Een geconfijte eendenbout met patat en een glas rosé. De maaltijd wordt verrassend snel geserveerd. Het is gezellig en als we een toetje aangeboden krijgen, is het moeilijk nee zeggen tegen tarte citron. Ik ben weer eens in… Parijs.

Vanmorgen liep ik om kwart over vijf naar het station. Het was 21 graden met een koele wind. Tenminste, het leek koel na de bijna 34 graden van donderdagmiddag.

Om half acht vertrekken we met een bus vol orgelliefhebbers naar Parijs. Extra water aan boord vanwege de warmte en daar gaan we. Bij Nazareth bij Van der Valk is de eerste stop voor koffie met appelgebak en om kwart over twee rijden we bij de eerste concertlokatie voor.


We hebben nog even de tijd en ik besluit aan de wandel te gaan. Is het warm? Nou en of. Onderweg zagen we de temperatuur stijgen. 30, 31, 32, 36, 39 graden, maar eenmaal buiten is het wel warm, maar de wind waait en de luchtvochtigheid is laag. Dus ga ik maar op pad.

Ik blijk vlak in de buurt van de Champs-Élysées te zijn ofwel de Avenue des Champs-Élysées, de laan van de Elysese velden. Naar de Elysese velden uit de Griekse mythologie, de verblijfplaats van de gelukzaligen. Het is één van de breedste lanen van Parijs en ook één van de meest prestigieuze, ook wel ‘la plus belle avenue du monde‘, de mooiste laan van de wereld genoemd.
Mwah, daar vind ik wat op af te dingen. Het is wel heel erg breed met zwarte uitgesleten stenen, er rijden vandaag niet zo heel veel auto’s, maar het is toch behoorlijk druk. Gelukkig staan er veel platanen en daardoor kan ik in de schaduw lopen. Tussen de dure winkels zie ik in een filiaal van Galeries Lafayette, waar in de rotonda een ijsverkoper staat. Met een hoorntje met blauwebessen- en citroenijs slenter ik naar de Arc de Triomphe.

Deze boog was er één van vier waartoe Napoleon opdracht gaf in 1806. Er zijn er twee gebouwd, naast deze Arc ook nog de Arce de Triomphe du Caroussel. Architect was Chalgrin en die kom ik vandaag nog een paar keer tegen. Chalgrin stierf in 1811, Napoleon werd verbannen, maar in 1836 werd de boog toch ingehuldigd. Ik zie de grote kleine man op de boog afgebeeld, boven de claxonerende auto’s op de Place Charles de Gaulle voorheen Place de l’Étoile. Dat het hier zo druk is, lijkt me logisch. Maar liefst 12 wegen komen hier bij elkaar.


Langs de kiosk van de Tour de France loop ik over de beschaduwde Avenue de Friedland. Bij een anonieme deur staat Chapelle du saint Sacrement. De deur blijkt open. Trapje op en ik sta in een stille kapel van eind 19e eeuw. Stichter pater Eymard wordt hier vereerd. Ik loop weer terug naar de straat en even later sta ik voor de Église St. Philippe-du-Roule.

In Roule, een dorp dat in 1722 bij Parijs kwam, stond een kapel van het leprozenhospitaal. Deze werd afgebroken in 1739. Koning Lodewijk XV wilde deze opkomende buurt een passende kerk geven en liet Chalgrin (daar is-ie) een nieuwe kerk ontwerpen. Hij ontwierp een kerk die doet denken aan de vroeg-Romeinse basilica’s, de koningszalen. De ramen met lichtblauw, geel en grijs glas geven de kerk een bijzondere atmosfeer. In de verder statige kerk vallen de stralende glazen koepels bij het transept en de Mariakapel op.

Chalgrin ontwierp ook het orgelbalkon voor de kerk, waarop in 1799 een orgel werd geplaatst. In 1903 bouwde de firma Mutin-Cavaillé-Coll een nieuw orgel. (Mutin was de nieuwe zaakvoerder na een dreigend faillissement van het bedrijf van Cavaillé-Coll.) De organist is een deelnemer van onze reis, David Strijbis. In de tijd dat ik aan de wandel was, kreeg hij de tijd om het orgel te verkennen. Helaas, de warmte heeft ook invloed op het orgel. Het recit werk niet, waardoor ‘de hangende tuinen‘ van Alain komt te vervallen. Ook moet hij alle andere stukken anders spelen dan hij zich had voorgesteld en uiteraard heeft de warmte invloed op de stemming van vooral de tongwerken.
Ik kan er doorheen en omheen luisteren, want David speelt een prachtig programma en laat zich niet van zijn stuk brengen door de ongemakken. Twee stukken van Rachmaninov (Prélude in G en het altijd mooie Vocalise), Trois equisses van zijn docent Boerema (had ik al eens eerder gehoord, maar het klinkt op dit orgel wel erg mooi en David krijgt een welverdiend spontaan applaus) en Prélude et fugue sur le nom d’Alain van Duruflé. Een passend einde aan dit gedenkwaardige concert.
Het blijkt, ondanks het missende recit en de soms jankende tongwerken door de wamte, een fantastisch orgel te zijn.


Tijd voor de eend en na het toetje ga ik aan de wandel. Rechtstreeks is het ca 1 km naar de Saint Sulpice, maar ik slenter maar wat. Heb toch de tijd en zo kom ik langs de Thermen de Cluny, de restanten van een Romeins badhuis uit het begin van de jaartelling. Er staat een museum over de middeleeuwen naast. Ik moet toch nog eens een weekje naar Parijs, zie ik wel.
Ik slenter verder naar de Jardin du Luxembourg. Een park, altijd goed met dit weer.
Het park is al heel oud, in 1612 gaf Maria de’ Medici opdracht tot de aanleg en tijdens het ‘Premier Empire’ ofwel het eerste Franse Keizerrijk (onder Napoleon) restaureerde Chalgrin (!) de tuinen.
Overal zitten mensen op de ruimschoots beschikbare stoeltjes en banken in de schaduw, ergens wordt een concert gegeven en bij de Medicifontein (rond 1630) zitten mensen in de schaduw aan de rand van de verkoelende fonteinvijver.


Ons tweede concert van vandaag is in de Église Saint-Sulpice. De kerk heeft een heel opvallend westwerk met een dubbele zuilengalerij en vierkante torens met een ronde bekroning. De kerk is vernoemd naar de heilige Sulpitius de Vrome, een 6e eeuwse heilige. De kerk is gebouwd op de plek van de oude 13e eeuwse kerk. Door geldgebrek sleepte de bouw aan van 1636 tot en met 1780. De façade van de kerk stamt deels uit de laatste bouwtijd en is geënt op die van Saint-Paul in London.
Helemaal achterin de kerk is een Mariakapel, waar Maria vanaf een rots lijkt af te dalen. Erboven een prachtig beschilderde koepel met de Maria-ten-hemelopneming. De kerk zelf is statig en strak, met mooi beschilderde kapellen.


Het orgel is van wereldfaam, gebouwd door Cavaillé-Coll in 1863. Destijds het 3e orgel in Europa met 100 registers (na die van Ulmer Dom en de kathedraal van Liverpool). Het is geplaatst in de kas van het voorgaande orgel van Clicquot en die kas is ontworpen door, inderdaad, Chalgrin.
Cavaillé-Coll herbouwde het orgel eigenlijk, waarbij hij veel elementen van het oude orgel gebruikte.
Het orgel is de werkplek geweest van beroemde organisten: Lefébure-Wely, Widor en Dupré. Nu is Karol Mossakowski de organist van dit instrument. Na een korte uitleg vertrekt hij naar boven, waar hij iets eerder nog de tongwerken aan het stemmen was. Inderdaad, vanwege de warmte.

In het programma doet hij zijn illustre voorgangers eer aan: in deze barokkerk speelt hij van Bach de Sinfonia uit Cantate 29, maar dan in een swingend arrangement van Dupré.
Vervolgens van Widor drie delen uit het Bach’s Memento en de Symphonie Romane. Mij is dat laatste stuk onbekend en het kost me moeite om het te beluisteren, maar bij de stralende Final vallen de stukjes op hun plek.


Kers op de taart: we mogen even boven kijken. In het kamertje van Widor, achter het orgel, staat zijn borstbeeld en dan het hoekje om en we staan bij de prachtige speeltafel.
De smalle wenteltrap af en dan naar de bus. Op naar het hotel, gelukkig met airconditioning.

De Arce de Triomphe en sfeerbeelden uit de Chapelle du saint Sacrement
St. Philippe-du-Roule
St. Philippe-du-Roule
Thermen
Jardin du Luxembourg met rechtsonder de Medicifontein en -vijver
Saint Sulpice
Saint Sulpice
Saint Sulpice, zicht vanaf het orgelbalkon en de speeltafel


Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.