Gisteren moest ik via via naar Rotterdam reizen omdat er geen treinverkeer van, naar en via Rotterdam mogelijk is, dit weekend. Dat was ook de reden dat ik een overnachting geboekt had. Ik durfde er niet op te rekenen dat ik na het concert van gisteravond tijdig in de trein naar huis zou zitten. Niet erg. Iets met nood en deugd.
Ik sliep in een klein hotel vlak in de buurt van het Erasmus MC en vandaar uit is het maar eventjes wandelen en ik zit in Delfshaven. Prima! Daar wilde ik toch nog een keertje kijken.

Pelgrimvaderskerk
Ik heb heerlijk geslapen en na een heerlijk ontbijt kan ik er weer tegenaan. Op naar de kerk. In Delfshaven weet ik de Pelgrimvaderskerk te staan en ik zie dat er om 10 uur is. En zo loop ik over de Nieuwe Binnenweg naar Delfshaven. Ik kom langs de Albert Heijn en het blijkt dat dit de eerste Albert Heijn-vestiging van Rotterdam is, in 1955 geopend.

Ik steek de Lage Erfbrug over en ben dan in het historische Delfshaven. Aan de Aelbrechtskolk staat de oude kerk en als ik kom aanlopen hoor ik het orgel al.
Eenmaal binnen kies ik een plek, maar heb nog tijd genoeg om de kerk te bekijken en foto’s te maken.

De geschiedenis van deze kerk gaat ver terug. In augustus 1416 krijgt de haven van Delfts, Delftshaven, toestemming van de stad Delft om een eigen kerk te bouwen. Die is een half jaar later al klaar: de Sint Anthonyskapel. Naast de kapel stond het ‘Clockhuijs’, een houten klokkentoren. In 1572 bereikte de beeldenstorm ook deze kapel en kwam het aan de protestanten.
De kerk werd in de loop der eeuwen danig verbouwd en kreeg in de vroege 18e eeuw een compleet nieuwe voorgevel in de in Nederland zeldzame régence-stijl. Het houten klokhuis werd vervangen door een toren en nog weer later kwam er op de verbouwde kerk een torentje met een heus carillon.
De oude 15e eeuwse klokken staan en hangen in de kerk. En verder tref je weinig 15e eeuws meer aan de huidige kerk. Ja, de pilaren, die nog wel.

Het is een sfeervol gebouw, vind ik. Er zijn prachtige glas-in-loodramen. Achter de 18e eeuwse preekstoel worden zes van de zeven scheppingsdagen verbeeld en in de zuidgevel is de aanbidding van de koningen te zien. Op het orgelbalkon staat een Witte-orgel en de jonge organist begeleidt de zang op een prettige manier.
De kerk zit helemaal vol en de preek over Paulus en Barnabas in Lystra biedt mij weer nieuwe gezichtspunten.

Delfshaven
Na de dienst steek ik met Piet Heynsbrug de kolk over en aan de rand van de kolk ga ik op een terrasje aan de koffie mét. Het is hier rustig, zelfs op de Schiedamseweg is het nu (nog) rustig. Voor mij staan twee reusachtige kastanjebomen, de jasmijn geurt (overal kom ik die tegen in de stad). Wat een heerlijke dag, zo.

Dan ga ik op stap. Via een app heb ik een stadswandeling door Delfshaven kunnen downloaden. Het is maar twee kilometer, maar ik loop wel door zes eeuwen aan geschiedenis.

Eerst maar eens: Delfshaven? Hoezo, Delft ligt toch een stuk noordelijker? Klopt, 12 kilometer maar liefst. Probleem was dat Delft geen directe toegang tot zee had en daarvoor altijd bij Rotterdam of Schiedam moest aankloppen. Accijnzen en tol moesten betaald worden aleer goederen van en naar Delft konden worden vervoerd.
Daarom broedde men op een oplossing.

In 1389 krijgt Delft van graaf Aelbrecht van Beieren, die o.a. graaf van Holland was, toestemming om een verbinding tussen Schie en Merwede te graven. En hier, op het punt waar het nieuwe kanaal Schielands Hoge Zeedijk kruiste, stichtte Delft een eigen haven: Delfshaven.
Terzijde: er zijn maar liefst vier Schieën, de Delfshavense Schie, de Delftse Schie, de Rotterdamse Schie en de Schiedamse Schie. In de Middeleeuwen zorgde dit voor de nodige rivaliteit tussen de betrokken steden met als uitwassen leksteken en afdammen van stukken Schie.

In 1489 werd nagenoeg het hele haventje vernietigd tijdens de Jonker Fransenoorlog, onderdeel van de Hoekse en Kabeljauwse twisten, maar het dorpje herstelt zich en wordt zelfs welvarend, door de haringvisserij en de walvisvaart. In 1554 wordt vlakbij de kerk een soort stadskantoor gebouwd, geen raadhuis, want het dorpje was onderdeel van Delft en niet zelfstandig. In later tijd, toen Delfshaven zelfstandig werd en zelfs stadsrechten kreeg (1811), werd het officieel het stadhuis.

1886 is het jaar dat Delfshaven bij Rotterdam wordt gevoegd. De scheidend burgemeester roept Rotterdam in een emotioneel betoog op het historische stadje te koesteren. Helaas is dat maar ten dele gelukt. Na de Tweede Wereldoorlog werd ook hier het nodige gesloopt, tot de bewoners in opstand kwamen. Wat nog over was van het historische centrum werd tot beschermd stadsgezicht bestempeld, er werd driftig gerestaureerd en gerenoveerd en vandaag de dag mag het voormalige stadje er echt zijn.

Klein
Om de hoek van de kerk staat een pand met een gevelsteen uit 1871. Op deze plek stond echt het geboortehuis van Piet Hein ook al werd hij in 1577 geboren. Het oude huis werd in 1820 afgebroken en in 1871 werd het huidige historiserende pand gebouwd. Bovenin steekt een groene drakenkop uit de muur, een verwijzing naar het schip de Vliegende Groene Draeck, aan boord waarvan hij in 1629 de dood vond.
De gevelsteen in het midden is een 19e eeuws grapje. Op een heining zit een pietje, een vogeltje.

Als ik het straatje uitloop kom ik bij de Achterhavenbrug, waar een standbeeld voor de grote kleine man staat. In 1870 onthuld door Koning Willem III. In 1965 werd de moderne Achterhavenbrug aangelegd, met de idee dat de stad voor de auto zou worden. Dus werd Piet gedraaid, zodat hij vanuit de auto goed zichtbaar was. Hij wees alleen niet meer naar zee en dat is een beetje raar voor een zeeman. En daarom werd hij in 1985 gedraaid, en nu staat hij weer goed.

Pelgrimvaders
Naast de kerk zit in het oude Raadhuis uit 1554 nu café de Pelgrim en ik besluit daar mijn mini-vakantie af te sluiten. Ik bestel een bierproeverijtje en wat te eten. Het speciaalbier van de brouwerij de Pelgrim heeft namen als ‘Speedwell‘ en ‘Mayflower‘.

Wie waren die pelgrimvaders of Pilgrim Fathers? In de 16e eeuw verliet een groep puriteinen het Engeland van de katholieke koning Jacobus I en kwam naar Nederland. Via Amsterdam kwam een deel in Leiden terecht. Hier, in Nederland, mochten ze hun eigen vorm van calvinisme belijden, dat onder Jacobus niet toegestaan was.

In Leiden was al een Engelstalige kerkgemeenschap, maar die werd te vrijzinnig gevonden. In 1620 besluit een aantal van hen het verder op te zoeken. De economische situatie van Leiden was niet best en de Nederlandse samenleving werd te libertijns gevonden. Ze wilden naar de Nieuwe Wereld. Vanuit Leiden vertrok men eerst naar Delfshaven en in de kerk van Delfshaven vonden ze onderdak tot hun schip de Speedwell zou uitvaren.

De Speedwell was niet erg snel en ook niet erg goed, nauwelijks zeevaardig zelfs, zodat men in Southampton voor anker ging. Daar voegden ze zich bij andere separatisten en ging men scheep in de Mayflower, richting de Nieuwe Wereld.
En de rest is geschiedenis, zoals ze dan zeggen.

Maar liefst zeven presidenten kunnen hun stamboom terugvoeren op deze pelgrimvaders: Grant, Coolidge, Taylor, F.D. Roosevelt, George H.W. Bush, George W. Bush en Barack Obama.

de Pelgrimvaderskerk aan de kolk
Het orgel, het raam met de aanbidding der koningen, een model van de Speedwell
de scheppingsramen
sfeerbeelden Delfshaven met molen de Distilleerketel
sfeerbeelden Delfshaven, middenonder café de Pelgrim
standbeeld Piet Hein, herbouwde huis Piet Hein
sfeerbeelden Delfshaven
Zicht op de kolk met onder het zakkendragershuisje

Plaats een reactie