Ik loop naar het museum, de fiets staat op slot, de foto is gemaakt, fietstassen in de hand, zie ik een brief je op de deur: Alle tickets voor vandaag zijn verkocht. Verroest. Blijkt dus dat ik een ticket had moeten reserveren, maar dat is lastig als je niet precies weet hoe laat je aankomt. Snel plan B bedacht. Een straat verderop is nog een museum. Ga ik daar heen.

Maar eerst even terug naar gisteravond. Vanuit Alphen aan den Rijn was ik naar Zaltbommel gereisd, naar de Grote of SInt Maartenskerk. Op het Wolfferts-Heijnemann-orgel zal een improvisatieconcert worden gegeven. Het orgel stamt uit 1783 en is van de hand van Wolfferts, maar hij maakte wel gebruik van materiaal uit het oude orgel van Verhofstad. Tien jaar later alweer wordt het niet alleen vergroot, maar ook verbeterd door Heijnemann.

De kerk zit behoorlijk vol en dat heeft alles te maken met de concertgever van deze avond: de Duitse meesterimprovisator Wolfgang Seifen. In het programmaboekje staat op welke manier hij gaat improviseren. Prelude en fuga in barokstijl, twee karakterstukken in vroegromantische stijl, een fantasie met fuga in laatromantische stijl en als afsluiter een symfonisch drieluik in modern idioom. Op scherm kunnen we de verrichtingen zien, hoe hij vanaf zijn schets met registraties de juiste knoppen trekt, hoe hij schijnbaar moeiteloos speelt, muziek die hiervoor niet bestond en hierna ook niet meer. Maar in dit uur wel. Het donderende applaus is meer dan verdiend.


Het mag dan wel vakantie zijn, maar om vijf uur ging vanmorgen de wekker. Ik wilde de trein van half zeven pakken, richting het noorden. In Meppel stap ik uit. Ik heb even zitten dubben, of ik wel of niet ga. Ja, dus wel. In Meppel is het vandaag Donderdag Meppeldag en dan is er om 10 uur een marktconcert in de Grote of Mariakerk. Na de koffie loop ik op mijn gemak een rondje om deze vreemd uitziende kerk. De toren en zuidbeuk zijn uit de 15e eeuw, de noordbeuk uit de 16e eeuw. Het koor is begin 18e eeuw afgebroken en de kerk afgesloten met een classicistisch aandoende gevel.

Het orgel stamt uit het begin van de 18e eeuw en is in beginsel van Kamps. Echter, dit orgel kwam niet door de inspecties heen. Kamps overleed (volgens zijn zoon vanwege het gedoe rondom het orgel) waarna Frans Casper Schnitger het orgel afrondde.

Wietse Ouwejan geeft een kort concert met heerlijke orgelmuziek uit de Noord-Duitse traditie. Scheidemann (Benedicam Domino), Hanff (drie korte koralen), vijf dansen uit Danserye van Susato. Besluit is een monumentale prelude met fuga van Böhm. In de toelichting vertelde Wietse dat Böhm in zijn eigen kerk in Lubeck zich had ingezet voor een groter pedaal aan zijn orgel. Dat was gelukt en in de prelude laat hij dat merken. Het eerste deel is volledig op pedaal en dan het hele pedaal, van laag naar hoog. Het stuk is fascinerend en het orgel is echt prachtig.


Tijd om de trein weer op te zoeken. En uiteindelijk beland ik om iets over twaalf in Franeker. En sta ik voor de kassa van het Planetarium. Geen kaarten meer vandaag. Verhip!

Dan naar Museum Martena in het Martenahuis. Nog nooit geweest, dus….

Het museum is gevestigd in de Martenastins, een stins die in 1498 in opdracht van de Friese edelman Hessel van Martena (ca. 1460-1517) is gebouwd. In de kelder word ik ontvangen en dan kan ik naar boven. Het trappenhuis zit in het naastgelegen pand en zo kun je de drie verdiepingen op je gemak bekijken.

Er is een prachtige pronkkeuken met een kast vol met schitterend porcelein, een zaal met beschilderingen op de wanden, die zo van de hand van Daniel Marot zou kunnen zijn, het studeerkamertje van Anna Maria van Schuurman, een woonkamer uit de 19e eeuw. Ik kom ogen tekort.

Een verdieping hoger is er een zaal met portretten van de heren professoren van de Franeker Universiteit en diverse artefacten, zoals een xylotheek. Ogenschijnlijk een kast vol boeken, maar ieder ‘boek’ is gebonden in boombast en bevat gedroogde bloeiwijzen, bladeren en vruchten van een boom met een blokje hout van 1x1x1cm (voor bepalen van het soortelijk gewicht). Een curieus bord hangt aan de wand voor de Franeker Flankeurs, studenten die zich hadden aangemeld om de Belgische Opstand te bestrijden. Gevochten hebben ze niet, toch kwam er één niet thuis. Hij liep met zijn dronken kop in een sloot en verdronk.

De andere zaal is gewijd aan de fiets, met o.a. een Friese stoeltjesklok waar in een fiets is afgebeeld en een medaille van Hein van Wageningen. Hij fietste in 1889 een wielerwedstrijd uit als één van de vier uit 18 deelnemers.

De zolder is gewijd aan de buitenbeentjes, mensen die net iets anders zijn of kunnen dan anderen. Iemand die als kind nooit naar kermis mocht en later een hele kermis in het klein nabouwde, gemaakt van allerhande materialen. Of de latere directeur van het Princessehof die de middelbare school niet afmaakte, notaris werd en van alles verzamelde en daarom maar zijn eigen museum begon. Of Admiraal Tom Pouce, artiestennaam van Jan Hannema. Toen hij zes maanden was stopte hij met groeien en hij werd niet langer dan 71 cm. Maar juist daarmee verdiende hij later zijn geld door zich tegen geld te laten bekijken. 


Tijd om naar de B&B te fietsen. Ik zet een knooppuntenroute uit en slinger zo naar Ferwert. In Boer zie ik een rode kerk staan en dus sla ik even af. Ik maak nog een omwegje over Kleaster Anjum, een weg en buurtschap genoemd naar klooser Mariënberg, een dubbelklooster dat hier in 1256 werd gesticht. Na de Reformatie werd het klooster verwoest en de terp werd begin 20ste eeuw afgegraven.

In Berltsum (Berlikum) zie ik van ver de enorme koepelkerk. Als ik langs het fiets, zie ik dat de deur aanstaat. Zou het? En jawel, de kerk is open en ik ga even binnen kijken. Ik ben alleen en het is heel stil, op het zware tikken van het uurwerk na. De kerk stamt uit de late 18e eeuw en is gebouwd op de plek van de bouwvallige 14e eeuwse kerk.


Nog even een zijspoor. Onderweg kom ik twee relicten tegen van de vroegere spoorlijnen. Bij Dongjum staat het vroeger station nog. Dit lag aan de spoorlijn Tzummarum Franeker. De opening was is 1903. De lijn zou moeten aansluiten op de lijn tussen Leeuwarden en Harlingen maar de brug die daarvoor gebouwd moest was wel erg duur. In 1933 werd het personenvervoer gestaakt en de lijn werd enkele jaren later opgebroken. Bij Vrouwbuurstermolen staat ook nog een station. Hier is ook de spoorlijn nog te herkennen in het fietspad. Dit is de vroegere lijn Stiens Harlingen. Ook deze lijn was geen lang leven beschoren. In 1904 open, in etappes gesloten tot in 1971 de lijn helemaal gesloten was.

Zaltbommel
Grote of Mariakerk, Meppel
Museum Martena, met pronkkeuken
Beschilderde kamer
Studeerkamer Anna Maria van Schuurman
Woonkamer
Fietsen
Onder xylotheek
Kermis, verzameling doosjes, rechtsonder klompjes en stoeltje van Tom Pouce
Koepelkerk Berlikum
Station Dongjum en station Vrouwbuurstermolen, impressie Friese platteland

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.