komt een end. Zo ook aan mijn vakantie. Vanmorgen na het ontbijt pakte ik mijn fiets en kwam tot de ontdekking dat het regende. Heerlijk natuurlijk, na alle droogte, maar ik heb geen poncho bij me.
Maar eerst nog even terug naar gisteravond. Want ik was dan wel teruggegaan naar mijn B&B, maar om kwart voor negen zat ik in de bus. Hier in dit deel van Nederland, rijden de bussen tot zeer laat en daarom waagde ik het erop.
Ik had bedacht naar Leeuwarden te fietsen en dat zou best gekund hebben, maar terug over onbekende wegen in het donker leek me een minder goed plan. Met 9292 kwam ik er achter dat ik om kwart over 11 en zelfs nog om kwart over 12 terugkon met de bus. Dus niet langer gedraald.
Met een klein half uurtje sta ik aan de rand van het centrum, vlakbij de Oldehove, en vandaar loop ik naar de Grote of Jacobijnerkerk. Deze prachtige kerk is gebouwd als onderdeel van een dominicanenklooster, zo tussen 1275 en 1310. Terzijde: Een andere naam voor dominicanen is Jacobijnen, vanwege hun klooster aan de Rue Saint-Jacques in Parijs. De kerk werd verwoest tijdens een stadsbrand in 1392 en in de 15e eeuw kreeg het een zijbeuk. Tijdens de Reformatie werd de kerk van katholiek protestant.
Als ik de kerk inloop, branden de grote kroonluchters heel zwak, maar er is nog genoeg licht om op zoek gegaan naar de Friese Nassau’s. Achterin, in het koor, is de toegang tot hun grafkelders, rechtsachter is de deur van het toegangspoortje van de Friese stadhouders en op de hoek van het koor met het schip is Nassau’s eigen herenbank, de ‘koningskraak’. Bijzonder is dat deze net iets hoger is dat de preekstoel. Er hangt keurig een koord voor. Verboden toegang voor een gewone sterveling.
Maar ik kom hier voor een Bachnacht, een orgelconcert dat van 10 tot ruim 11 uur zal duren, en in het teken staat van Bach. Ik vraag aan de koster of hij voor mij de deur zou willen openen, ook als het concert nog aan de gang zou zijn, zodat ik de bus van 10 voor half 12 terug zou kunnen pakken. Geen probleem!
Peter van der Zwaag zal op het grote Müller-orgel concerteren. Dit orgel is gebouwd tussen 1724 en 1727 door Christian Müller, bekend en beroemd van het orgel van de Bavo in Haarlem, maar ook van de orgels van de Waalse Kerk in Amsterdam en de Kapelkerk in Alkmaar, die ik beiden ook al meermaals heb mogen beluisteren.
En wat speelt hij dan? Wel, het is een saai programma, vertelt Peter, alleen maar Bach. Maar natuurlijk heeft hij het programma weloverwogen opgebouwd. Centraal staat een Concerto in G-Dur dat Bach heeft gecomponeerd met als basis een compositie van Johann Ernst von Sachsen-Weimar. Deze jongste zoon van Johann Ernst III, hertog van Saksen-Weimar, was componist. Hij werd maar 18 jaar en liet een klein oeuvre na. Een van die stukken is door Bach omgewerkt naar een orgelconcert en dat horen we vanavond.
Het programma is verder gespiegeld. Prelude en fuga (BWV536), twee versies van Liebster Jesu, wir sind hier, fuga in b (BWV579), Schmücke dich, o liebe Seele (BWV564). Na het concerto Nun danket alle Gott (BWV657), fuga in g-moll (BWV578), de andere twee versies van Liebster Jesu, wir sind hier om te eindigen met de prelude en fuga in G (BWV541).
Ik zit vrij ver achterin, dus dicht bij het orgel. Ik kan mooi meekijken op de schermen, maar val -uiteraard- in slaap, ergens tijdens de losse fuga om pas weer wakker te worden bij het concerto. Er is iets met die muziek van Bach.
Het concert is voor mij precies op tijd afgelopen en even later zit ik in een bomvolle bus richting Ferwert.
Vanmorgen regende het dus. Ik had besloten in Marrum naar de kerk te gaan, in de Godeharduskerk. Echt zo’n eenvoudig romanogotisch kerkgebouw. Overal kun je zien waar gebouwd en verbouwd is aan de kerk. De kerk zelf is uit de 13e eeuw, maar de toren met gevel is uit 1858. De kerk was gewijd aan Godehardus van Hildesheim, een Duitse bisschop die leefde van 960 tot 1038.
Het orgel uit 1831 (Hillebrand, gewijzigd door Lohman in 1833) is in 2010 grondig gerestaureerd en de organist van vanmorgen begeleidt lekker vlot de vele liederen die we zingen. Na de dienst blijf ik dralen. Het regent behoorlijk, en er is koffie. Toch moet ik op enig moment op de pedalen. Het is niet koud, maar wel nat. Pas bij Bartlehiem wordt het droog en heb ik tijd om van de omgeving te genieten. Ook van de geuren nu het regent.
Ik glibber over hele steile bruggetjes met de fiets aan de hand, maar wat geeft het.
Bij Leeuwarden begint het weer te regenen. Wat een geluk dat ik droge kleren bij me heb. Tegenover het station duik ik een restaurant in en kan ik me in het invalidentoilet omkleden. Fris en fruitig besluit ik mijn vakantie met een lekkere lunch en dan op de trein naar huis.



