Een relaxte dag, dat heb ik er maar van gemaakt. Ik had het plan om naar Den Bosch te fietsen, maar de regelmatige buitjes, hoewel zeer welkom, deden mij hiervan afzien. Geen probleem, een plan B is zo gemaakt.
Ik stap op de fiets naar het station in het centrum en dat zul je net beleven, het gaat weer regenen en best even hard, maar het is zo warm dat regenkleding echt te veel is. Het is heerlijk voor de grond en het ruikt dan ook gelijk zo lekker.
Ik ga naar Arnhem, want daar rijden nog wel treinen heen. In Arnhem regen ik weer nat als ik naar het Museum Arnhem loop, maar wat geeft het. In het museum is het ontzettend druk, ook op de tentoonstelling waar ik voor kom: Draadkracht.
Ik hou zelf van handwerken, haken en breien en vroeger heb ik ook veel geborduurd. Het werd en wordt als typisch vrouwenwerk gezien. Maar dat is natuurlijk niet zo. Toen ik jaren geleden in het Textielmuseum in Tilburg de gordijnen uit Huis Ten Bosch bekeek, werd me duidelijk dat deze in de 18e eeuw geborduurd zijn door Chinese borduurders, mannen dus.
Maar nog afgezien daarvan, handwerken is niet simpel of makkelijk. Verre van. Alle begin is moeilijk en dan begin je met de basissteken, maar je kunt prachtige kunstwerken maken met diverse steken, kleuren en patronen. Zelf val ik elke keer weer voor een mooi patroon en probeer dat dan na te maken.
In het museum in de eerste zaal ligt een enorm dubbelzijdig gequilt kleed op een ronde tafel. Op tafel schalen met draad, garen, kralen en nog veel meer. Heel uitnodigend en daarom ga ik op een roze kruk zitten en borduur een klein vormpje op het grote kleed. En dan ga ik de tentoonstelling bekijken.
In de entree hangt een soort missiestatement: In deze tentoonstelling ontdek je hoe handwerk kan bijdragen aan gesprekken over emancipatie, identiteit en duurzaamheid. Draadkracht verbindt hedendaagse werken met historisch handwerk en laat zien dat het meer is dan techniek alleen. Het is een middel om ideeën, emoties en overtuigingen te delen.
In de eerste zaal leer ik dat handwerken voor vrouwen een stille, maar belangrijke rol speelde bij de emancipatie. Door het borduren van letters leerden vrouwen lezen en schrijven. En met mooie handwerken konden vrouwen een eigen inkomen verwerven en daarmee economische zelfstandigheid.
Er is in de drie zalen die de tentoonstelling beslaat een waaier aan voornamelijk borduurwerken te zien. Negen geborduurde portretten van wetenschappers, voornamelijk vrouwen, en één ervan is blikvanger op de reclames van het museum.
Eng is de slavenketting. Ik kom er niet achter of de ketting origineel is, bedekt als deze is met kraalwerk van glazen kralen. Deze glaskralen waren in het Afrika van voor de slavenhandel een teken van status. De Europeanen gebruikten deze kralen als een ruilmiddel om mensen te kopen en nu staan de kralen voor ongelijkheid.
Een heel ander soort borduurwerk is dat van Maria van Hemert. Twee vitrines liggen vol met het typisch Nederlandse borduurwerk, zoals merklappen en stoplappen. Zij was een handwerkonderwijzeres, maar ook onderzoeker die in opdracht van het Openluchtmuseum in 1943 het handwerken op Marken in kaart bracht. Aan de overkant ligt in een vitrine soortgelijk borduurwerk van o.a. Aletta Jacobs. Vrouwen van alle standen leerden handwerken, de één om in haar onderhoud te kunnen voorzien, de ander omdat fraaie handwerken maken bij haar ‘stand’ hoorde.
In zaal twee sta ik vol verbazing te kijken naar het werk van Constance de Nerée tot Babberich (1858-1930). Zij maakte op zijden doek met zijden garen landschapskunst. De kleuren van sommige ‘schilderijen’ doen me denken aan Monet. Als ik het van dichtbij bekijk zie ik dat het eigenlijk ‘gewone’ rijgsteekjes zijn, maar zodanig in patroon gezet dat het een schilderij lijkt.
Nog meer natuur. En hoe. Twee tulen doeken hangen er. Op de één is fluitekruid geborduurd, op de andere een koningskaars. Met ragfijn garen, geverfd met kleurstoffen uit onderdelen van deze planten, heeft de kunstenares de planten tot leven gewekt. De uren werk die hierin zitten, ontelbaar!
In de klederdrachten van Nederland werd ook veel borduurwerk verwerkt. Van vier streekdrachten liggen hier voorbeelden. Witte linten met zwarte kruissteekmotieven van Marken, uit Huizen witte ondermutsen met zwart borduurwerk, krallenbooties of kralenboordjes uit Staphorst en beuken uit Axel met pailletten en kralen.
Deze onderdelen van een streekdracht werden gebruikt voor communicatie met de buitenwereld. Was iemand in de rouw, en zo ja, in welke fase, maar ook kon een vrouw in de motieven die ze gebruikte haar geloof uiten (Rooms of protestants), maar ook kon ze haar eigen motieven ontwerpen of bestaande aanpassen naar eigen inzicht.
Handwerken had ook als doel kleding te kunnen repareren, iets wat tegenwoordig zelden of niet meer gedaan wordt. Ook daarvan hangen voorbeelden in de tentoonstelling. En ook in Rozet, het erfgoedcentrum verderop in de stad. Moet je je voorstellen: als leerlinge heb je net een lange kous gebreid, knipt de handwerkjuf er gaten in en mag je die gaan herstellen.
Als ik uit het museum kom is het droog en heel erg benauwd geworden. Ik wandel naar Erfgoedcentrum Rozet voor een kleine presentatie van Mien Meijer-Bongers, prachtig borduurwerk, een stoplap en die kous met verstelwerk.
Terug naar huis en dan pak ik mijn haakwerk weer op. Zo creatief als die kunstenaars? Nee, dat ben ik niet, maar ik heb er zoveel plezier aan.





Onder: geborduurde plant, een ketting van een oude schilderijlijst, sieraden van kraalwerk


