Van barbaren, schepen en een waterhoentje.

Gisteren in Praetorium Aggripinae (Valkenburg) zei de veerman tegen me: Ja, hier hield de beschaving op. Nou viel dat best mee, want de Romeinen zijn echt wel noordelijk van de Limes geweest. Bij Velsen was een marinehaven, door de kreken van wat nu het IJsselmeer is voer Drusus naar de Oostzee om (vergeefs) de Germaanse stammen aan te vallen, de Frisii werden (tijdelijk) onderworpen, maar uiteindelijk trok keizer Claudius in 47 nChr letterlijk een streep: de Rijn werd de noordgrens. Maar handel bleef bestaan. Noordelijk Nederland had niet wat de Romeinen wensten: hout, delfstoffen en steen. Over de Noordzee, daar lag Albion en daar was dat allemaal wel te vinden.

Zij die ten noorden van de Rijn woonden, werden barbaren genoemd. Wij vinden dat denigrerend klinken, maar dit woord is het leven begonnen in het Grieks als barbaroi, onverstaanbaar of onbegrijpelijk. Grieken noemden mensen die ze niet konden verstaan barbaroi, barbaren, omdat hun taal hen als gebrabbel voorkwam. Meer niet.

De betekenis verbreedde naar onbekende gebruiken en cultuuruitingen, nog steeds niet als een waardeoordeel. De Romeinen namen het begrip over en noemden de Germanen ook zo.

Door dat land van de barbaren fiets ik vandaag.


Ik begin in Alphen aan den Rijn, in Romeinse tijd Albaniana geheten. Het stond op de plek van het theater Castellum aan het Rijnplein. Het was één van de oudste forten van de Limes.

In de vermoedelijke gracht ligt een Boskoopse schouw, vol met planten. Deze schouw is een platboomde schuit en lijkt verrassend veel op de Romeinse schepen.

Vanuit Alphen aan den Rijn fiets ik tegen de straffe wind in naar het westen. De Rijn is nog steeds een rivier met bedrijvigheid, letterlijk want er staan hier en verderop bij Hazerswoude-Rijndijk en Zoeterwoude-Rijndijk bedrijven op de oever. Schepen liggen klaar om te laden of te lossen, net zoals bij de Romeinen.

Vanaf Oudshoorn ga ik het Hollandse polderland in. Smalle weggetjes, sloten, knotwilgen, koeien, molens. En wind, veel wind. In de verte torent Leiderdorp boven de A4 uit. Net er voor stroomt de Does, een kunstmatige watergang van vóór 1200, gegraven omdat de monding van de Oude Rijn bij Katwijk dichtslibde. In het Rijnland ontstond een groot afwateringsprobleem en de Does moest dat helpen oplossen.

Bij de Polderfabriek ga ik op het terras pauzeren, maar eerst de uitkijktoren op. Vanaf een hoogte van bijna 15 meter kijk ik uit over het land van de barbaren.


Bij Leiderdorp leidt de route me naar een strook groen tussen de huizen. Hier lag het vroeg-middeleeuwse dorpje Leython, waarschijnlijk al ontstaan tijdens de Romeinse tijd. Één van de weinige vondsten uit de tijd direct ná de Romeinen.


Tussen Leiderdorp en Leiden kom ik de Oude Rijn weer tegen. Bij de Stierenbrug moet ik wachten, omdat de brug omhoog moet om scheepvaart door te laten. De brug heet naar het beeld van een stier dat midden op de brug staat.
Bij het Utrechtse Jaagpad volg ik de Nieuwe Rijn en daar is een oude bekende: het Rijn-Schiekanaal ofwel de Vliet.
Bij de Julius Caesarbrug ga ik de wijk Roomburg in en tussen de hoogbouw ligt een groot park. Hier is een camperplaats, een kloostertuin, een Romeinse kruidentuin en een voedselbos.
Langs een gereconstrueerd knuppelpad kom ik bij de reconstructie van een Romeins schip en een Romeinse brug. Een golvende baan cortenstaal geeft de oever van het Kanaal van Corbulo aan. Ik sta dus gewoon in de bedding.

Ik zie de wachttorens van Castellum Matilo. Zes zijn er nagebouwd. Het terrein is omringd door een aarden wal met daarin vier openingen, drie met torens en één is een buis in de wal. Op een kunstwerk is het leeg. Het pad is bestraat met klinkers waarvan sommigen zijn gestempeld met het woord ‘Limes’.

Het fort moet zo rond 50 nChr zijn gebouwd, maar werd in 69/70 bij de Bataafse Opstand verwoest. Het werd herbouwd, weer in hout, maar er is ook een stenen fort geweest, in het begin van de 2e eeuw. Het fort was nog tot 275 in gebruik.


In Zoeterwoude-Rijndijk mag ik direct langs de Oude Rijn fietsen. Ik vind het zo nu en dan best griezelig. Er is soms nauwelijks iets van een oever en een afscheiding is er al helemaal niet. Handen aan het stuur en de remmen en ogen op de weg.

Bij Hazerswoude-Rijndijk steek ik de Rijn weer over en via de polder Rietveld ga ik richting Gouwesluis. Aan de rand van de polder staat een bijzonder kunstwerk. Het heeft niets met de Romeinen terug maken, maar ik vind het grappig. In het weiland staan drie draadstalen ‘boompjes’ en op de takken balanceren kop-en-schotels, wiegend in de harde wind. Het heet: cup of tree. Ja, dan moet ik lachen.

Ik schamp langs het Archeon, het museumpark waarin de wereld van Germanen en Romeinen wordt verbeeld, maar daar wil ik meer tijd voor nemen dan ik nu heb. Dus bewaren we dat maar voor een volgende keer.

Eerst maar eens de Gouwe oversteken. Net als bij Boskoop en Waddinxveen ligt hier bij de Gouwesluis een hefbrug. Gebouwd in 1937, nadat de Gouwe was verbreed voor het scheepvaartverkeer tussen Amsterdam en Rotterdam. Net als ik er ben, rinkelen de bellen. Ik kan nog over maar blijf staan. Mooi gezicht, zo’n brugdek dat omhoog gaat.


Weer aan de oever van de Rijn sta ik even stil bij het voormalige station Gouwesluis en de dubbele baanwachterswoning. Aan de oever van de Rijn is nog de lege plek te vinden waar de spoorbrug lag en aan de overkant is de Treinweg, die ik later passeer. Hier liep van 1915 tot 1936 de spoorlijn Uithoorn-Alphen aan den Rijn.


Na dit intermezzo vervolg ik mijn route naar Zwammerdam. Want daar lag Nigrum Pullum.
Ik moet grondig zoeken op het terrein van Ipse de Bruggen, de gehandicapteninstelling, gebouwd op het voormalige fortterrein, maar uiteindelijk vind ik een houten voorstelling van het fort, een grote houten Romein en wat borden over de toekomst.

Destijds, begin jaren ’70, moeten de directie en de aannemer grijze haren gekregen hebben. Overal waar de spa in de grond gezet werd, kwam de Romeinse tijd naar boven. Maar liefst zes schepen werden opgegraven, waaronder drie grote vrachtschepen en een praam. Telkens werd de bouw stilgelegd, maar uiteindelijk stond de instelling er. Ik zie wel dat er grootscheeps wordt gerenoveerd en herbouwd en ook het fortterrein zal opnieuw worden ingericht (en dat is wel nodig).

Bij restaurant De Haven op het instellingsterrein kan ik terecht voor een lichte lunch én informatie over Nigrum Pullum. In de vloer is op ware grootte de bodem van schip Zwammerdam 2 nagebouwd. In diverse vitrines liggen voorwerpen die in de schepen gevonden zijn, zoals dubbele bijlen. Vermoed wordt dat hier een kleine scheepswerf lag voor het herstellen van schepen. Er ligt een klein stuk van schip Zwammerdam 6 en nog andere vondsten, zoals een schildknop met twee eigenaarsnamen. Soldaten moesten hun eigen uitrusting kopen en als je iets kon overnemen van een afzwaaiende soldaat, was dat mooi meegenomen.

De laatste kilometers gaan weer langs de Oude Rijn. De wind is nog steeds heel stevig, maar ik heb zo nu en dan profijt van bebouwing en bosschages.


Nigrum Pullum: betekent iets als zwarte grond. Naar de zwarte  veenbodem of naar het zwarte water van de Meije, het veenriviertje dat bij dit fort uitkwam. Maar eerder werd gedacht dat het waterhoentje betekende, zwarte kip. Pollo, pullum, lijkt op elkaar, toch?

En dan nog een weetje: de voornaam Barbara is afgeleid van het woord barbaroi.


Gauw op huis aan, eten, douchen en terug naar het station. Op naar… een orgelconcert.

In de Sint Jan in Den Bosch concerteert Geerten Liefting. De orgelkring heet naar Hendrik Niehoff, de bouwer van het orgel in 1540. Dat orgel is er niet meer, een brand verwoestte het. Nu staat er een prachtige kas uit 1617-1620, de Nachtwacht van Den Bosch genoemd. De binnenkant werd diverse malen nieuw opgeleverd, maar in 1984 werd het orgel door Flentrop gereviseerd naar de situatie van 1787, de tijd van Heyneman.

Geerten heeft een virtuoos programma voor ons in petto. Van Bach Concerto in C Dur, een transcriptie van Vivaldi’s vioolconcert in D Majeur. Het Allegro vind ik zo ontzettend mooi. Dan het Andante con moto van Mendelssohn, getranscribeerd voor orgel. Dan een improvisatie. Ik meen een bekende melodielijn te ontdekken, maar kan het geen naam geven. Als finale de eerste symfonie van Guilmant, met die prachtige vurige Final. Geen verloren avond, denk ik maar.

Linksboven de vermoedelijke gracht met schouw, linksonder de Oude Rijn
Onderweg door barbaars land
Met de klok mee van linksboven: molen aan de Does, kunstwerk bij Leython (2 foto’s ( de Oude Rijn tussen Leiden en Leiderdorp, Julius Caesarbrug, de stier.
Fort Matilo met knuppelpad, schip, brug en wachttorens.
De hefbrug bij Alphen aan den Rijn
Restanten spoorlijn Uithoorn-Alphen aan den Rijn, station Gouwesluis, dubbele baanwachterswoning, linksonder waar de spoorbrug lag en rechtsonder: kunstwerk cup of tree
Nigrum Pullum met rechtsboven vloer naar de bodem van een schip,. Onder vlnr stuk schip Zwammerdam 6,een dubbele bijl, schildknop
Boven vondsten uit Nigrum Pullum met o.a. kogels van gebakken klei, linksonder het Rijnplein waar Albaniana stond.
Sint Jan Den Bosch

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.