Als ik Ilpendam uitrij richting de grote weg, sta ik voor een verkeerslicht en een slagboom. Ik druk op de knop en een belletje rinkelt. Aan de overkant van de weg komt net de pont aangevaren en na een paar drukken op wat knoppen, zet de veerbaas de lichten op de grote weg op rood, gaan de slagbomen van de pont en voor mijn fiets omhoog en kan ik de pont oprijden. Ik sta wel een beetje verbaasd te kijken, maar eigenlijk is het ook wel logisch. Toen dit kanaal gegraven werd, waren er geen auto’s die over de weg langs het kanaal raasden. Vandaag wel en je moet op een of andere manier toch zorgen dat fietsers, wandelaars én automobilisten veilig naar de overkant kunnen.
Vanmorgen ging al vroeg de wekker en met de eerste trein ging ik op Amsterdam aan. Aan de achterzijde van het station ging ik even koffie mét pakken en daarbij zat ik buiten, aan de rand van het IJ.
Als ik de veerboot zie terugkomen ga ik naar Amsterdam-Noord. Het blijkt dat dit veer, het Buiksloterveer, één van de oudste veerverbindingen van Nederland moet zijn. Al in 1308 wordt het veer genoemd, al legde het toen wel op een andere plek aan dan nu.
Langs een breed kanaal fiets ik naar het Noorden, met tegenwind. Bij molen d’Admiraal sta ik even stil. Deze molen stamt uit 1792, gebouwd in opdracht van Elisabeth Admiraal en is een tras- en krijtmolen. Tras is gemalen tufsteen dat aan kalk werd toegevoegd om mortel te maken. Rond 1900 ging men krijt malen voor de verfindustrie. Grappig, hoe landelijk het hier al is, terwijl ik officieel nog in Amsterdam zit.
Nu ben ik wel niewsgierig, langs welk kanaal ik nu fiets. Dat blijkt het Noordhollandsch Kanaal te zijn. Ik zit een beetje vreemd te kijken, want dat is toch westelijker? Alkmaar, Den Helder etc.
Wel, niet helemaal, zo blijkt. Het loopt vanaf het IJ tegenover Amsterdam Centraal via Purmerend richting Alkmaar en vandaar naar Den Helder.
in 1819 werd begonnen met de aanleg van dit kanaal, noodzakelijk omdat de bevaarbaarheid van de Zuiderzee afnam. Amsterdam werd daardoor langzaam onbereikbaar.
Een rechtstreekse verbinding van Amsterdam naar de Noordzee werd nog niet haalbaar geacht en daarom werd richting Den Helder gekeken. Dat was ook de marinehaven, die ook bereikbaar moest zijn.
Bij het graven werd gebruik gemaakt van bestaande boezemwaters, zoals de Buikslotervaart, de ringvaarten van diverse polders, het Slochter en de trekvaart Amsterdam-Purmerend. Uiteraard werden die wel verbreed.
Over het kanaal liggen zes pontveren en ik mag vandaag twee keer het kanaal oversteken. Eerst bij De Schouw waar ik oversteek richting de Broekervaart. Deze vaart is heel bijzonder, omdat de woonboten aan de overkant liggen en niet bereikbaar zijn over land. Iedere boot heeft een eigen handbediend pontje.
In Broek in Waterland sta ik even stil, want de brug over de vaart gaat open. De brugwachter komt op zijn fiets aan, de slagbomen gaan neer, de bellen rinkelen en dan wordt het brugdeel naar boven geduwd.
Ik fiets door schilderachtig Broek in Waterland (ik moet nog eens terug) en na een paar kilometer ben ik bij mijn eerste concertlokatie.
Inderdaad, een concertlokatie. Ik ben vandaag op orgelfietstocht en de eerste kerk is de Grote of Sint-Nicolaaskerk van Monnickendam.
Monnickendam is gesticht door norbertijnen uit Friesland, maar na de slag bij Warns waren de monniken niet meer welkom.
De hallenkerk met drie beuken is gebouwd aan de rand van de stad en met de bouw is rond 1400 begonnen. In 1644 was de kerk helemaal klaar, inmiddels in handen van de protestanten, maar helemaal in laat-gotische stijl ondanks de lange bouwduur.
We komen natuurlijk voor het orgel. Het is een zwaluwnestorgel in prachtig donkerrood of mahonie met groen-blauwe luiken die met goud zijn beschilderd.
De kas is neogotisch, het binnenwerk is gebouwd tussen 1778 en 1780 door Gerstenhauer met gebruik van pijpen uit het oude orgel uit 1530.
Vandaag zijn er drie organisten, Christine Kemp, Mark Heerink en Henk Verhoef en om beurt geven ze een toelichting op het orgel en verzorgen ze een klank- en registerdemonstratie, om vervolgens alle drie een concertdeel te verzorgen. Zeer gevarieerd.
Heerink heeft voor Buxtehude (Prelude in D) en Mozart (het zeer ingetogen Adagio uit pianoconcert nr 2) gekozen. Verhoef kiest voor Marchand, waarop het hele orgel zo’n beetje voorbij komt. Kemp speelt twee stukken van Cécile Chaminade en Sortie van Vierne.
Een klein eindje lopen en dan staan we op het voorpleintje van de Lutherse Kerk, een voormalige schuilkerk. Op het voorplein stond ooit de pastorie, nu diverse bomen en daardoor krijg ik de kerk niet op de foto.
Binnen valt gelijk de buik van de preekstoel op, in gemarmerd hout. Daarboven staat het orgel, ook van de hand van Gerstenhauer, uit 1782.
Het orgel klinkt uiterst verfijnd, bijna als een speeldoosje, maar heeft toch behoorlijk power, blijkt tijdens het concert.
Kemp speelt een prelude van Mendelssohn en twee stukjes van Verheijen. Onbekend voor mij, maar zeer fraai. Heerik kiest voor twee preludes met fuga van Albrechtsberger, en hier blijkt de kracht van het orgel. Verhoef kiest voor de glimlach, met stukken uit Der Zauberflöte van Mozart.
Het is ongeveer 7 kilometer fietsen naar Edam, maar we hebben ruimschoots de tijd en daar maak ik dankbaar gebruik van. Bij Hotel de Fortuna kan ik op het terras aan de waterkant zitten. Bootjes varen langs, het bruggetje gaat een keer open. Wat een mooie dag is het.
En dan ga ik naar de Grote of Sint-Nicolaaskerk, net als in Monnickendam een driebeukige hallenkerk, de grootste hallenkerk zelfs van Nederland. Deze kerk bezit prachtige prachtige glas-in-loodramen.
In de 15e eeuw werd begonnen met de bouw. In 1602 verbrandde de kap, en toen deze opnieuw was gebouwd, ontving de kerk nieuwe vensters, geschonken door Hollandse steden. Ik zie Leiden, Amsterdam, Rotterdam, Dordrecht, Delft en een gigantisch raam van Haerlem, met nagenoeg hetzelfde ontwerp als op het Haarlem-raam in de Sint Jan van Gouda.
Aan de torenwand hangt een tweekleurig orgel, het hoofdwerk in donkerrood, het rugwerk in mintgroen, beiden voorzien van luiken. Het orgel stamt uit 1663 en is gebouwd door Barend of Bernard Smit, vanuit Duitsland via Hoorn in Edam gekomen. Later wordt hij een zeer gewild orgelbouwer in Engeland, als de republiek van Cromwell ter ziele is. Onder Cromwell was muziek niet toegestaan en nu hij weg was, konden er weer orgels gebouwd worden.
Gelukkig mag muziek vandaag hier wel! Verhoef speelt van Biber Mensa sonora, Kemp een eigen compositie, composities van Rosalie Bonighton en Florence Price en een Festive Trumpet Tune van German. Heerink besluit met een prelude van Buxtehude.
Ik word zo blij van een dag als vandaag. Mooie orgels, mooie kerken, prachtige muziek, prachtig weer, schitterend landschap.
Ik moet nog terug naar Amsterdam-Centraal, maar dat is dus echt geen straf, zeker niet met de wind in de rug en een grote deel van de route ook nog in de schaduw, heerlijk!
Vanaf Ilpendam blijf ik het Noordhollandsch Kanaal volgen tot aan de veersteiger aan het IJ. De trein naar Rhenen komt binnenrijden. Prima, die gaat ook naar Utrecht Centraal. Als ik maar plek heb voor mijn fiets.


Midden langs de Broekervaart en de brug over de Broekervaart
Onder in Broek in Waterland







