Het woord slaaf gaat waarschijnlijk terug op Oudkerkslavisch Slověninŭ, dat samenhangt met slovo (“woord, spraak”), met als oorspronkelijke betekenis “lid van de eigen taalgemeenschap”. In de 6e eeuw nam het middeleeuws Grieks dit over als sklabos (“onvrije van Slavische herkomst”), al is dat mogelijk ook afgeleid van het Griekse werkwoord skuleúein (“een verslagen vijand zijn wapenrusting afnemen, buitnemen”). In de 7e eeuw verscheen de Latijnse vorm Slavus (“iemand van Slavische afkomst”), die in de 10e eeuw overging in sclavus (“iemand die toebehoort aan een ander, lijfeigene”). Het Nederlands nam dit woord over, waarbij de beginklank skl- werd vereenvoudigd tot sl-. Bron Wikipedia
Het Nederlandse woord kraal zou van koraal afstammen. Het is een relatief recent woord. Teksten over rode koraal (crael) stammen uit de 15e eeuw. Later werd het woord kraal het algemene woord. Ook in het Duits en in het Frans zijn de moderne woorden voor kraal, Perle resp. perle, een afgeleide van een specifiek materiaal voor kralen, parels. Het Engelse woord voor kraal, bead, is afkomstig van het oude Nederlandse woord bede, gebed. Het Spaanse woord abolorio heeft een Arabische stam. Bron Wikipedia
Een paar weken geleden was ik in Museum Arnhem voor de tentoonstelling ‘Draadkracht‘. In die tentoonstelling was een slavenketen in glaskralen gehuld te zien. Die keten -hoewel niet echt- maakte diepe indruk en toen ik las dat het museum een lezing en een workshop door de kunstenares liet verzorgen, heb ik me snel ingeschreven.
Luise Kushel is geboren in Berlijn, net na de Wende, uit een Oost-Berlijnse moeder en een Mozambikaanse vader. Vreemd hoe de geopolitieke realiteit loopt. Communistisch Mozambique onderhield banden met toenmalig Oost-Duitsland en ook Oost-Berlijn. Ze was nog een kind toen haar familie naar Mozambique verhuisde, nog weer later verhuisde ze terug naar Duitsland en nu werkt ze in Maastricht als docent en kunstenaar.
Ze is opgeleid als goud- en edelsmid, maar heeft ook geleerd om glaskralen te maken. En met die glaskralen gaat ze een verbintenis aan met het verleden.
Al in de oudheid werd de kunst van glaskralen maken beoefend en via handelswegen van alle kanten kwamen die kralen ook bij de vele stammen van het Afrikaanse continent.
Toen de schepen vanuit West-Europa op weg gingen naar de Oost, op zoek naar specerijen, moest de Indische Oceaan worden overgestoken. Schipbreuk of gevechten resulteerden in het aanspoelen op de kust van o.a. Mozambique van kettingen, afkomstig van die schepen. De bevolking ging met deze en andere kralen handelsovereenkomsten aan, maar ook werden ze gebruikt in versiering en non-verbale communicatie.
Een glasindustrie was en is er niet in dit deel van het continent. Wel in Ghana en Benin en wellicht ook op andere plaatsen.
Het aangaan van koopovereenkomsten met kralen (en ook spiegeltjes) werd gebruikt door de slavenhandelaren. De kralen waren een gegeerd artikel, hadden waarde, zelfs in de 19e eeuw toen deze kraaltjes en masse industrieel werden geproduceerd in West-Europa.
De slavenhandel geven deze glaskralen daarom een vieze bijsmaak. En op dat snijpunt beweegt zich het werk van Luisa.
Met een 3d-printer print ze geprint die ze omhuld met kraalwerk in roestbruin en donkerrood -als bloederige vegen, de ketting in de tentoonstelling ‘Draadkracht’.
Tegenwoordig experimenteert ze ook met inheemse Afrikaanse motieven en ze kijkt uiteraard ook naar de Amerika’s, waar de inheemse bevolking ook met kralen werkt.
Nog in de 20ste eeuw werd het gebruik van kralen door de Afrikaanse bewoners gezien als louter decoratief en als een primitieve manier van communiceren. Terwijl op dat moment in Nederland, maar niet alleen in Nederland, in streekdrachten met hulp van kleuren en kralen werd uitgedragen in welke levensfase men zich bevond. Mijn Spakenburgse oma droeg na de dood van mijn opa alleen nog maar een kraplap met donkerpaarse motieven. Mijn Kampereilandse oma had rouwsieraden van zwarte gitten met zilver. Als ze niet in de rouw was, droeg ze bloedkoraal met goud. In diverse dorpen droegen meisjes een andere muts dan getrouwde vrouwen. Vissersmannen droegen truien met een motief waaraan ze te herkennen waren, ook als ze onverhoopt op zee mochten omkomen.
En we communiceren nog steeds op een non-verbale manier. Denk aan een trouwring, of aan een insigne of een corpsstropdas.
Het is gewoon iets heel menselijks.
In de tuin van het museum vind ik een luie stoel met zicht op de Rijn. Even een moment om alles te laten bezinken.
En dan is het tijd voor deel twee van deze dag. We mogen zelf aan de slag om kraalwerk te maken. Veel heb je niet nodig. Een naald, een draad en -natuurlijk- glaskraaltjes.
Zakken vol kraaltjes in de mooiste kleuren verschijnen op tafel. En aangezien alle begin moeilijk is, duurt het even om de slag te pakken te krijgen. De naald is superdun, de draad door het oog krijgen is een kunst, maar uiteindelijk krijg ik iets uit mijn handen.
We krijgen kraaltjes, naalden en draad mee, maar ook een vel met vragen waarmee we bij onszelf te rade kunnen gaan wat we met onze kleurenkeuze zouden willen zeggen. En een blad waarop we een motief kunnen uittekenen.
Nou, zover ben ik nog niet, maar ik ben bang dat ik een nieuwe hobby heb…






