Ik pak op station Rotterdam de roltrap maar, hoor. Het is zo warm en ik raak toch nog wel bezweet als ik naar de kerk moet wandelen. Eenmaal in Schiedam pak ik een 0.0 biertje op het terras en dan op naar… jawel, een orgelconcert.

Ik heb er al een lange dag opzitten als ik net voor acht uur de Havenkerk inloop. Twaalf uur eerder zat ik in de trein naar Houten Castellum voor de vierde Limes-fietstocht. Vanuit Houten ga ik richting Utrecht en dan met een lange slinger naar Wijk bij Duurstede om vervolgens bij station Houten Castellum te eindigen.


Station en wijk heten dan wel Castellum, maar of hier een castellum heeft gestaan is onzeker. Wel hebben de moderne stadsontwikkelaars het gebied rondom het station ingericht als zo’n Romeins Castellum. Het spoor vormt de ene as, het fietspad de andere. Een deel van de huizen heeft een mediterraan uiterlijk, met de lichtrode dakpannen. In de tunnel onder het station hebben de bakstenen muren banden van natuursteen, alsof restanten van een fort hier zijn hergebruikt.

In het oude dorp kijk ik bij de kerk even naar de grond. Daar is in diverse kleuren klinkers de omtrek aangegeven van drie boerderijen c.q. villa’s. Deze zijn bij opgravingen gevonden en onder de rest van de bebouwing moet nog veel meer van Romeins Houten liggen.

Net buiten Houten gluurt een uitvergroot Romeins masker door de bomen. Het origineel is hier in de omgeving gevonden. Niet zo verwonderlijk, want een paar honderd meter verderop liggen de fundamenten van Castellum Fectio. Deze zijn als een soort kunstwerk in het landschap weergegeven. Bijzonder is dat op een steenworp afstand het 19e eeuwse Fort bij Vechten ligt, een moderner verdedigingswerk, op de plek van de vicus (het dorp) dat bij het castellum was ontstaan. In zo’n vicus woonden handelaren en handwerkslieden die voor en in het castellum werkten. En ook bijzonder: zowel Castellum Fectio als Fort bij Vechten is Unesco werelderfgoed.


Ik steek even rechtsaf naar de replica’s van een Romeinse wachttoren en een mijlpaal. Onderweg kom ik er zeker nog vier op het spoor en ik denk dat er vast nog over het hoofd heb gezien. 

Terzijde: De Romeinen plaatsten mijlpalen door heel Europa. De lengte van de Romeinse mijl kan in de praktijk variëren van 1400 meter in bergachtig gebied tot 1500 meter op vlakke wegen. De etymologie van het woord “mijl” gaat namelijk terug op het Latijnse mille passuum, duizend passen, waarbij in één pas beide voeten verplaatst worden. Een mijlpaal noemden de Romeinen een milliarium. De belangrijkste, waar alle afstanden in het rijk aan gerelateerd werden, was de Milliarium Aureum (de Gouden Mijlpaal) op het Forum Romanum in het centrum van Rome. Bron Wikipedia


Ik geraak in Utrecht waar ik de Kromme Rijn oversla en langs de Minstroom (een verbastering van Meentstroom) richting de Oude Rijn fiets. Langs Amelisweerd kom ik bij Rhijnauwen en bij het theehuis ga ik op het terras aan de rivier lunchen. Het is vroeg, maar een pannenkoek wil er best in. Ik kijk naar het kabbelende water en twee ezels die telkens de schaduw van de grote boom opzoeken.

Vanaf hier heb ik flink tegenwind. De route voert me opnieuw langs Fort Vechten. Ik ga nog wel snel even aan de Koningsweg de votiefsteen bekijken. Het is een replica, uiteraard, en het origineel staat in Leiden. De steen was erg beschadigd, maar toch kon er het volgende uit opgemaakt worden.

Aan de godin Viradecdis hebben de burgers van Tungri en de schippers die in Fectione verblijven, hun gelofte ingelost, gaarne en terecht.”

Fectione is Vechten en Tungri is het huidige Tongeren in België.

Terzijde: Godin Viradecdis is waarschijnlijk een Keltische godin die in de Germaanse godenwereld is opgenomen. De naam zou bestaan uit de protokeltische woorddelen wīrjā of wīro dat waarheid zou betekenen en dekos dat eer zou betekenen. Haar naam zou dus zijn: zij die de waarheid eert.

Langs de Achterdijk koers ik op Werkhoven aan en daar kom ik bij de Achterrijn. Bij weer een mijlpaal steek ik de Oude Kromme Rijn over. Wijk bij Duurstede is in zicht. Ik fiets door de nieuwe woonwijken en ineens sta ik bij een hoogstambomenmuseum. Het is een boomgaard met goudreinettes die door vrijwilligers wordt onderhouden. En wat heeft dat met de Romeinen te maken? Nou, zij hebben de handappel meegenomen naar onze contreien. Hier was al wel een wilde appel bekend, maar die was niet eetbaar. Via de zijderoute kwam de appel vanuit China naar Italië en via de Romeinen weer bij ons. Trouwens, de kip, de abricoos, de peer, de walnoot en de kers hebben ze ook meegebracht.


Wijk bij Duurstede, het vroegere Dorestad. Op de Markt ga ik eerst naar de ijssalon. Ik heb het verdiend, na de tocht tegen de wind in. Ik geniet van limoncello- en zwartebessenijs en dan op naar het vernieuwde museum. In het oude stadhuis is na jaren gesteggel eindelijk het museum geopend. Nog niet alles is klaar, zie ik, als ik via de trappen naar boven ga. Geeft niet, ik kom voor wat er aan Romeinse vondsten op de bovenverdieping ligt.
Het is niet zo heel veel, maar wel erg mooi. Een klein godsbeeldje, munten, meloenkralen, scherven aardewerk, een glazen kan. Maar de helm van Titus? Die is er nog niet. Die moet terugkomen uit een ander museum, ik vermoed RMO Leiden, en dat is nog niet gebeurd. Jammer, want deze helm heeft inscripties van twee soldaten. Titua Allienus Martialis en Statorius Tertius. die beiden dienden in het regiment van centurion Antonius Fronto. Deze soldaten kwamen uit Moesa Inferior, een provincie aan de Donau.


Weer verder, eerst langs de veerstoep. Aan de overzijde staat de helft van een onaf kunstwerk dat de Romeinse rijksgrens aangeeft. In grote metalen letters staat daar TOT HIER. Waar ik nu sta had TOT DAAR moet komen te staan, maar de province Utrecht vond het landschappelijk niet passen.
Langs de Lek en dan via ’t Goy kom ik in Houten terug. Daar staat vlak bij het dorp in een weiland een groot kunstwerk van metaal, de villa van Houten. Als ik kom aanrijden zie ik een Romeinse villa, als ik voorbij ben en terugkijk, staat daar de tekst: ‘Hier wordt gewerkt aan geschiedenis, ondertussen vervliegt de tijd, onherroepelijk’. De tekst is een vrije vertaling van een dichtregel van de Romeinse dichter Vergilius.


Tijd om naar huis te gaan. Eten, douchen, tas pakken en naar de trein. We gaan naar Schiedam. De Havenkerk is officieel de Sint Johannes de Doperkerk, wat ook goed te zien is, omdat onder de kuip van de preekstoel de doop in de Jordaan wordt afgebeeld. De neoclassistische kerk is gebouwd in 1822/1824 en vooral de voorzijde drukt dat duidelijk uit met de enome pilaren die een driehoekig fronton torsen.
De kerk is in 1967 gesloten voor de rooms-katholieke eredienst en nog een tijd in gebruik geweest bij een ander kerkgenootschap. Nu is het van een stichting. Er wordt maar zelden een orgelconcert georganiseerd en vanavond is het zover.
Arjen Leistra, stadsorganist van Schiedam, zal het concert verzorgen op het Maarschalkerweerd-orgel uit 1875.
Het programma is zeer divers, met Nieland (Toccata en Pastorale), Reger (Toccata en Fuga), Mendelsohn (Cantilene), Karg-Elert (Funerale en een koraalimprovisatie), Dupré (koraal en fuga) en Langlais (Communion en Fête). Fête, feestelijk, dat is het zeker.

Boven: tunnel station Houten Castellum, kerk Houten, vindplaats boerderijen
Onder: masker in het park
Bij Castellum Fectio
Met de klok mee van linksboven: votiefsteen voor godin Viradecdis (2 foto’s), de brug over de Kromme Rijn (2 foto’s), de Minstroom (2 foto’s)
Linksboven: groepsschuilplaats uit de Tweede Wereldoorlog, diverse mijlpalen
Mijlpaal bij de oversteek van de Oude Kromme Rijn
Boven boerderij, overige foto’s hoogstambomenmuseum
bodemvondsten in Museum Dorestad
Sfeerimpressie
Havenkerk


Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.