Aan de rand van het Vrijthof is het dan eindelijk (want vier uur) tijd voor mijn verlate lunch. Niet aan het Vrijthof. Er is daar niet zo veel te zien, want het is de tijd van de concerten van André Rieu en dus is het plein afgezet.
Het is lekker op het beschaduwde terras met de wind die zo nu en dan door de straat waait.
Maastricht, dus. Daar ben ik vandaag. Voor een orgelwandeling en mijn bedoeling was om vooraf aan de Maas te lunchen of ergens een stuk vlaai te verschalken, maar mijn telefoon trok een streep door die rekening. De telefoon was aan het eind van zijn leven, zo bleek en dus stond ik in een telefoonwinkel voor een nieuwe. Dat duurt natuurlijk eventjes en terwijl de telefoon werd ingericht, ging ik snel naar de HEMA voor een broodje. Niet de lunch die ik in gedachten had, nee, dat zeker niet.
Maar, gelukkig ben ik op tijd voor de orgelwandeling. Als altijd overdondert het westwerk van de Onze Lieve Vrouwe me. Een massieve muur van natuursteen, her er der zijn stukken van Romeinse bouwwerken verwerkt en dan stap ik de donkere kerk binnen. Het is er nog redelijk koel en als ik een kaartje heb gekocht ga ik een ronde door de kerk maken. Overal kijken en foto’s maken. Het hoofdorgel staat in de schijnwerpers, maar we beginnen in het transept bij het koor- of transeptorgel.
Floris van Gils is onze organist, werkzaam in Brüggen, Duitsland en hij neemt ons mee naar het Engeland van de 17e eeuw. Purcell schreef slechts vier orgelwerken, maar vanmiddag speelt Floris twee van zijn werken die voor orgel zijn getranscribeerd, Ground in c en Rond O.
We verhuizen naar het schip van deze prachtige 11e eeuwse kerk. Floris klimt naar het orgel uit 1652. Wat me opvalt aan de buitenkant is het verschil tussen de luiken van het hoofdwerk en het rugwerk. Een totaal verschillende stijl, 17e eeuws tegenover iets Byzantijns. Het programma is grotendeels 17e eeuws, vroeg 18e eeuws.
Van François Couperin diens Offertoire sur les Grands Jeux, dan van Bach Christ, unser Herr, zum Jordan kam en An Wasserflüssen Babylon. En in deze kerk die ook Sterre-der-Zee wordt genoemd kan een Ave maris stella niet ontbreken. Het is van Nicolas de Grigny
Tot de 12e eeuw is weinig geweten over de Onze Lieve Vrouwebasiliek van Maastricht. In de Franse tijd is het kerkarchief verloren gegaan. Vermoed wordt dat kerk zeker één voorganger heeft gehad, mogelijk meerdere en de eerste daarvan zou wel eens de oudste kerk van Maastricht en daarmee Nederland kunnen zijn geweest. Die kerk zou gebouwd zijn binnen de muren van het laatromeinse castellum, wellicht als vervanging van een Romeins heiligdom.
De naam Sterre der Zee is in de katholieke eredienst terechtgekomen door de heilige Hiëronymus. Hij verklaarde de naam Maria, door de Hebreeuwse naam Maryam op te delen in ‘mar’ en ‘yam’, in het Latijn stilla maris ofwel druppel der Zee. Stilla verbasterde tot Stella, ster, en zo komt Maria aan haar naam Sterre der Zee.
Door de warme stad verplaatsen we ons richting het stadhuis. Daar net voorbij staat de 14e eeuw Sint Matthias. Ik heb daar vorig jaar de kerstavonddienst meegemaakt, maar toen was heel erg koud. En donker uiteraard. Nu, met het felle licht, zie ik hoe mooi de ramen van deze kerk zijn. Het huidige gebouw is niet de eerste kerk op deze plaats. In 1297 wordt een kerk op deze plaats vermeld en bij het aanleggen van verwarming werden fundamenten van een eerder gebouw ontdekt.
Het orgel staat nu op een orgelbalkon, een oksaal, maar op een oudere foto zie ik hoe het ingeklemd in een torennis staat. Deze aanpassing moet het geluid zeker ten goede komen. Het orgel stamt uit 1808 en is van de hand van Binvignat
Floris speelt van Micheelsen een prelude. Dit neobarokke stuk klinkt verrassend mooi op dit orgel. Van Walcha volgt Wer nur den lieben Gott läßt walten en dan Bach, diens Toccata, Adagio und Fuge in C-Dur, BWV 564. En uiteraard val ik ergens tijdens het Adagio in slaap om net voor de afsluiting van de fuga wakker te worden.
Een kort stukje lopen en we staan in de relatief koele Sint Servaasbasiliek, vermoedelijk gebouwd op het graf van Servatius. Servaas van Maastricht, Servatius, Sarbatios of Aravatius, vermoedelijk in Groot-Armenië geboren en in de 4e of 5e eeuw gestorven in Maastricht of in Tongeren. Toch is hij de eerste, historisch verifieerbare bisschop in de Nederlanden. Voorin de enorme kerk staat zijn noodkist of reliekschrijn. Een prachtig staaltje middeleeuwse smeedkunst. Het is een eikenhouten kist, bekleed met verguld koperen reliëfs en gemaakt rond 1160-1170. Het wordt de noodkist genoemd omdat de schrijn werd rondgedragen in een processie in tijden van nood.
Hoewel de kerk ook Romaans is, net als de Onze Lieve Vrouwe, oogt deze ruimtelijker en veel lichter. Achterin staat op een enorm podium het orgel. Dit orgel is in 1736 gebouwd door Le Picard uit Luik voor de Dominicanerkerk, de huidige boekhandel. Le Picard gebruikte hierbij pijpwerk van een voorgaand orgel. In 1805 werd het orgel overgebracht naar de Sint Servaas en in 1991 helemaal herbouwd.
Floris speelt onbekende muziek van bekende componisten. Van Elgar The Vesper Voluntaries, een boeiend stuk met ontzettend veel kleine deeltjes met veel verschillende tempo-aanduidingen. Dan van Langlais Chant de Paix om te besluiten met het Premier Choral van Hendrik Andriessen. Een feestelijk einde aan deze mooie middag.
Ik vertrek na mijn late lunch naar het station en helaas, ik heb pech. Ik haal mijn aansluiting op Sittard niet, omdat de spoorbomen problemen hadden. Ze bleven naar beneden en daarom moest de trein langzaam rijden -max 40 km per uur- en al toeterend iedere overweg benaderen. Ja, dan gaat het niet zo snel meer.
Gelukkig is de rest van de reis voorspoedig.





