Vandaag ga ik toch weer op stap met de Romeinen, want in de ANWB routes die ik tijdens mijn vakantie volgde, ontbrak een deel. Ik snap dat wel, omdat tussen Wijk bij Duurstede en Driel weinig tot niets van de Romeinse tijd is overgebleven.
De Rijn slibde langzaam dicht omdat de hoofdstroming steeds meer via de Lek verliep. In 1122 werd bij Wijk bij Duurstede de Kromme Rijn definitief afgedamd. Omdat er daardoor stroomafwaarts richting Katwijk ook veel minder en minder zware overstromingen waren, is er langs de Oude Rijn en Kromme Rijn meer bewaard gebleven.

Stroomopwaarts is een ander verhaal. Overstromingen hebben veel verwoest. De Limesweg is niet meer terug te vinden, pas bij Driel weer. En dus is er niets te vinden. Of toch…?


Vandaag maak ik een lange fietsronde vanuit huis in oostelijke richting. Er staat weinig oostenwind, lekker makkelijk op de terugweg dus. Vanwege de dijkverzwaring kan ik niet op de dijk fietsen en dus fiets ik op mijn gemak langs de polderweg naar Ochten. Op het kerkplein van Ochten eet ik een krentenbol. Het dorp is tijdens de Slag om de Arnhem grotendeels verwoest, wat de vele wederopbouwarchitectuur verklaart. De naam van het dorp is echter heel erg oud, want waarschijnlijk is het een verbastering van het Germaanse woord ‘Uhtwo‘, dat ochtendgloren of morgenweide zou betekenen.

Bij Ochten kan ik de dijk weer op en ik ga op pad naar de eerste en enige Romeinse vondst van vandaag. Bij Dodewaard staat aan de dijk de oeroude Hervormde kerk, waarin, als je goed kijkt, verschillende eeuwen aan bouwen te herkennen zijn. De toren en het schip stammen uit de 11e eeuw. Het koor werd in 1705 afgebroken. Ooit was het een kruiskerk, maar de transeptarmen zijn afgebroken in 1920 vanwege, jawel, dijkverhoging. De consistorie en het nieuwe koor werden in 1840 toegevoegd, in neoromaanse stijl.
Maar het oudste onderdeel van deze kerk was een Romeinse grafsteen. Deze was tot 1863 in de toren gemetseld, als versiering denk ik. Nu is een betonnen kopie ingemetseld en staat het origineel in het RMO Leiden.

Op de steen zie je Marcus Traianius Gumattius op een ligbed, een bediende naast hem en een bijzettafeltje met eten en drinken.
De inscriptie luidt: ‘Marcus Traianius Gumattius, zoon van Gaisio, oudgediende van de ruitereenheid van de Afrikanen, heeft dit bij testament laten oprichten’.
Omdat zijn vader Gaisio heette, een Germaanse naam, kunnen we aannemen dat hij uit onze omgeving kwam. Gumattius is eveneens een Germaanse naam. Hij nam dienst in een Afrikaanse ruitereenheid en na afloop van zijn diensttijd kreeg hij het Romeins burgerrecht. Gezien zijn tweede naam Traianius, zal dat tijdens de regeerperiode van keizer Trajanus (98-117 nCh) geweest zijn.

Komt de steen uit Dodewaard? Niemand die het weet.


Bij Hien duik ik de polder in, richting het stationnetje Hemmen-Dodewaard en dan naar Hemmen, misschien wel het meest schilderachtige dorpje van dit stuk van de Betuwe. In september 1944 dacht men bevrijd te zijn, daarna kwam evacuatie en inundering en maakten de Duitsers van het kasteel een zwaarbewapende vesting. In januari 1945 werd het kasteel in gevechten met de Canadezen compleet verwoest. Oostelijk ligt nog steeds het kleine dorpje (175 inwoners) met een oud kerkje. Én een pannenkoekenboerderij. Er daar ga ik pauzeren.


Eenmaal op de dijk van de Nederrijn sta ik bij waarschijnlijk het meest komische monument voor de Romeinen in Nederland. Net onder de kruin staat een zwarte steen, waarop ULTRA staat. Daarboven vier blote voeten en onderbenen en dan een auto zonder wielen maar met een rokje. Wat stelt dit nou toch voor?
Gelukkig is er een QR-code op het bordje en zo kom ik te weten dat dit een associatief beeld is. In de jaren 1960 kwamen Italiaanse gastarbeiders naar hier om te helpen bij de fruitpluk, in hun Fiatjes 600 Multipla. Dat is het autootje.
De benen en het rokje stellen het Romeinse legioen voor en zijn ook een knipoog naar Asterix en Obelix. Daar zie je zo nu en dan een cohort in carrévorm staan, schilden om zich heen maar ook boven hen. Het enige wat je nog ziet zijn hun voetjes en de rokjes.

De tekst op de zwarte steen is Non Plus Ultra, letterlijk ‘niet verder dan dit’, terwijl de betekenis ook kan zijn ‘beter dan dit kan niet‘. De Romeinen zijn wel noordelijker gegaan, uiteraard, maar hier, bij de Rijn, werd de grens vastgelegd.

Het beeld staat hier niet zomaar. Vanouds was hier een doorwaardbare plaats door de Rijn en tot op de dag van vandaag is hier een veer, het Lexkesveer. Dit veer wordt in 1426 vermeld als gezamenlijk eigendom van Wageningen en Nijmegen, maar zal veel ouder zijn geweest.
De naam komt van de buurtschap Lakemond aan Betuwse zijde, dat weer heet naar een klein riviertje, de Lake, genoemd naar de wellen of ‘lekken’.

Natuurlijk is er ook een mooier verhaal, dat de naam een verbastering is van ‘lux’, Latijn voor licht, omdat de Romeinen op de Wageningse berg een lichtbaken zouden hebben gehad. Prachtig, maar compleet verzonnen.


‘Romeinse wachttoren De Spees, koffie, thee, ijs, fris, huisgemaakt gebak’

Het staat te lezen op een krijtbord bij de afrit naar de veerpont Opheusden. Op naar de volgende pauze. Bij het Hoornwerk aan de Spees stap ik af.
Dit hoornwerk werd aangelegd in 1799-1800 als afsluiting van de Rijnbandijk. Het is onderdeel van de Betuwestelling die loopt van de Batterijen bij Ochten naar de Rijn en een verlenging is van de Grebbelinie. In het aarden verdedigingswerk zijn diverse betonnen schietopstanden te zien uit de Tweede Wereldoorlog, maar grote blikvanger is een nagebouwde Romeinse wachttoren.

Van de Romeinse wachttorens is begrijpelijkerwijs niets overgebleven. Als ze al niet vervallen waren, spoelden ze wel weg tijdens een overstroming. Daarom is het leuk dat de eigenaar van de nabijgelegen camping deze toren heeft laten bouwen, die op mooie dagen wordt uitgebaat als mini-café. Vandaag dus ook.

Na een glas sap ga ik even de toren verkennen. Boven heb ik een prachtig zicht op de omgeving. In zo’n toren bivakkeerden vier soldaten. Onder sliepen ze, op de 1e verdieping woonden ze en boven hielden ze de wacht. De toren was omgeven door een scherp gepunte omheining.


Op naar Kesteren. De naam is waarschijnlijk een verbastering van het Romeinse woord castra. Maar tot op de dag van vandaag is er geen spoor gevonden van een castellum of castra. Heel lang dacht men dat castellum Carvo hier lag, maar dat lijkt toch eerder castellum Carvium in de Bijland te zijn geweest.
In 1974 vond men een grafveld met 70 soldaten met daarbij ook begraven paarden. Ook is er een vicus geweest, een dorp van ambachtslieden, behorend bij een castra.
Het castra is nog steeds niet gevonden, maar wel vond men sporen van een Bataafse nederzetting, ergens tussen Kesteren en Opheusden. Men woonde daar nog in houten boerderen, maar gebruikte al wel Romeins servies. Hoogstwaarschijnlijk was het een paardenfokkerij voor de Romeinse cavalerie.

Bovengronds is van dit alles niets te vinden. Daarom fiets ik door, langs de bochtige oude Rijndijk, naar Lienden. Vandaar steek ik door naar Mannaricium, het hedendaagse Maurik.
Mannaricium staat vermeld in het Itinerarium provinciarum Antonini Augusti, een Romeinse reisgids uit de 3e eeuw nCh, bijgewerkt tot eind 4e eeuw. In 17 reisroutes worden meerdere plaatsen uit het Romeinse rijk weergeven met reisafstanden.
In het Nederlandse gebied worden zeven plaatsen genoemd, waaronder dus Mannaricium.

De naam gaat waarschijnlijk terug op Maleriacum, eigendom van Maler(i)us, een Keltische naam. Het fort werd gebouwd op de oever van een Rijnbocht. Deze bocht is verdwenen en daarmee ook het fort. Wel zijn bij baggerwerkzaamheden in 1972 resten gevonden, waardoor men globaal weet waar het lag.
Het fort werd gebouwd tijdens de Bataafse Opstand van 69-70, in hout en later, in de 2e eeuw van steen. Het bood onderdak aan het Cohors II Hispanorum equitata, het tweede Cohort Spaanse (deels) bereden militairen. Het cohort zal bestaan hebben uit 480 infanteristen (6 centuriae van 80 man) en 128 cavaleristen (4 turmae van 32 man).


Op het plein voor de kerk pauzeer ik met wat drinken en eten dat ik in de supermarkt kocht. Tijd om het stuur huiswaarts te keren.

Dus er was weinig te zien van de Romeinen vandaag, hè? Nou, dat valt best mee. Tijdens mijn fietstocht reed ik in de omgeving van (laan)boomkwekerijen.
De Romeinen waren meesters in het veredelen van bomen, waarbij ze de o.a. techniek van het enten gebruikten. Ze namen die technieken mee naar onze omgeving, net als diverse bomen, die we heden ten dage als typisch Betuws beschouwen, de kers, de peer, de appel, de walnoot. Een mooie en langdurige erfenis, denk ik maar zo.


2 reacties op “Limes 7”

  1. magneticamphisbaena957da51f42 Avatar
    magneticamphisbaena957da51f42

    Weer interessant, Hendrien. Je vader zou trots op je zijn, op zoveel belezenheid van zijn dochter.. Willem van Twillert

    Verzonden vanaf Outlook voor Androidhttps://aka.ms/AAb9ysg ________________________________

    Geliked door 1 persoon

    1. Spirit Avatar

      Dank je wel! Hij was inderdaad ook altijd bezig met lezen én geschiedenis. We hebben het van hem meegekregen, denk ik.

      Like

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.