ofwel de dag dat ik een foto nam van een toiletdeur.

Dankzij de airco in het hotel had ik behoorlijk goed geslapen en om iets over zevenen zit ik aan het ontbijt. Daarna is het tijd voor inpakken en wegwezen. Buiten is het behoorlijk afgekoeld en het waait lekker, maar ook vandaag zal het nog heel erg warm worden. Met de bus vertrekken we naar onze eerste concertlokatie, een kerk met een merkwaardige naam: Saint-Antoine-des-Quinze-Vingts of wel de Heilige Antonius van vijftien twintig.

Saint-Antoine-des-Quinze-Vingts
Je ziet de kerk eigenlijk pas als er je vlak voor staat. De toren wordt aan het zicht ontrokken door de bomen in de straat. We lopen het voorportaal in en voelen gelijk dat het hier gewoon warm is. Omdat de kerk een achterdeur heeft die open staat, trekt er iets van een zuchtje wind door de kerk, maar verder is het puffen geblazen.

De kerk is gebouwd in 1903 en in 1909 gewijd aan Antoine le Grand, in het Nederlands bekend als Antonius-Abt.
Tot de Franse Revolutie woonden hier de cisterciënzer nonnen van het klooster Saint Antoine des Champs. Zij verzorgden de zielszorg voor de parochianen van parochie Saint Paul Saint Louis.
Ook werd zielszorg verleend door de Résidence Quinze-Vingts. Deze Résidence was gesticht door Saint Louis, de heilige koning Lodewijk IX, in 1260 en was speciaal bedoeld voor de opvang van blinde ridders. Tijdens de zevende kruistocht werden gevangen genomen ridders de ogen uitgestoken door de Sacaracenen alvorens ze vrijgelaten werden.
Zonder zicht waren ze gedoemd te verkommeren, maar koning Lodewijk IX liet hen hier in een hospice opvangen. Er was plek voor 300 ofwel voor 15 maal 20 ridders.
Terzijde: dit komt uit het vigesimaal getallenstelsel, waarbij 20 (en niet 10 of 12) de basis is. Vandaar dat bijvoorbeeld 70, 80 en 90 in het Frans een som is. 70 is 60+10, 80 is 4×20, 90 is 4×20+10).
Het klooster is niet meer, het hospice ook niet, maar toch hier vlakbij nog steeds een oogziekenhuis.

De kerk is vrij klein maar beschikt wel over twee orgels, een koororgel en een hoofdorgel en voor dat laatste orgel komen we. Het is in 1894 gebouwd door Cavaillé-Coll voor de privéwoning van Baron de l’Espée. In 1909 werd het door Merklin naar hier verplaatst. De baron moet een behoorlijk huis gehad hebben, want het orgel kan het volume van de kerk best aan, al is er natuurlijk wel wat aan toegevoegd. Eric Lebrun is de titularis van deze kerk en hij verzorgt een prachtig uitgebalanceerd concert, waarin grootheden van de Franse orgelwereld voorbijkomen, maar ook een prachtige prelude en fuga van Clara Schumann. Verder Boëlly (offertorium voor Pasen), Lefébure-Wely (kleine pastorala), Franck (Pièce héroique en prelude, fuga en varaties), Duruflé (Veni Creator), Liltaize (gebed), Langlais (vredeslied) en Alain (litanies).
Ik heb bewondering voor de organist dat hij met deze temperaturen zo’n mooi concert verzorgt.

Vrije tijd
We mogen tot ca half twee zelf onze tijd invullen. Ik zou met de bus meekunnen, maar ik wil gaan wandelen. Uiteindelijk wordt het zo’n 6 km door het hete Parijs. Met een trap ga ik naar het smalle viaduct over de straat. Ik sta dan op een lineair park, aangelegd op de buiten gebruik gestelde Vincennes-spoorlijn. Dit park is bijna vijf kilometer lang en ik loop nu het laatste stukje ervan. Dan naar straatniveau.

Op de hoek van een straat zie ik een klein restaurantje. Het is verder erg rustig hier, dus ga ik lekker een terrasje pakken. Met plakken boerenpaté, stokbrood en een heerlijk glas witte wijn is het gewoon genieten.

Dan weer verder. Ik heb een route uitgestippeld, maar wijk daar om de haverklap vanaf. Zo loop ik onderlangs Quai d’Anjou (op het Île Saint-Louis) pal langs de Seine, op het Île de la Cité duik ik kleine straatjes in met namen als Rue Chanoinesse (Kanunnikstraat) en Rue des Chantres (Cantorstraat). Over de Seine heen zie ik de Saint Gervais Saint Protais staan.
Ik ben natuurlijk dicht bij de Notre-Dame, maar naar binnen gaan is echt niet te doen. Het hele plein voor de kerk lijkt wel vol te staan.

Weet je, het wordt nu zo heet en er is hier absoluut geen schaduw meer, ik steek mijn paraplu maar op. En zo wandel ik lekker verder. Opnieuw pal aan de Seine, onderlangs Quai Saint-Michel, onder de Pont Neuf door.
Ik kom er achter dat dit niet brug negen betekent. Neuf is een verbastering van nouveau, van nieuw dus. Het is evengoed de oudste brug van de stad, gebouwd tussen 1578 en 1608, die beide zijden van de Seine met elkaar en met het Île de la Cité verbindt.
Een stuk van de brug is ingepakt, eerst denk ik nog vanwege werkzaamheden, maar even later daagt het me. In 1985 werd de brug al eens ingepakt, in goudkleurige stof, door Christo en Jean-Claude, als hun eerste grote project. Dit jaar heeft kunstenaar JR deze brug opnieuw ingepakt, niet in stof maar met een opblaasbare constructie van doek. Dat doek is bedruk met fotomateriaal. Helaas heb ik niet meer de tijd om dat deel van de brug te bezoeken.

Ik moet nu echt verder, maar de warmte maakt snel doorlopen onmogelijk. Via het Louvre kom ik bij de Tuilleriën. Bij de kermis in dit park koop ik water en een beker geschaafd ijs.

Madeleine
Ineens doemen de machtige pilaren van de Madeleine op, één van de bekendste kerken van Parijs.
De kerk lijkt meer op een Griekse tempel dan Griekse tempels zelf, heb ik het idee. Het gebouw domineert de omgeving, ook omdat het erg hoog staat. Hier stond in de 12e eeuw al een kapel, gewijd aan Maria Magdelena, in de omgebouwde synagoge van Parijs. In 1764 werd de eerste steen gelegd van de nieuwe kerk. De Franse Revolutie gooide roet in het eten en de kerk werd verkocht. Napoleon wilde er een tempel van maken voor zijn soldaten, maar toen het klaar was in 1842 had het geen bestemming meer. In 1845 werd het toch weer een kerk.

Tussen de enorme Korintische zuilen (52 staan er om de kerk heen) door, loop ik naar binnen. De kerk is verrassend koel, juist omdat het een tempel is. Er zijn geen ramen, wel glazen koepels, maar de muren vangen geen direct zonlicht.

Even uitpuffen en dan begint Olivier Perin aan zijn concert op ‘zijn’ orgel. Het orgel stamt uit 1845-1846 en één van de inspelers was niemand minder dan Saint-Saëns. De orgelkas is in Italiaanse Renaissance-stijl gebouwd, best wel apart in deze klassieke kerk.
Het orgel bevat nog ca 95% van het originele pijpwerk en beschikt over prachtige chamades (Spaanse trompetten). Deze zijn pas in 2002 toegevoegd, maar Cavaillé-Coll had dit al wel voorbereid en het orgel is mede daarom beroemd. Het geluid van dit register is zo ontzettend mooi.

Ook Perin speelt een programma van korte werken van Franse organisten. Saint-Saëns (Fantaisie), Ropartz (Prélude funèbre), Lefébure-Wély (Boléro), Vierne (Méditation), Alain (variaties over een lied van Clément Jannequin), Langlais (acclamations) en Demessieux (twee stukken uit haar 12 koralen). Perin sluit af met een werkelijk prachtige improvisatie over het paaslied Victimae Pascalis Laudes.
Weet je, als je zoiets mag meemaken, ben je een bevoorrecht mens. Geweldig, wat een muziek.

Toilet
Ja, het hoge woord moet er nu toch uit. Waarom maakte ik een foto van een toiletdeur?
Wel, naast de Madeleine is de Lavatory Madeleine, een openbaar toilet uit 1905, sinds 2023 opnieuw in gebruik. De ingang is versierd met mozaïek, de vloer is fris wit-blauw betegeld en de (zeer ruime) toiletten hebben glanzend houten deuren met glas-in-loodramen in Art Nouveau-stijl.
Kost twee euro, maar het is ook een ervaring. Ik neem even de tijd om me lekker op te frissen voor de thuisreis en besluit dan toch maar een foto van het raam te nemen.

Saint-Antoine des Quinze-Vingts met rechtsonder een beeld van Saint-Louis ofwel koning Lodewijk IX
Saint-Antoine des Quinze-Vingts
aan de wandel door Parijs, met linksboven het park op de voormalige spoorlijn
rondom de Notre Dame
bij het Louvre
La Madeleine

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.