Zit ik daar met m’n goeie gedrag, in Tivoli Vredenburg, voor een orgelconcert. Heeft de organist zich verslapen! Voor de moeite krijgen we gratis koffie en zo sta ik om iets over 11 uur op de keien. Tja, en nu?
Je hebt het al in de gaten. Dit wordt geen normale dag. Ik blijf in Utrecht omdat ik een etentje in Houten heb in de avond, dus wat gaan we nu doen?
Ik was al van plan om naar het Centraal Museum te gaan, maar nu ben ik gewoon erg vroeg, dus daarom maar een rondwandeling. Bij de Winkel van Utrecht koop ik de route Utrechtse hofjes en kameren. Eerst ga ik op de Mariaplaats lunchen en daarna dwaal ik langs verborgen stukjes Utrecht. Uiteindelijk loop ik maar de helft, maar ik kom genoeg plekken tegen die ik niet ken. Ik wist niet dat je bij de Mariahoek tussen de tuinen door terug naar de Mariaplaats kon lopen.
Langs hotel Karel V, gevestigd in gebouwen van de Nederlandse Balije van de Duitse Orde. De volledige naam is ‘Ordo domus Sanctæ Mariæ Theutonicorum Hierosolymitanorum’ en deze orde is ontstaan tijdens de Derde Kruistocht (1189-1192). Soms wordt de orde ook wel de Teutoonse orde genoemd. Tegenwoordig zit in het Duitse Huis uit 1345 de protestante tak van die orde, die dit pand kon terugkopen. De rest werd hotel.
Ik loop via een poort een grote binnentuin in en hier staat een groot wit gebouw, het voormalig Regulierenklooster. Hoe oud het gebouw is niet te zien, maar het klooster stamt zeker uit 1275 en dit gebouw werd in 1582 het gereformeerde weeshuis.
Aan de straat staan de Mieropscameren met een schots en scheve gevel. Deze kamertjes werd gesticht volgens testament van Cornelis van Mierop, de Domproost. De kamertjes (boven en beneden was één kamer) werden ingepast in de bestaande gebouwen van het klooster en de onregelmatige gevel wordt ‘verborgen’ door de witte stuclaag.
Een sprong in de tijd. Begin 19e eeuw werden iets verderop arbeidershuisjes gebouwd in de Tuinstraat. Links is behouden gebleven, rechts is afgebroken maar in de jaren 1980 toch herbouwd met behoorlijk goed gevoel voor proporties.
De Zeven Steegjes had ik wel eens gezien als ik over de stadswal liep, maar nu loop ik de acht (geen zeven) straatjes, gangen en stegen in. Het is klein, maar wel heel erg mooi. Veel groen en bloemen op straat. Deuren en ramen staan open, her en der zitten mensen samen op straat. De eerste huisjes zijn van ca 1842 en er werd gebouwd laat in de 19e eeuw. Er zijn nu nog 166 woningen over, compleet gerenoveerd, voorzien van keuken en toilet (want dat was er niet tot 1952).
Ik ben bijna bij het Centraal Museum en net daarvoor staan de Gronsveltkameren, in 1752 verplaatst vanaf de Agnietenstraat naar hier. Ik word gewezen op de dakgoot waaruit blijkt dat drie religieuze instanties deze huisjes beheerden. Per twee huisjes ziet de dakgoot er anders uit. Nooit gezien, hè?
De Nicolaïkerk is open en ik ga even zitten. Er wordt geoefend op het orgel. Toch nog wat orgelmuziek vandaag. Daarna ga ik via de tuin naar het museum. Op zoek naar het Utrechtse Schip.
Volledig in de overtuiging dat het een Romeins schip is. In de kelder slaat de teerlucht met op mijn keel, ik moet even aan het donker wennen en daar ligt in een glazen kist een groot schip. Maar niet Romeins, dat niet. Het moet tussen 997 en 1027 zijn gebouwd en heel bijzonder, de bodem van dit 17 meter lange vaartuig bestaat uit één uitgeholde eik. Daarop is de opbouw van planken en balken geplaatst. Een staaltje vakmanschap.
Ik besluit om toch naar de tentoonstelling over Gerard van Honthorst te gaan. Hij was tot ca 1650 de meest succesvolle en rijkste schilder van de Republiek der Nederland, niet Rembrandt.
Honthorst is hofschilder, reist naar Rome, heeft contacten in de Zuidelijke Nederland en in Engeland.
In Rome is hij behoorlijk onder de indruk van de Italiaanse schilder Caravaggio. Ik zie sommige werken hangen, die zo uit diens atelier vandaan konden komen.
Terug in Utrecht beïnvloedt Honthorst op zijn beurt Rembrand, Hals en Vermeer.
Hij had een groot talent, maar was vriendelijk, bescheiden en ietwat teruggetrokken. Ook paste hij zich makkelijk aan zijn omgeving aan, waardoor hij goed in staat is te begrijpen wat zijn opdrachtgevers verwachten.
Nergens wordt dat beter duidelijk dan in de portretten van Amalia van Solms. Frederik Hendrik was door Honthorst afgebeeld, ergens in 1632, en Amalia bestelde in die tijd haar portret bij Rembrandt. Nou, dat viel niet zo in goede aarde. Of Honthorst maar even een ander portret wilde maken. Photoshop avant la letrre, want je herkent haar echt in beide portretten, maar het is allemaal net wat strakker, mooiere neus, haar in de krul, mooie kleren. Bij Rembrandt is ze een gewone burgervrouw, in het zwart met een mooie kanten kraag. Niets zegt dat ze de echtgenote is van de hoogste bewindvoerder van de Nederlanden.
Honthorst heeft veel geschilderd en het is echt van alles. Grote altaarstukken, genrestukken met muzikanten en drinkers, portretten, voorstellingen uit de Bijbel, mythologie en allegorische verbeeldingen. Heel mooi vind ik het portret van Karel I van Engeland. Het lijkt een soort snapshot, de koning kijkt vriendelijk op van de brief die hij leest.
In de laatste zaal hangen portetten van diverse Oranjes. De keurvorst van Brandenburg, Frederik Willem I, met zijn vrouw Louise Henriette van Nassau (dochter van Frederik Hendrik) en daarnaast Willem II (oudste zoon van Frederik Hendrik) en Mary Stuart. Frederik en Louise staan naast elkaar zoals op elk ander huwelijksportet, de man links, de vrouw rechts (voor de kijker, dan). Bij Willem en Mary is het net andersom en dat heeft alles te maken met het standsverschil. Mary was de dochter van een koning, Willem de zoon van een stadhouder.
Tijd om naar het diner te gaan. Al met al een beetje een vreemde dag. Maar heb ik vandaag wel iets Romeins gezien? Jawel, bij de Dom is op diverse plekken de begrenzing van Castellum Trajectum in de straat aangegeven met een stalen rand. En net voor ik op de trein stap, zie ik in de Vaartse Rijn een replica liggen van een Romeins schip. Kijk! Toch nog.









