Oei, de stem van de machinist klinkt door de intercom. Geen goed bericht. Op last van de politie mag de trein niet doorrijden naar Tiel, maar moet deze keren in Geldermalsen. En nu? Staan we daar in de vochtige warmte. Iedereen loopt een beetje verloren. Sommigen bellen naar huis en worden opgehaald, maar dat kan niet iedereen. Ik overdenk mijn opties? Lopen? Kan, maar er komt een zware bui aan. Een OV fiets huren? Ook dan beland ik in diezelfde bui. Wachten op een volgende trein? De conductrice vertelt dat de volgende trein wel rijdt, weliswaar vertraagd, maar toch. Dan wacht ik daar maar op.


Na een lange werkdag was ik vanaf kantoor met de bus naar station Utrecht Vaartsche Rijn gegaan. Ik wil naar een orgelconcert en vooraf even lekker een terrasje pakken bij de Tolsteegbrug. Het is druk in de stad. Overal fietsen aankomende studenten rond in gekleurde T-shirts, de terrassen zitten overvol, maar ik vind een plek bij het Louis Hartlooper Complex. Waarom dacht ik toch dat het Hartkooper was?
Ik zit pal aan de straat en laat de wereld aan me voorbijgaan. Heerlijk, ik heb al weekend en hoef even niets.

LHC
Als ik afreken in het restaurant, zie ik de prachtige voordeuren, geel hout met donkerblauwe accenten. En ineens vraag ik af wat dit eigenlijk voor een pand is. De jaren 1930, vermoed ik.
Het blijkt in 1927 gebouwd te zijn als de tweede politiepost van Utrecht in de stijl van de Amsterdamse School. Het oogt heel horizontaal en zwaar, met bruinrode en zwartbruine stenen en een massieve toren.
Tegenwoordig is er een bioscoop gevestigd met bijbehorende horeca. Omdat het pand een rijksmonument is, was de verbouwing naar bioscoop er eentje met uitdagingen. De beide bioscoopzalen zijn daarom op de binnenplaats ingepast, deels ondergronds.
Het complex is vernoemd naar acteur en filmexplicateur Louis Hartlooper, een bekend persoon uit de Utrechtse filmgeschiedenis. Terzijde: Een explicateur was iemand die in het tijdperk van de zwijgende film in de bioscoop de vertoonde beelden voorzag van commentaar en geluidseffecten.

1813
Tuurlijk ben ik veel te vroeg voor het concert, maar die tijd gebruik ik voor een mooie wandeling door het Zocherpark. Aan de overkant van de Tolsteegbrug kan ik via een trapje naar de waterkant van de Stadsbuitengracht. Net voor de trap staat een massief monument met een bronzen plaquette. Tekst: Utrechtse verlossing herdacht 1913.
Het monument is in 1914 geplaatst om het einde van de Franse overheersing (van 1795 tot 1813) te herdenken.
Het is wel tweede keus. In 1913 zou een ander monument in het Wilhelminapark worden geplaatst, maar dat monument is nooit gemaakt. Daarom werd een jaar later dit monument geplaatst bij deze ingang van het Zocherpark.

Bruggen
Als ik de trap afloop heb ik zicht op twee bruggen. De Tolsteegbrug inclusief een tramhokje, gebouwd in dezelfde tijd en stijl als het LHC en de Vaartscherijnbrug uit 1931, gebouwd als een basculebrug, van ijzer, staal en steen, inclusief het brugwachtershuisje. Nu is het vaste brug, zoals in grote letters onder de brug staat geschreven.
Op de gracht is het druk, bootjes varen af en aan. Hoe zomers wil je het hebben?

Zocherpark
Het Zocherpark of Singelgebied is smal (het loopt over de geslechte middeleeuwse stadsomwalling) maar wel zes kilometer lang. Het is één van de oudste openbare parken van Nederland en aangelegd vanaf 1827 toen het Rijk toestemming gaf voor sloop van de omwalling. Die was niet meer nodig voor de stadsverdediging.
J.D. Zocher kreeg hiervoor de opdracht. Zocher was een architect, stedenbouwkundige en landschapsarchitect, geboren in 1791. Zijn vader, broer en zoon waren ook tuinarchitect. Hij introduceerde in Nederland de landschapstuin, een trend overgewaaid vanuit Engeland.

Het park werd in het begin ‘Wandelingen’ genoemd, omdat het een fijn wandelpark moest worden. Er staan honderden bomen, waarvan ruim 400 meer dan 100 jaar oud zijn.
Voor dit park werden ook sommige bolwerken geslecht, zo ook bolwerk Sterrenburg. Wel bleef een woonhuis uit eind 16e eeuw gespaard. Het paste heel mooi in het idee van een landschapspark.

Apostel
Ik heb tijd zat en ga daarom aan de waterkant zitten, op één van de vele bankjes in het park.
Langs de moderne Sint Martinusbrug kom ik bij de Bartholomeïbrug. Tot 1900 lag hier een overhaalschuitje, een pontje dus. In 1902 kwam er een brug en in 1952 werd de inmiddels vervallen brug vervangen door deze nieuwe brug, in steen en ijzer. Opvallende zijn de lichtgroene en witte stalen elementen. De lantaarnpalen verbergen de slagbomen, aan de stadskant zijn twee banken ingebouwd en aan de stationskant staat een groot beeld van de naamgever, de apostel Bartholomeüs.

Concert
Het is bijna half acht als ik bij de Jacobikerk arriveer. De kerk is nog niet open, dus loop ik er even om heen.
Aan de voorzijde staat de stoere kop van Anton Geesink in steen. Deze Utrechter was judoka op het hoogste niveau en was in 1961 de eerste niet-Japanner die de wereldtitel in judo won. Hij won goud in 1964, werd wereldkampioen in 1965, behaalde 21 Europese judotitels en werd in 1957, 1958 en 1959 ook Nederlandse kampioen Grieks-Romeins worstelen.

De poort van de kerk gaat open en de koelte komt me tegemoet. Het is inmiddels boven de 28 graden geworden en ik ben blij dat ik naar binnen kan.
De Jacobikerk, ooit één van de vier parochiekerken van Utrecht, werd gebouwd in een kleine handelsnederzetting aan een Rijntak en wordt in 1173 voor het eerst genoemd. De kerk is tussen 1330 en 1460 in delen uitgebreid en dat zorgde ervoor dat ook de toren in de kerk werd ingebouwd. Het is nu een hallenkerk, die voor het grootste deel uit de 15e eeuw stamt.

Naamgever is de heilige Jacobus, Jacobus de Meerdere, één van de 12 apostelen, bekend van de bedevaartsplaats Santiago de Compostela. San Iago is de Spaanse vertaling van Sint Jacobus, Compostela zou van Campus Stellae komen, sterrenveld vanwege de ster die volgens de overlevering aanwees waar het gebeente van Jacobus was begraven. Een betere verklaring is composita tella, begraafplaats, want tussen 1946 en 1959 is op deze plek is een Romeinse necropool of dodenstad gevonden.
In elk geval kun je bij deze kerk een stempel halen, mocht je met een pelgrimstocht bezig zijn.

Vanavond kom ik daar niet voor, maar voor een concert. Hayo Boerema zal op twee orgels concerteren en het thema is AmBACHtelijk.
Het hoofdorgel, het Garrels/Meereorgel, bevat delen die uit 1510 stammen. In 1742 werd veel pijpwerk vervangen door Garrels, een meesterknecht van orgelbouwer Arp Schnitger en later ook zelfstandig orgelbouwer. Een deel van de kas werd in 1819-1823 gebouwd door Meere.
Bij het uit 1774 stammende Hess-kabinetorgel staan de deuren al open, anders zou je het echt voor zo’n ouderwetse kast houden.

Boerema licht zijn programma toe. Hij speelt Bach, maar gaat ook verder met het thema ambachtelijk en daarom ook muziek van Bach-zoon C.Ph.E, van Guilmant en van Boerema zelf. C.Ph.E. sloeg een nieuwe weg in, anders dan zijn vader. Guilmant bewerkte niet alleen muziek van Bach, maar componeerde ook orgelsonate’s en Boerema sluit daarop aan met zijn uit het ambacht improvisatie ontstane Trois Esquisses (drie schetsen).
Op het hoofdorgel speelt hij de Sinfonia uit Cantate 29 van Bach, gearrangeerd door Dupré.
Dan naar het kabinetorgel voor twee stukken van Bach die door Guilmant voor harmonium zijn gearrangeerd en daarom op dit orgel te spelen.
Het overbekende Air uit de 3e Suite ontroert me. Waarom? Maakt niet uit. De vrolijke Gigue uit de 5e Cellosuite maakt de overstap naar het werk van C.Ph.E.

Op het hoofdorgel volgt eerst diens 6e Sonate, dan de 3e Sonate van Guilmant, gevolgd door de drie schetsen van Boerema zelf. Ik hou van deze combinatie van oude en nieuwe(re) muziek.

Ik stap buiten en de benauwde en vochtige warmte slaat me tegemoet. In Geldermalsen aangekomen, besluit ik te wachten of de trein naar Tiel toch nog komt. En zowaar… loop ik om 11 uur in een regenbuitje naar huis. En dan heb ik nog geluk ook. Ik ben net thuis als een enorme bui losbreekt met onweer en al.

Boven Louis Hartlooper Complex, gedenksteen 1813-1913
Onder, zicht op de Vaartscherijnbrug, detail met plaquette Vaartscherijnbrug, zicht op de Stadsbuitengracht
Met de klok mee vanaf linksboven: huisjes op Sterrenburg, de Bartholomeïrbgu, de gracht, detail Bartholomeïbrug, het beeld van Sint Bartholomeus
Jacobikerk met rechtsonder het borstbeeld van Anton Geesink
Jacobikerk met het Gaarels/Meere-orgel en het Hess kabinetorgel

2 reacties op “Zomeravond”

  1. insightful5c0c96c6e3 Avatar
    insightful5c0c96c6e3

    Volgens mij betekent Compostela dat het Melkwegstelsel precies boven die plaats aanwezig is. Als je onderweg bent

    Like

    1. Spirit Avatar

      Het zou inderdaad een ster (of de Melkweg) geweest zijn die de plaats van het gebeente van Jacobus aangaf, maar toch moet het gelezen worden als composita tella, dat naar een begraafplek verwijst. Mythe en werkelijkheid vallen hier samen, wat ik fascinerend vind.

      Like

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.