Zijn ze echt in onze contreien geweest? Helemaal zeker weten we het niet, hoewel van sommigen wel vermoed wordt dat ze echt in wat nu Nederland is hun voetstappen hebben achtergelaten. Ik heb het over de Romeinse keizers. Sommigen van hen waren toen nog troonpretendent en werden pas later keizer. En Julius, ja, die was geen keizer, maar dictator. Maar aan hem hebben alle keizers wel hun titel te danken. Keizer en tsaar gaan beiden terug op zijn familienaam Caesar. Uitgesproken als kaisar of sesar en je heb beide varianten te pakken.
Vanmorgen ben ik al vroeg in de trein, op weg naar Den Haag. Na de koffie mét stap ik om door het Haagse Bos naar Wassenaar te rijden. Dat dit bos er nog is, hebben we te danken aan Willem van Oranje. Hij liet vastleggen dat dit bos nooit gekapt mocht worden en dat is -gelukkig- nooit gebeurd. Langs het paleis van de koning rij ik Wassenaar in.
Het is wat bewolkt, het waait behoorlijk, maar met de wind in de rug kom ik al snel in de duinen. Katwijk is mijn eerste stop. Wist je dat de vuurtoren (of vuurbaak) van dit dorp de oudste nog bestaande van Nederland is. Hij is maar 12 meter hoog, maar stamt wel uit 1605.

In het Katwijks museum wordt een kopie bewaard van de Peutinger kaart, vernoemd naar de geleerde en monnik Konrad Peutinger (1465-1547) die de originele kaart erfde en daar kopieën van maakte. Ik moet later nog eens terug naar dit museum, want het is maandag en dan is het museum dicht.
Deze kaart met zijn voor ons vreemde proporties, verbeeldt het Romeinse gebied en zou zijn bijgewerkt tot in de vierde eeuw. Iedere reiziger kon hierop vinden wat hij moest weten.
En hier, in Katwijk, staat Lugduno ingetekend. Een grote stad, waar de Rijn de Noordzee ontmoette. Hier stond ook een burcht en vanaf hier werden de expedities ondernomen naar Albion, de latere provincie Brittania.
De Rijn is hier van de Noordzee afgesloten. Toen bij Wijk bij Duurstede in de 12e eeuw de Rijn werd afgedamd, bleef er van de machtige rivier niet veel meer over. Her en der in het landschap zijn diverse Rijnen te vinden en hier bij Katwijk komt de Rijn uit in een Uitwateringskanaal.
In Rijnsburg maak ik een uitstapje naar de Grote of Laurentiuskerk. Heeft niet zoveel met de Romeinen te maken, hoewel? In de voorloper van deze kerk, de Abdijkerk van het vrouwenklooster, gesticht in 1133 door de weduwe van graaf Floris II van Holland, zijn diverse graven en gravinnen begraven, waaronder natuurlijk de beroemdste van allemaal: Floris V. Stoer staat zijn standbeeld naast de kerk.
Maar wat ik me nu afvraag. Had de Westfriese graaf Gerulf, stichter van deze gravendynastie, toen hij in dit gebied kwam, niet ontzettend veel baat bij alles wat er nog restte aan stenen uit de Romeinse tijd? Hij hoefde geen of minder nieuwe stenen te laten aanvoeren, maar kon de restanten en ruïnes gebruiken als steengroeve. Gewoon maar een ideetje.
Met een veerpontje steek ik de Rijn over naar Valkenburg. In 1372 lag hier al een pont, want het wordt genoemd als de Leidse Sint Pancraskerk grond koopt bij ‘het veer te Valkenborch’. In het haventje ligt ook nog de oude veerpont uit 1936, nu een varend monument, al wordt het niet gebruikt voor de reguliere dienst.
De sirenes loeien, het is twaalf uur, en ik stijg op. Gelijk kan ik er weer af. Bij de kerk van Valkenburg staan een mijlpaal. Een kopie dan, hè. Hij stond niet hier, maar er werd een weg verbreed en de paal stond in de weg. Nu staat-ie hier. Langs de voormalige Via Principale, de hoofdweg van de Romeinen.
In de kerktoren is een museum, maar dat bewaar ik voor later, omdat ook dit niet open is op maandag.
Nu ga ik naar een Romeinse weg en ik moet even zoeken, maar een strook beton in het fietspad blijkt het tracée aan te wijzen. Als ik het gras inloop zie ik een reconstructie van palen en het grindbed. In de muur van de fietstunnel is een echte oude paal te zien, achter glas uiteraard.
Vlak voor ik Leiden inrij, staat links van het fietspad een modern kunstwerk. Een smalle poort met daarachter drie reusachtige pila, de speerpunten van de werpsperen waarvan de Romeinse soldaten er twee bij zich droegen.
Moet je nagaan: ze droegen wat bij zich, die soldaten. Zo’n pilum woog twee tot vier kilo. Ze konden daar tot 30 meter mee werpen, maar het meest effectief was-ie op 10 tot 20 meter. Daarnaast droegen ze een dolk, een kortzwaard, een schild, een maliënkolder of een borstharnas, een helm, een riem en natuurlijk hun zware schoenen.
Tijd voor iets anders. In het Academiegebouw van de Universiteit is om één uur een inlooporgelconcert. In het Groot Auditorium, het oudste gebouw van de universiteit, gereedgekomen in 1516. We mogen plaatsnemen in de banken en dan begeleidt Geerten van de Wetering op het Flentrop-orgel een kort liederenprogramma, gezongen door Elma Dekker. Van Purcel, Handel en Buxtehude zingt ze klaagliederen over verloren liefdes. Van Bach wordt Grave uit Concerto in G-majeur gespeeld en dan volgt een troostlied van Reger.
Maar om op die Romeinen terug te komen.
Aan de overkant van het Rapenburg staat het RMO ofwel het Rijksmuseum van Oudheden en dat is wel open op maandag. Ik ga naar de tweede verdieping en maak een rondje langs de diverse Romeinse bodemvondsten die in alle eeuwen gedaan zijn. Ik kom de orginele mijlpaal uit Valkenburg tegen, diverse altaren voor godin Nehalennia, munten, een 30-delig wijnservies uit een Bataafse boerderij, een sarcofaag van een vooraanstaande vrouw, prachtige helmen, restanten van soldatenschoenen, schitterend glaswerk.
Je kon luxe leven in die tijd, zoveel is wel duidelijk, maar dat gold uiteraard niet voor iedereen.
Ik ga de route weer oppakken. Langs het spoor ga ik naar Voorschoten en daar ga ik richting het Rijn-Schiekanaal, de Vliet, die ik een tijd blijf volgen. Het is inmiddels zo ongeveer windkracht 5 en ik moet behoorlijk buffelen, maar we geraken in Leidschendam. Daar is in een ogenschijnlijk gewoon park nog een stuk van de Fossa Corbulonis ofwel de gracht van Corbulo aanwezig, met een gereconstrueerde brug. Dit kanaal liep van Naaldwijk naar Leiden en was bedoeld voor de scheepvaart en het werd rond 50 nChr. gegraven.
Museum Swaensteyn ofwel het Huygens Museum herbergt ook nog materiaal uit de Romeinse, maar ook dit bewaar ik voor later. Nu op zoek naar Forum Hadriani.
Weer een gewoon park, maar wel veel groter, de restanten van de buitenplaatsen Hoekenburg en Arentsburgh.
Al in de 17e eeuw, bij de bouw van deze huizen werden veel vondsten gedaan, maar begin 19e eeuw ging professor Reuvens systematisch te werk, op de plek waar hij Forum Hadriani vermoedde, op basis van die Peutinger Kaart, die hij uitentreure bestudeerd had.
En hij had gelijk, hier heeft inderdaad Forum Hadriani gelegen. Nu is het een prachtig park, met waterpartijen en oude bomen, met her en der informatiezuilen.
Nog even die keizers.
Hadrianus moet hier rond 121/122 nChr. geweest zijn en hier, halverweg de Fossa Corbulonis, lag een klein dorpje, een vici, een burgernederzetting. Hij verleende dit dorpje marktrecht en verbond er zijn naam aan.
En dan gaan we nog even terug naar Katwijk, waar daar staat bij de sluis naar de Noordzee een monument met mannetjes erop. Een uitsnede werpt de schaduw van het fort op de grond. Het is Kalla’s Toren.
Hier zou Caligula (Kalla) aan zijn soldaten opdracht gegeven hebben om katapulten op te stellen. Hij ging de strijd aan met Neptunus, de god van de zee. Hij verklaarde de overwinning en liet zijn soldaten schelpen oprapen: de oorlogsbuit.
Is het waar? Waarschijnlijk niet, hoewel Caligula (soldatenlaarsje), de bijnaam van Gaius Caesar Augustus Germanicus, er gek genoeg voor geweest zal zijn. Hij wordt eenduidig in allerlei antieke bronnen beschreven als een waanzinnige tiran. Dus wie weet?
- Julius Caesar (100–44 v.Chr.): Hoewel hij strikt genomen een dictator was en geen keizer, trok hij in 57 v.Chr. met zijn legioenen door het zuiden van ons land en schreef hij de oudste geschreven bronnen over de Lage Landen.
- Augustus (keizer van 27 v.Chr.–14 n.Chr.): Bezocht rond 15 v.Chr. de legerplaats in het huidige Nijmegen.
- Drusus (12 v.Chr.): De Romeinse generaal en stiefzoon van keizer Augustus. Hij verbleef in Nijmegen en lanceerde vanaf daar expedities diep in het vrije Germanië.
- Tiberius (keizer van 14–37 n.Chr.): Was als generaal actief in onze regio en verbleef vermoedelijk op het Kops Plateau in Nijmegen.
- Caligula (keizer van 37–41 n.Chr.): Reisde naar de Noordzee-kust om de ‘oversteek naar Britannia’ voor te bereiden.
- Keizer Trajanus (98–117 n.Chr.): Maakte inspectietochten langs de grens (de Limes). Hij bezocht de grote Romeinse legerplaats in Nijmegen (Ulpia Noviomagus Batavorum), waar destijds het machtige Tiende Legioen was gelegerd. Onder zijn bewind werd ook de bekende Limesweg aangelegd.
- Keizer Hadrianus (117–138 n.Chr.): De ‘reizende keizer’ bezocht de regio rond 121 en 122 n.Chr. Veel historici achten de kans groot dat hij destijds ook het Nederlandse grensgebied en de plaats Forum Hadriani (het huidige Voorburg) aandeed, een stad die naar hem vernoemd werd en die Romeinse stadsrechten kreeg.
- Keizer Septimius Severus: Deze keizer bezocht de militaire nederzettingen in Nederland rond het jaar 198 of 207 na Christus, toen hij op doorreis was naar Britannia (Engeland).








