Als ik bij de kerk vandaan fiets, bedenk ik dat ik lekker een pannenkoek ga eten. En ik weet precies waar: bij de Pannenkoektrein in Marrum. Ik moet me melden bij het loket, krijg een treinkaartje en wordt meegetroond naar het treinstel waar ik mag eten. Mijn kaartje wordt geknipt en ik krijg de dienstregeling (lees het menu) in de handen gedrukt. En even later zit ik aan een spoorbiertje.
Bij Marrum staat nog één van de stations van het Dokkumer Lokaaltje, de trein van Leeuwarden naar Anjum en Lauwersoog die een grote bocht door dit gedeelte van Friesland maakte. Het station was in gebruik van 22 april 1901 tot 1 december 1940. De lijn werd veelal gebruikt voor goederentransport en veel minder voor personenvervoer. Nu zijn her en der sporen van de lijn in het landschap terug te vinden, zoals dit station en station Blija, waar ik ook een stukje over het tracée kon fietsen. Eigenlijk bracht dat fietspad me op het idee om naar Marrum te fietsen.
Dwars tegen de wind in, dat wel, maar dat begon vanmorgen al. Ik heb een aantal punten op mijn program, deze ochtend. De tempel op de dijk, de terp fan de takomst en het kweldercentrum. En dan nog ergens eten.
Het kweldercentrum is nog geen acht kilometer hier vandaan, maar als je tegen de wind moet opboksen ben je best nog een poos onderweg. Maar het landschap is prachtig. Aan de kant van de weg zie ik wat wilgenbogen. Blijkt dat hier een huisje heeft gestaan, in de jaren ’70 afgebroken. Het heette het Houten Hemeltje en zo heet deze constructie van bogen van wilgentakken ook. Dan een boerderij met de naam In daelders plakje.
Na een paar kilometer sta ik onderaan de dijk en boven me staat de tempel van het wad. In 1993 was hier de dijkverzwaring en -verhoging voltooid. In opdracht van het waterschap Fryslân is deze tempel ontworpen en hier geplaatst. Ik heb een fantastisch uitzicht op het was en op de kwelders.
Daar lopen ook veel paarden, schapen en runderen. En voor de paarden ga ik de dijk af, richting de kwelders. Hier is een paardenmonument. In oktober 2006 kwamen zo’n 200 paarden vast te zitten op het snel onderlopende gebied. Overal zijn hoger liggende dobbes (drinkvijvers voor vee) en daar waren de paarden verzameld door hun eigenaars, afwachtend tot het water ging zakken. En dat gebeurde niet. De paarden hadden geen ruimte, verzwakten, raakten onderkoeld, alle hulp met voer en water ten spijt. Reddingspogingen werden ondernomen, een dijk zou gebouwd worden, een ponton, vergeefs. Tot een amazone uit een dorp vlakbij bedacht dat paarden misschien de leidende merrie zouden volgens als deze gehalsterd zou kunnen worden. Zij ging met vijf andere vrouwen te paard de kwelder op via een smal pad dat onder water gevonden was. En de dieren volgden de amazones. Onder luid gejuich kwamen ze aan wal. Evengoed stierven er nog ca 20 dieren. Ter herinnering hieraan zijn in een betonnen plaat enkele tientallen roestvrijstalen paardenhoeven bevestigd.
Terug de dijk op, naar het kweldercentrum. Hier kom ik meer te weten over kweldervorming, de Atlantik Wal (waarvan hier een oefenbunker staat), de dieren die hier leven en over de vele vliegtuigen die hier zijn neergestort in de Tweede Wereldoorlog.
Bij een voormalige boerderij is een alternatieve herberg waar ik lunch. En dan onder de dijk, met de wind mee, naar de terp fan de takomst. Helaas is het ver op de kwelder en ik ben niet gekleed op wandelingen. De terp is een idee van een inwoner van Blije (of Blija) om de verbinding tussen dorp en zee te laten zien.
Vanaf de terp fiets ik naar Blije, naar het kerkgebouw de Paadwizer. In dit onopvallende jaren ’50 gebouwtje begint vandaag de orgelfietstocht van Organum Frisium. Op de balustrade staat een klein orgel, van de hand van Herman Knipscheer II. Het stamt uit 1869 en stond eerder in Tzum en Marrum. Bij de bouw heeft Knipscheer gebruikt gemaakt van ouder pijpmateriaal.
Organist is Jochem Schuurman en in deze kerk speelt hij werk van Krebs (leerling van Bach, Was Gott tut, das ist wohlgetan), Haydn (de mars uit diens Flötenuhr), Rheinberger (een romantische prelude) en van J.C.H. Bach de variaties over Ah, vous dirai-je maman. Wij herkennen onmiddellijk de melodie van Altijd is Kortjakje ziek.
We stappen op en een goede twee kilometer bestijgen we de terp van Hegebeintum. Op de hoogste terp van Nederland staat een 12e eeuwse kerk. Het is maar klein en we passen er ternauwernood in. Ik zit lekker in de herenbank, recht tegenover het orgel. De kerk is befaamd vanwege de vele rouwborden die een periode van ruim twee eeuwen beslaan.
De kerk heeft een klein Van Dam orgel uit 1862. Er is slechts één register aan toegevoegd, maar verder is nog origineel. Om Bach-zoon J.C.F. meer eer aan te doen, begint Jochem met de Sonate in D. Dan een prelude van Umbreit om te eindigen met vijf aria’s van Rathgeber uit diens Schlag-Arien. Voor mij merendeels onbekend en daarom verrassend. En ook heel leuk: de deur blijft openstaan en daardoor hoor ik de wind door de bomen waaien.
En terug, naar Blije, naar de Sint Nicolaaskerk. De kerk is laatgotisch, begin 16e eeuw, en gebouwd op de plek van de Romaanse voorganger. De toren is nog Romaans, uit de 13e eeuw.
Vermoed wordt dat de kerk gebouwd is vlak na het overlijden van Tet Wyboltsma in 1532 en dat dit overlijden zelfs de aanleiding was. Zij is samen maar haar man Janke van Unema begraven in de kerk. Op hun graf ligt een prachtig versierde zerk waarop Janke in volle wapenrusting is afgebeeld.
Het orgel is ook van Van Dam maar wel een flinke slag groter dan in Hegebeintum. Jochem speelt van Bach het Concerto in B en Rinck zes variaties over een thema Corelli. Eigenlijk zijn dan alle klanken van orgel langsgekomen, behalve eentje: de Aeoline, een zacht strijkregister. Aeolus betekent wind, weet ik. Grappig! Daarom speelt Jochem van Frech het Vorspiel in G en omdat je zo’n dag als vandaag niet zacht kunt laten eindigen, daarna nog Toccata van Dubois.
Ik trap tegen de wind langs voormalig station Blija, over een stukje spoorlijn,dan langs de grote weg naar Marrum. Ik eet heerlijk in een oude treinwagon. Het personeel loopt in conducteurs- en stokersuniform en blijft volkomen rolvast.
Zo, op naar de B&B.







