. Nog eerder was Drenthe korte tijd (1024-1046) een graafschap (zonder Coevorden, maar mét de Stellingwerven en het Gorecht met de stad Groningen), en nog verder terug was het de gouw Threant. De naam Threant (ca 820) is het Germaanse telwoord ‘drie’ en dat slaat op de drie dingspelen die deze streek in die tijd kende.
Later werden de drie dingspelen opgesplitst tot zes.
Een dingspel of dingspil was een rechtsgebied van waaruit driemaal en later tweemaal per jaar vier etten per dingspil werden afgevaardigd naar de etstoel. Samen met de drost spraken zij recht over de zaken die in voorafgaande tijd waren aangedragen. Deze vorm van rechtspraak heeft tot 1791 gefunctioneerd.
Etymologie dingspil: Ding betekende in de Germaanse een volksvergadering die recht kon spraken. Leuk om te weten: de parlementen van Denemarken, IJsland en Noorwegen heten respectievelijk Folketing, Alding en Storting en de parlementsgebouwen van Groenland, Åland en de Faeröer respectievelijk Landsting, Lagting en Løgting.
Spil of spel komt van een oud woord voor verkondiging. Vergelijk met het Engelse ‘magic spell’ voor toverspreuk of gospel, de evangelieverkonding.
Een dingspel verkondigt het recht.
Etymologie etstoel: stoel komt van een Germaans woord dat staan betekende, meer bepaald een stelling of staander om iets op te zetten, vergelijk klokkenstoel en dakstoel. Het kan ook een symbolische betekenis aannemen, zoals bij etstoel, de zetel van het recht.
Het woord ‘et’ komt via via van het Gotische ‘atta’ of vader. Leuk weetje: de gevreesde Hunnenkoning Attila heette dus vadertje.
De etstoel van Drenthe kwam drie maal per jaar bijeen en was eigenlijk een heel vroege vorm van democratie. Wie mochten worden afgevaardigd naar die etstoel? “uyt ieder dinxpel vier, wesende eygenerfde in den lande van Drenthe, loofweerdige mannen, sonder onderscheyt van edel ofte onedel, en behooren te connen lesen ende schrijven ende in eygendom te hebben een vierendeel waardeels ofte tenminste sijn goet 500 carolus guldens waert te wesen”.
Tweemaal per jaar werd de etstoel in de kerk van Rolde gehouden en éénmaal in de kerk van Anloo, op Sint Magnusdag, naamgever van de kerk. Later werd dat tweemaal per jaar, in beide kerken één keer.
En daar ben ik vandaag: Rolde en Anloo, en in Gieten en Eext.
Het was vroeg opstaan. Vijf uur ging de wekker, kwart voor zes op de fiets, kwart voor zeven de trein in Geldermalsen, omdat de aansluiting vanuit Tiel te krap was. Dan de trein naar Groningen en om iets voor half tien stap ik uit om tot de ontdekking te komen dat het miezert. Nee, hè? Daar had ik echt geen zin in, maar goed, poncho om en op de fiets naar Rolde.
De kerk van Rolde ligt zo prachtig mooi aan de rand van het dorp, met vlakbij de begraafplaats, geordend rondom twee hunebedden. Het is hier een oeroud landschap.
De gotische kerk stamt uit de 15e eeuw en heeft uiteraard meerdere voorgangers gehad, de oudste houten kerk zal rond 900 gebouwd zijn. De kerk heeft geen dwarsschip maar wel een groot koor, bijna zo groot als het schip en dat heeft te maken met de etstoelzittingen. In het koor zijn in de jaren 1960 nieuwe glazen geplaatst van de hand van Joep Nicolas en zij verlenen kleur aan de kerk.
We komen uiteraard voor het orgel, dat van rond 1820 is. Herkomst? Onduidelijk. Het werd in 1847 aan de toenmalige predikant geschonken en in de kerk geplaatst. Zoals vrijwel elk orgel heeft het restauraties doorstaan, is het gedemonteerd en herplaatst, maar is vanaf 2013 zoveel mogelijk teruggebracht naar de oorspronkelijk staat.
Erwin Wiersinga zal deze dag opluisteren met orgelmuziek. Hij kiest voor Guilan (Suite du second Ton), Böhm (Partita Ach wie nichtig, ach wie flüchtig) en tweemaal Bach (Wenn wir in höchtsten Nöten sind en Komm Gott Schöpfer Heiliger Geist).
Op naar Gieten. Het is droog, de zon laat zich even zien en ik stuif de es op, langs de hunebedden. Het is hier veel vals plat en het fietsen kost veel energie. Nog even de poncho aan, want de miezer vlaagt over het land.
In Gieten heb ik ruimschoots tijd voor cappuccino met slagroomgebak bij de bakker. Heerlijk!
En dan naar de kleine kerk, een Rijksmonument, gebouwd in 1849 met een toren uit 1804. Een deel van de muren moet nog bestaan uit kloostermoppen van de middeleeuwse Mariakerk. De inventaris is heel bijzonder met een 17e eeuwse preekstoel en een groot rouwbord uit 1742 voor Nicolaas Harmen van Echten, drost van Drenthe, bewoner van havezathe Entinge in Bonnen, vlakbij Gieten. De twee kerkklokken stammen uit de 16e eeuw en zijn weggevoerd door de Duitsers en onbeschadigd teruggevonden en luiden nog elke zaterdag de zondag in.
De kerk heeft een Van Dam-orgel uit 1893 waaraan in 1975 een Trompet is toegevoegd. Deze is ontstemd, maar Wiersinga gebruikt ‘m wel.
Hij speelt een Voluntary van Stanley, twee preludia van Mendelssohn, de partita Jesu, meine Freude van Rinck om af te sluiten met het Magnificat van Matter waarin de trompet voorkomt. Gelukkig maar kort, want ontstemd? Dat is-ie.
Ik mag aansluiten bij de lunch in een eenvoudige brasserie. Een overvloedig twaalfuurtje wil er wel en dan op weg naar Eext.
De koffie staat al klaar als we aankomen. Het is een schattig (kun je dat woord gebruiken?) kerkje, uit 1841. Dit kleine plaatsje had tot die tijd geen eigen kerk. 75 gezinnen uit het dorp hadden 6000 gulden gespaard en met koninklijke toestemming kon een Waterstaatskerkje worden gebouwd. De inrichting is nog vrijwel hetzelfde met de preekstoel en de geelgehoute banken.
Een orgel? Nee, dat was er niet. Er zal gezongen zijn onder leiding van een voorzanger.
In 1911 kwam er een heus orgel. Het was een geschenk van het echtpaar Meijering-Homan dat in 1910 vijftig jaar getrouwd was. Het is een klein orgel, voor zo’n klein kerkje is ook niet meer nodig, hoewel het goed bij stem is. Er zijn maar vijf registers en Wiersinga verontschuldigt zich dat hij soms dezelfde registratie zal gebruiken. Hij speelt stukken van Ruppe, Nieland, Langlais en Fleury en ik ben verrast door dit mooie instrument.
Een goeie vier kilometer verder ligt het kleine dorpje Anloo met de grote Sint Magnuskerk. De kerk is opgetrokken in tufsteen met een bakstenen koor.
De kerk moet in de 11e eeuw gebouwd zijn en is daarmee de oudste kerk van Drenthe. Naamgever is Magnus, in de vroege 3e eeuw bisschop van Trani, die is komen samen te vallen met martelaren met dezelfde naam.
De kerk was een eigenkerk van de bisschop van Utrecht (die eigenaar was van de grond onder de kerk daarmee dus ook eigenaar van het gebouw). De bisschop sprak hier ook recht.
Later werden hier de zittingen van de Etstoel van Drenthe gehouden. En als ik de kerk binnenloop kan ik het me zo voorstellen. De tufstenen muren met heel hoog de piepkleine rondboograampjes, de grote boog met rechts een fresco. Links is dat niet te zien vanwege een restauratie.
Tuurlijk is er van alles veranderd, maar toch ademt de kerk eeuwen en eeuwen aan geschiedenis. De muren van het schip zijn verhoogd, de apsis werd vervangen door het 14e eeuwse bakstenen koor, banken werden geplaatst incl. herenbanken.
En uiteraard orgels. Inderdaad, orgels. Er staan er drie. Een kabinetorgel dat helemaal is ingepakt, in het koor een klein koororgel en aan de torenzijde het grootste van de drie.
Het koororgel heeft een bijzondere eigenaar gehad. Het is gebouwd door Van Vulpen in 1992 als cadeau voor oud-minister-president Jelle Zijlstra, bij zijn vertrek als bestuursvoorzitter van Douwe Egberts. Na zijn dood werd het geschonken aan de Stichting Muziek Anloo.
Het grote orgel is van de hand van twee meesterknechten van Arp Schnitger, Radeker en Garrels. Het werd in 1717 geschonken aan de kerk door de familie Ellents. Wiersinga had voorbereid het kabinetorgel te bespelen, en moet snel schakelen. Hij laat C.Ph.E vallen, voeg een variatie toe en vervangt Walther door Bach.
We horen een preambule van Scheidemann, dan zeven (en niet zes) variaties over Ach du feine Reiter van Scheidt, dan Bach (Meinem Jesum lass ich nicht en een prelude en fuga) en natuurlijk val ik in slaap bij de prelude.
Eenmaal wakker moet ik de strijd aanbinden met de harde wind en lichte regen. Poncho aan en daar wapper ik heen. Foei, wat een weer. Gelukkig wordt het droger en kan de poncho uit en ook heb ik zo nu en dan behoorlijk bescherming van de wind door de vele bomenrijen en stukken bos.
Ik kom precies op tijd aan in Assen. Nog 10 minuten wachten en de trein naar Utrecht rijdt voor. In Utrecht heb ik zeven minuten voor de overstap en ik ga er helemaal vanuit dat dit niet gaat lukken. Heeft de trein naar Tiel vertraging. Kijk, soms is dat dus niet erg.








