Ik ben elf jaar en ik zit in een middagpauze op het harmonium voor in de klas te oefenen voor mijn orgelles. Ik speel een eenvoudige versie van de bruiloftsmars. De bovenmeester komt binnen en zegt: ‘O, Lohengrin’. Uiteraard ontkende ik dat. Wist ik veel dat ik een klein stukje opera van Wagner zat te spelen.
Precies een jaar geleden zat ik de Buurkerk in Utrecht voor een uitvoering van delen van Siegfried op orgel en hoorn. Ook van Wagner.
En vanmiddag en vanavond zal ik me onderdompelen in Tannhaüser, weer Wagner. En dat terwijl ik eigenlijk niet zoveel met opera heb.
Opera (eigenlijk meervoud: ‘werken’, van Latijn opus: werk, maar met enkelvoudige betekenis; meervoud: opera’s) is een vorm van muziektheater. In een opera worden klassieke muziek en toneel gecombineerd, ieder personage wordt door een klassieke zanger uitgebeeld. Bron Wikipedia.
Ik ben met trein en bus afgereisd naar Nijmegen, meer bepaald Heilig Landstichting, dat aan Nijmegen is vastgegroeid. In Museum Oriëntalis en de naastgelegen Cenakelkerk wordt de Wagner4daagse gehouden -eigenlijk zijn het vijf dagen, maar kniesoor die daar op let- en vanmiddag en vanavond kan ik uitvoeringen bijwonen van operamuziek en een acte uit de opera Tannhäuser. Vorige week zag ik hierover informatie voorbijkomen op internet en ach, waarom niet.
Ik ken één deel uit deze opera, net zoals ik van meerdere opera’s enkele delen ken. Sommige aria’s of koordelen zijn zo bekend dat je ze herkent of kunt meeneuriën zonder te weten dat het opera is. Denk aan het Slavenkoor (‘Va, pensiero‘) uit de opera Nabucco. Of het ‘Largo al factotum‘ uit Il barbiere di Siviglia. Je weet wel, de Figaro-aria. En niet te vergeten het overbekende duet ‘Au fond du temple saint’ uit Les pêcheurs de perles van Bizet.
In de diverse dorpjes in het museum lees ik achtergrondinformatie over de opera, ik luister naar een podcast en op het terras van de Romeinse taberna geniet ik van appelsap met falafel. En dan ineens moet ik opschieten.
Om drie uur is in de Cenakelkerk het presentatieconcert van de zes studenten van de masterclass. De afgelopen drie dagen hebben zij les gehad van Eva-Maria Westbroek, operazangeres van wereldfaam, en nu mogen ze ieder twee aria’s uit diverse opera’s zingen.
De Cenakelkerk is misschien wel de meest dramatische Rooms-Katholieke kerk van Nederland. Alle muren en plafonds zijn bedekt met schilderingen of mozaïeksteentjes en door de kleine glas-in-loodramen tovert de zon felle kleurtjes op de muren in de verder donkere kerk. Een passend decor voor een opera.
De zes studenten brengen stukken uit 11 opera’s van acht componisten. Mozart, Bellini, Wagner, Puccini, Tsjaikovski, Bizet, Donizetti en Verdi. Van alles komt voorbij en ik heb grote bewondering voor de nog jonge zangers en zangeressen. Ze zingen voor mijn gevoel de sterren van de hemel.
In een lang lint lopen we daarns het museumpark in, op weg naar het Paleis van Pilatus. Van verre horen we de muzikanten al oefenen. Op het binnenplein van dit paleis worden we vergast op een hoornconcert. De dirigent vertelt dat Wagner een zeer groot liefhebber van de hoorn was, zozeer zelfs dat zijn vrouw verzuchtte dat Richard alle muziek wel zou willen omzetten voor de hoorn. Vandaag spelen meer dan 40 hoornisten vijf muziekstukken. Van Wagner ‘Sei uns gegrüßt’, jachtmuziek uit Euryanthe van Von Weber, ‘Der Jäger Abschied’ van Mendelssohn en de prelude uit l’Africaine van Meyerbeer en als slot uit Tannhäuser van Wagner de Bußfart, Jagdmusik en het beroemde Pilgerchor.
Ik zit op een brok steen tegen de muur in schaduw, vest aan want de harde wind maakt het fris, en ik kijk naar de muzikanten die in de volle zon staan. De hoornmuziek wordt omfloerst door het ruisen van de wind door de bomen en soms weerkaatst het terug tegen de muren van het paleis. Hoe bijzonder, dit.
Even later zit ik met een klein groepje op het binnenplein van het gebouw van het Sanhedrin waar het strijkkwartet op 59 nr 2 van Beethoven wordt gespeeld. Ook weer niet mijn eerste keus qua muziek, maar in deze ambiance kan ik toch met aandacht de muziek beluisteren, zeker omdat ik goed zicht heb op de musici.
Door het prachtige park loop ik terug naar de kerk. In één van de bijgebouwen krijgen we een toelichting op het werk van Wagner en Tannhäuser incl. zang en pianospel. En dan op naar de kerk. De kerk heeft boven het ingangsportaal een balkon en daar verzamelen zich negen hoornisten en zij spelen voor de toehoorders de ouverture van Tannhäuser. Helaas heeft iemand bedacht dat hij van achter de bomen wel een drone kon sturen en die hangt als een hinderlijk zoemend insect boven ons en voor de spelers.
En dan de apothéose van deze dag: acte drie uit Tannhäuser. Maar omdat we eigenlijk middenin vallen, is er eerst een aria van hoofdpersoon Elisabeth. Zij zingt over de zaal waar ze nu is, hoe mooi die is, maar ook hoe koud, zonder haar geliefde Tannhäuser. Dan op video beelden van marcherende soldaten die de Nijmeegse lopen met voor hen Venus die vertelt wat er gebeurd is met Tannhäuser.
Tannhäuser, een ridder, wordt verscheurd tussen twee vrouwen die hij bemint. Venus en haar onderaardse rijk van de liefde, en Elisabeth, de edelvrouwe met haar liefdadigheid. Is hij bij Venus, hij wenste bij Elisabeth te zijn, is hij bij haar, hij wenste bij Venus te zijn. Zijn zinnelijke lust en zijn religieuze overtuigingen botsen en Venus en Elisabeth zijn daarvan de belichaming.
Tijdens een zangwedstrijd op de Wartburg met als thema liefde, zingt hij de lof van de zinnelijkheid. Hij wekt daarmee ieders woede en alleen Elisabeth kan hem beschermen.
Hij gaat op pelgrimsreis naar Rome om boete te doen. En dat is waar we zijn beland bij acte drie.
Elisabeth wacht en wacht, en dan hoort ze pelgrims zingen. De pelgrims betreden de kerk, in moderne wandelkleding met rugzakken en petjes op. Zeker is Tannhäuser daarbij? Maar nee! Elisabeth is de wanhoop nabij en verdwijnt. Letterlijk, ze loopt de kerk uit en op video zien we haar de tuinen inlopen en vervagen. Ze is niet meer. Wolfram, Tannhäusers tegenstander bij de zangwedstrijd, probeert nog haar ervan te overtuigen dit niet te doen, maar helaas.
En dan ineens, gebons op de deur. Tannhäuser! Hij is terug! Hij zingt zijn belevenissen uit en als Venus verschijnt weet hij niet meer wat hij moet doen. Helemaal niet meer als ze een foto van Elisabeth neerzet. Ze is er niet meer! Wolfram filmt hem tijdens zijn uitzinnige verdriet en dan zinkt hij ter aarde.
Het koor verschijnt ten tonele en zingt een deel uit het pelgrimskoor en zet manden met gladiolen om de stervende Tannhäuser heen.
Tijdens dit laatste deel krijg ik gewoon kippenvel. Als je het verhaal van vrijwel iedere opera plat slaat blijft er weinig over, maar de dramatiek van muziek, zang en acteertalent zorgen ervoor dat emoties worden overgebracht. Ineens snap je het.
En dan nu de vraag: bestond Tannhäuser? Ja zeker! Het is wel een raadselachtige figuur, maar er zijn 16 gedichten van hem overgeleverd en hij moet als dichter werkzaam geweest zijn tussen 1245 en 1265 in Oostenrijk en Zuid-Duitsland. Hij was dienstman van Frederik II, hertog van Oostenrijk. Als de hertog een veldslag tegen de Hongaren verliest in 1246 is Tannhäuser zijn broodheer kwijt en ook diverse landgoederen en hij gaat op zoek naar een nieuwe broodheer.
Aannemelijk is dat hij een lid was van de adellijke familie Von Thannhausen, dat nog steeds zijn stamslot heeft in het dorp Tannhausen.
Na deze middag en avond vol dramatiek is het tijd om de bus te pakken. Het is prachtig weer, nog steeds, en ik moet behoorlijk lang wachten op de bus. Ik besluit een paar haltes verder te lopen. Heerlijk even de benen strekken en het hoofd leegmaken na alle heftige muziek.



