Hoe zeggen ze dat? Voor alles is een eerste keer?
Ik stapte om iets over half zes in de bus bij kantoor, op weg naar Utrecht Centraal. Ik zit een beetje te suffen en let niet echt op, maar als omgeroepen wordt dat de volgende halte Constant Erzeijstraat is, rijdt de bus rechtdoor, terwijl ik zeker weet dat we naar rechts hadden gemoeten. En nu? Blijkt dat de chauffeur zich vergist heeft. Via een rotonde kan hij keren en uiteindelijk belanden we op de juiste route. Ik ben wel later op het station, maar dat is niet erg. Moet toch nog wachten tot half zeven, voor het daluurtarief.

Even later zit ik in de trein naar Amersfoort, op weg naar de Sint Joriskerk, waar afzwaaiend organist Rien Donkersloot zijn ‘zwanenzang’ zal spelen. Tuurlijk zal hij in de toekomst terugkomen voor orgelconcerten, maar dit is wel zijn officiële afscheidsconcert en dat viert hij op grootse wijze.


De Joris heeft maar liefst vier(!) orgels en vanavond zullen ze allemaal klinken in een concert dat bijna anderhalf uur zal gaan duren. Ik klaag niet…


Start is in het koor van de kerk. De vele bezoekers passen er niet in, maar ik zit voorin. Vanaf mijn plek kan ik de organist zien (als ik me half omdraai) als hij eerst achter het grote koororgel plaatsneemt.
Dit roodbruine orgel stamt uit 1967, gebouwd in Zwitserland bij Metzler & Söhne, naar een ontwerp van hun Nederlandse medewerker Bernhardt Edskes. Het is aan de kerk geschonken in 1967 door auto-importeur Pon.
In de loop der jaren is het uitgebreid met o.a. een pedaal en Rien begint feestelijk met de prelude in C van Georg Böhm.
Over Böhm is gek genoeg niet zo heel veel bekend. Hij is geboren in Thüringen en stierf is Lüneburg. Zijn vader was organist en Georgs eerste muziekleraar. Verder is bekend dat Georg in Jena studeerde en waarschijnlijk ook bij Reincken in Hamburg. Verder wordt vermoed dat hij les heeft gegeven aan Bach. Wel is bekend dat Böhm van grote invloed is geweest op de jonge Bach.

De prelude begint met een groot akkoord en dan volgt een pedaalsolo en zo’n solo komt later nog een keer aan bod bij Bach.

Na deze prelude volgt een geweldig mooie improvisatie over psalm 86. Helaas heb ik niet geteld hoeveel variaties voorbijkwamen.


Voorin het koor staat een heel klein orgel, het Metzler-orgelpositief. De organist van de Joris destijds was met meneer Pon op bezoek bij Metzler voor het grote koororgel en in de werkplaats stond ook dit orgeltje. De organist vond het een prachtig orgel en meneer Pon besloot ter plekke ook dit orgel aan de kerk ten geschenke te geven.
Net als het grote koororgel stamt het uit de jaren 1960 en het is voorzien van luiken, beschilderd door kunstenaar Antonio Frasson uit Luzern.
Het wordt een positief genoemd en dat komt van het Latijn voor plaatsen of neerzetten: ponere. Het is een ‘organum positivum‘, een neergezet orgel. Een positief is dus een verplaatsbaar instrument en dit orgeltje heeft wieltjes…

Het orgel is een instrument voor kamermuziek en zij die in het schip zitten zullen hun oren moeten spitsen. Van Johann Speth (1664-1719) wordt Partite diverse sopra l’aria detta la Pasquina gespeeld. Voor mij totaal onbekende, maar wonderschone kamermuziek. Na het gespetter van het koororgel moeten mijn oren wel even wennen aan de zachte klanken.


Een kleine volksverhuizing ontstaat als iedereen naar het schip verhuist. Vlakbij de kooringang staat daar een groen orgeltje. Het is gebouwd in 1977 door Strubbe voor de kapel van het De Lichtenberg in Amersfoort. Bij de sluiting van de zorginstelling is het aan de Joriskerk geschonken.
Donkersloot improviseert fantastisch op het lied ‘Nun freut euch, lieber Christen gemein‘. Het orgel is in middentoonstemming. Ik weet niet veel van orgelstemming en snap er nog minder van, maar dit weet ik wel: met zo’n stemming kun je alleen maar oude muziek spelen en de improvisatie begint dan ook in de Renaissance-stijl.
Het lied is een vroege hymne van de hand van Luther, uit 1523.


Weer een kleine volksverhuizing en we zitten in het midden van de kerk. Op schermen kunnen we de organist op de handen (en voeten) kijken terwijl hij het grote Naber-orgel bespeelt.
Dit orgel is in 1844 voor deze kerk gebouwd door Naber. Het stond eerst op het doxaal tussen koor en schip, maar is in 1970 op een groot platform aan de andere kant van de kerk geplaatst. Het heeft wat aan restauraties en aanpassingen doorstaan, maar is nu een prachtig instrument.

Het programma vervolgt met -uiteraard- Bach. Donkersloot memoreerde in zijn toelichting dat hij in 2012 bij zijn intredeconcert ook deze Toccata (in F) van Bach had gespeeld en hiermee is de cirkel rond.
Het stuk begint met een liggende pedaalnoot, die als een soort fundament onder het klavierspel ligt. Dit klavierspel wordt even later in pedaal met de voeten herhaald. Een fantastisch stuk orgelmuziek, naar mijn bescheiden mening.
Terzijde: De toccata (van het Italiaanse woord toccare: “aanraken”) is een virtuoze, fantasie-achtige instrumentale compositie zonder vaste vorm. Bron Wikipedia

Volgt een In Memoriam. Een week geleden is organist en componist Bert Matter overleden op 89-jarige leeftijd. Van hem speelt Donkersloot de Fantasia ‘Une jeune fillette’. Het is minimal ofwel repetitieve muziek, die het op orgel verrassend goed doet. De ruimte en de akoestiek geven deze muziek een extra dimensie. De koraalmelodie is mij beter bekend als ‘Von Gott will ich nicht lassen’.

Het slotstuk is de machtige Phantasie über den Choral “Wachet auf, ruft uns die Stimme”, opus 52 nr. 2 van niemand dan Max Reger, de man van de vele noten (terwijl er niet een te veel was…).
Dit stuk duurt bijna 20 minuten en had wat mij betreft nog wel langer mogen duren. Het is een klankschildering van de eerste twee coupletten, terwijl het derde couplet met een fuga begint die nergens bij lijkt te horen, totdat de koraalmelodie te voorschijn en alles kloppend maakt. Kippenvel.


Na de loftuitingen en bedankje is het tijd voor de afscheidsborrel. Omdat ik familie tegen het lijf loop, moet ik me de benen uit het lijf lopen om de trein van kwart voor 11 te halen. Om 12 uur sta ik weer thuis.


Nog even een weetje over dat lied Wachet auf.
Dit lied is in 1599 gedicht door Philipp Nicolai en is een barok figuurgedicht. Als je het lied centreert vormt de tekst een kelk, waarschijnlijk de avondmaalskelk, die in couplet twee wordt genoemd. En daar is de kelkvorm ook het beste te zien.
Zijn lied ‘Wie schön leuchtet den Morgenstern‘ heeft ook deze vorm.

‘Wachet auf,’ ruft uns die Stimme
Der Wächter sehr hoch auf der Zinne,
‘Wach auf du Stadt Jerusalem!
Mitternacht heißt diese Stunde!’
Sie rufen uns mit hellem Munde:
‘Wo seid ihr klugen Jungfrauen?
Wohlauf, der Bräutigam kommt,
Steht auf, die Lampen nehmt!
Halleluja!
Macht euch bereit
zur Hochzeitsfreud;
Ihr müsset ihm entgegen gehen!’

Zion hört die Wächter singen,
Das Herz tut ihr vor Freuden springen,
Sie wachet und steht eilend auf.
Ihr Freund kommt vom Himmel prächtig,
Von Gnaden stark, von Wahrheit mächtig;
Ihr Licht wird hell, ihr Stern geht auf.
Nun komm, du werte Kron,
Herr Jesu, Gottes Sohn!
Hosianna!
Wir folgen all
zum Freudensaal
Und halten mit das Abendmahl.

Gloria sei dir gesungen
Mit Menschen- und mit Engelzungen,
Mit Harfen und mit Zimbeln schon.
Von zwölf Perlen sind die Tore
An deiner Stadt, wir stehn im Chore
Der Engel hoch um deinen Thron.
Kein Aug hat je gespürt,
Kein Ohr hat mehr gehört
Solche Freude.
Des sind wir Froh,
Io,io!
Ewig in dulci jubilo.

Met de klok vanaf linksboven: de Joriskerk, het Metzler-positief, het Metzler koororgel, het Strubbe-orgel, het Naber-orgel en nogmaals het Strubbe-orgel.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.