‘When life gives you lemons, make lemonade.’
Ja, zo’n dag werd het.
Aan de haven van Geldermalsen zit ik op het terras. Voorzichtig tik ik tegen de flinterdunne, groengespoten chocolade in de vorm van een peer. Binnenin heerlijke chocolademousse met een vulling van peer en kaneel. Het is mijn troostprijs voor vandaag.
Ik was om iets over half tien vol goede moed op de fiets gestapt. Op naar Geldermalsen. Vanuit Tiel rijden tien dagen lang geen treinen naar Geldermalsen, vandaar. Ik check bij het station mijn app en tot mijn verbazing zie ik dat er maar één trein per uur naar Utrecht rijdt, de rest is uitgevallen. Ik heb nog ruim een half uur, dus ik naar de Appie, even wat proviand voor de tocht halen. Als ik nogmaals check, rijdt er helemaal geen trein meer naar Utrecht. En nu? Daar gaan mijn plannen voor vandaag.
Gelukkig is het 11 uur en dan gaat het restaurant aan de haven open. Op het terras is het heerlijk in de schaduw en de wind. Cappuccino en een gebakje en dan even een nieuw plannetje bedenken.
Weet je wat? Ik ga gewoon deze omgeving een beetje verkennen. Heb jarenlang in Geldermalsen gewerkt, vlakbij de haven, heel wat wandelingetjes langs de Linge gemaakt, maar ken ik de omgeving? Nou, nee.
Dit stukje Geldermalsen heet Achter ’t Veer, omdat hier tot 1849 een rivierpont voer. Tevens was het een loskade voor scheepvaartverkeer over de Linge, net als de Kostverlorenkade, enkele tientallen meters verderop, nu een parkeerplaats.
Vanaf 1840 werd de Rijkstraatweg aangelegd, ook wel ‘Grote Weg’, Steenweg of Straatweg genoemd, een verbinding tussen Utrecht en Den Bosch.
In 1849 werd over de Linge een houten brug gebouwd, die al in 1878-1879 werd vervangen door een ijzeren ophaalbrug.
Bij de aanleg van de rotonde in de Rijkstraatweg werd een deel van de brugpijler van de ijzeren brug gevonden en die staat nu als monument aan de Linge.
De route Utrecht-Den Bosch was een belangrijke Noord-Zuidverbinding en de ijzeren brug werd te smal voor het moderne verkeer. Daarom werd in 1940 aan de overkant van de Linge in een weiland begonnen met de bouw van een moderne betonnen brug. Na de bouw werd onder de brug een verbinding gegraven waardoor de loop van de Linge werd verlegd. Een deel van de oude Lingeloop werd de jachthaven waar ik tijdens de koffie op uitkijk.
Aan de andere zijde van de jachthaven ligt de heemtuin. Toen ik nog in Geldermalsen werkte, hebben we als collega’s daar vele lunchwandelingen gemaakt. Nooit geweten dat het een heemtuin was.
We laten Wikipedia even aan het woord: Een heemtuin, heembos of heempark is een kunstmatig, veelal omheind landschapselement, bedoeld om de inheemse, wilde flora en fauna te laten zien. Het begrip is geïntroduceerd door Jac. P. Thijsse (1865-1945).
Deze heemtuin stamt uit 1977 en bevat elementen uit de Betuwe, een waterpartij met oeverlanden, rietlanden, grienden, een vogelobservatiepost, een dierenweide, wandelpaden, een boogmaard. De dierenweide is leeg vandaag, en er zou ook een knuppelpad moeten zijn, maar lijkt te zijn verdwenen. Met de fiets aan de hand maak ik een ommetje en dan stijg ik op en steek de Linge over met de Lingebrug.
Aan de Linge, vlakbij de brug, staat een ronde woning. Jarenlang dacht ik dat dit een voormalige watertoren was, hoewel ik ‘m wel kort vond. Sinds vorig jaar weet ik dat het huis de Molenhof heet en gebouwd staat op de vroegere Molenhucht, waar sinds 1853 de Buurmalsense korenmolen ‘De Prins’ stond. Deze molen werd in 1928 afgebroken.
Op de fundamenten werd met gebruik van elementen van de afgebroken molen een moderne ronde torenwoning gebouwd. Architect was A.H. Wegerif uit Den Haag en opdrachtgever was W.A.O. Koster, eveneens uit Den Haag en directeur van de Geldermalsense steenfabriek Chamotte Unie.
Koster was opgeleid tot onderwijzer en later leraar, maar werd in 1915 fabrikant van vuurvaste stenen, in Schiedam. Tevens werd hij lid van de Tweede Kamer en later gemeenteraadslid in Den Haag voor en bestuurder van de Vrijzinnig-Democratische Bond.
In 1933 verlegde hij zijn koers en werd lid (met nummer 1388) van de NSB. Hij ging niet de Tweede Kamer in voor de NSB, hoewel dat wel logisch zou zijn geweest, maar wel werd hij gedeputeerde in Gelderland. Na de capitulatie van Nederland in mei 1940, adviseerde hij Mussert de activiteiten van de NSB te stoppen. Nog een bijzonderheid: hij financierde de Nederlandse uitgave van Hilters boek ‘Mein Kampf’.
De temperatuur stijgt en stijgt maar. Ik smeer me goed in en door Buurmalsen, langs de Linge en de Korne kom ik in Buren. Ik steek over en ga een eindje terug langs de Korne om weer bij de Linge uit te komen. Aan de Linge vind ik een plekje in de schaduw waar ik heerlijk lui pauzeer.
Even boodschappen doen voor ik naar huis ga. Ik koop, uiteraard, een citroen en een limoen en bij de afgeprijsde artikelen staat een peper- en zoutstel in de vorm van keramieken citroenen. Die moet mee, toch?


