Vandaag ben ik naar Nijmegen gereisd. Museum Valkhof is weer open na een grondige renovatie en omdat hier veel materiaal uit de Romeinse tijd wordt bewaard, past het goed in mijn vakantie.
In Nijmegen wordt erg druk gebouwd voor de feestelijkheden rondom de Nijmeegse Vierdaagse en daarom is het slalommen geblazen naar het Kelfkensbos, dat zelf ook nog maar net is gerenoveerd. Door alle bouwsels zie ik niet meteen dat de befaamde godenpijler van Nijmegen ontbreekt. Hopelijk komt die wel terug.
Het museum is danig opgefrist en grote eenkleurige trap is behapbaarder geworden door twee kleuren en meer leuningen. Beneden moet ik zijn voor de Romeinen, maar het is toch anders dan ik had verwacht.
Hier, in de tentoonstelling Mens op de grens, wordt de geschiedenis van Nijmegen vanuit het verre, verre verleden tot en met vandaag verteld. En daarvan maken de Romeinen onlosmakelijk deel uit, maar worden ze gezet in het grotere geheel van de stad.
Vol verbazing loop ik rond. Zoveel moois als hier ligt. En ook hoe gewoon het is. De Romeinen gebruikten steelpannetjes, tentharingen, flessen, kannen, dakpannen, sieraden. En het verschilt bijna niet van wat wij nu nog steeds gebruiken. Sommige ontwerpen zijn blijkbaar zo goed, dat er nauwelijks verbetering is doorgevoerd.
Het steelpannetje? Je zou het zo op het vuur kunnen zetten. De tentharing? Gewoon bruikbaar.
De handspiegel? Daarvoor moet ik iets meer moeite doen. Het laagje zilver dat op het brons was aangebracht, is in de loop der tijd vervaagd. Het zilver werd gepolijst en spiegelde daardoor.
Er worden diverse wijaltaren en votiefstenen getoond. Afgezien van hun doel, vind ik het bijzonder dat we daardoor nog steeds de namen kennen van mensen die al bijna 2000 jaar niet meer leven. Soms zelfs is te achterhalen waar ze vandaan kwamen en in welk legeronderdeel ze dienden. Misschien was het hun bedoeling dat ze lang zouden worden herinnerd, maar zó lang?
Op het Kelfkensbos stond tot voor kort een replica van de godenpijler van Nijmegen en hier staan de originele stukken. Indrukwekkend in hun grootte en detaillering.
Deze twee blokken steen waren ooit onderdeel van een pijler met zeker nog twee andere steenblokken. Die zijn nooit teruggevonden en dat deze twee bewaard zijn gebleven, is vermoedelijk omdat ze in de late oudheid gebruikt zijn als fundering van de nieuwe verdedigingswal.
Zo’n godenpijler is een erezuil en in Rome is nog steeds een aantal van deze pijlers te bewonderen. De waarschijnlijk bekendste is de Zuil van Trajanus, waarop in een doorlopende fries, als in een stripverhaal, de veldtochten van keizer Trajanus worden verbeeld. Nu is dat wel een heel grote pijler, net geen 30 meter hoog, en is er zelfs een wenteltrap binnenin.
De zuil van Tiberius, zoals de godenpijler van Nijmegen ook wordt genoemd, is bescheidener van omvang geweest. De erezuil is waarschijnlijk opgericht ter ere van keizer Tiberius. Diverse redenen worden hiervoor gegeven: het einde van een langdurige oorlog tegen de Germanen, de reorganisatie van de grensverdediging langs de Rijn door Tiberius (hij verbleef tussen 10 en 12 nChr in Germanië als hoogste militair), zijn verheffing tot keizer in 14 nChr of de triomf van Germanicus in 17 nChr. Welke het is? We zullen er nooit achterkomen.
Tiberius Julius Caesar Augustus werd geboren als Tiberius Claudius Nero op 17 november 42 vChr in Rome en hij was de tweede princeps van Rome. Terzijde: In de eerste jaren van het keizerrijk wordt deze keizer nog geen caesar genoemd, maar princeps ofwel meest vooraanstaande.
Hij volgt in 14 nChr zijn adoptievader Augustus op. Augustus had hem in 4 nChr geadopteerd om de opvolging veilig te stellen, nadat zijn kleinzoons waren overleden. Adoptie was een gebruikelijke praktijk in de Romeinse wereld.
Hij is het die op één van deze steenblokken staat afgebeeld temidden van de goden Apollo, Diana en Ceres. Bij Tiberius staat TIBR CSAR ofwel Tiberius Ceasar. Godin Victoria houdt hem de lauwerkrans boven het hoofd.
Ik lunch op het gloednieuwe museumterras, onderwijl naar Vierdaagse-bedrijvigheid kijkend en dan ga ik op pad. Verder op zoek naar de Romeinen, want in museum de Bastei, een laat-middeleeuws verdedigingswerk, daal ik even af naar de Romeinse tijd. Een stuk van de Romeinse stadsmuur werd in de 14e eeuw onderdeel van een kelder en in de 16e eeuw werd de stadsmuur erop gebouwd, onder andere deze bastei.
Iets verderop, in een parkeergarage, is weer een stuk van deze muur te vinden. Het laatste stukje zie ik naast het Besienderhuis.
Natuurlijk raak ik de muur aan, hier, naast het Besienderhuis én in de Bastei. Dichterbij de Romeinen kun je echt niet komen.
Op naar de trein, maar ik heb wederom pech. Nu loopt er een schaap op of dichtbij het spoor. De trein gaat daardoor bijna stapvoets op Elst aan en ik mis mijn aansluiting. Nou ja, ’t is niet anders.






