Even ruim 160 jaar terug in de tijd. Italië was wel op een kaart vinden, maar het was absoluut geen eenheid. Maar overal rondom Italië werden landen verenigd. Met wisselend succes, zie de oorlog van 1830 waarna België ontstond.

Italië bestond uit verschillende zelfstandige staten.

  • koninkrijk Piëmont-Sardinië onder het huis Savoye
  • het koninkrijk der Beide Siciliën (Zuid-Italië met o.a. Napels)
  • Koninkrijk Lombardije-Venetië
  • het Groothertogdom Toscane
  • het hertogdom Parma en Piacenza
  • de republiek Lucca
  • het hertogdom Modena en Reggio
  • San Marino
  • Monaco
  • en de Kerkelijke Staat in Midden-Italië

Ik hoor je denken: wat heeft ze nu weer bedacht? Wel, ik was naar Oudenbosch gereisd en kwam daar iets na twaalven aan. Het reizen ging goed, alleen was er op het station Dordrecht geen koffie te koop. Vanwege een bacterie in het water mocht er geen water gebruikt worden. Hmmm. Daarom zakte ik na aankomst in Oudenbosch bij ’t Zusje maar even lekker in een stoel voor een cappuccino mét.

Ik ben hier wel gelijk in het rijke Roomse leven beland. Het restaurant zit in het voormalige Jezuïetenklooster en ik kijk uit op de Basiliek.

Op het voorplein rennen in het wit geklede meisjes heen en weer. Ze gaan op de foto met vader en moeder en opa’s en oma’s. Er zullen ook net geklede jongetjes bij zijn, maar de meisjes vallen op in hun witte kleedje. Communicantjes, denk ik.

Maar daar kom ik niet voor. De Basiliek heb ik al eens bezocht.

Nu ga ik op bezoek bij de zouaven. Tegenwoordig mag je ook zoeaven schrijven, maar daar doen ze niet aan mee in het museum.

Ik word hartelijk welkom geheten, mag mijn tas in het kantoor zeten en dan zit ik onder het beminnelijk oog van Pio Nono te luisteren naar een introductie.


Italië was dus een verzameling van staten en staatjes en één ervan was de kerkelijke staat, waarvan de paus de de facto koning was. Die paus was sinds 1846 Pius IX, Pio Nono op z’n Italiaans.

Andere hoofdrolspelers waren Vittorio Emanuele II, koning van Sardinië en Piemonte, zijn minister Camillo Benso di Cavour, Giuseppe Garibaldi, de soldaat en strijder, geboren in Nizza (nu Nice) en Napoleon III, Frans keizer en zoon van onze eerste koning Lodewijk Napoleon. Ook de Oostenrijkse keizer zat op het vinkentouw, maar moeide zich niet direct met de kerkelijke staat of de eenwording van Italië. Het tegendeel zelfs, de keizer aasde op de noordelijke delen van Italië, als dat zo te pas mocht komen.


De Risorgimento, zoals de strijd voor de Italiaanse eenwording zou gaan heten, was een bedreiging voor de kerkelijke staat. De paus had wel een leger en tussen 1860 en 1867 bestond het Esercito Pontificio uit twee regimenten lokaal gerekruteerde Italiaanse infanterie, twee Zwitserse regimenten en een bataljon Ierse vrijwilligers, plus artillerie en dragonders. Maar hij kon heel goed wat hulp gebruiken.

In 1861 werd een internationaal korps van katholieke vrijwilligers opgericht. De paus had een internationale oproep doen uitgaan waarbij vrijwilligers gevraagd werden om de stoel van Petrus, de pauselijk troon, te verdedigen.

Vanuit Nederland zijn maar liefst meer dan 3100 mannen afgereisd naar Rome, het meeste van alle landen. Eerst was er niet veel animo, maar na een dringende oproep van de geestelijkheid liep het bepaald storm. Er zal ook een zekere zelfbewustheid hebben meegespeeld. Sinds 1853 was het Nederlands Bisdom hersteld en was de Rooms-Katholieke eredienst weer openlijk toegestaan.


De mannen en jongens die afreisden naar Rome begonnen wel aan een avontuur van jewelste. Waren de Franse soldaten veelal van verarmde adel, uit Nederland kwam Jan met de pet. Sommigen waren amper buiten hun dorp of streek geweest en nu dit!

Trouwens, niet iedereen kon zich aanmelden.

De kandidaat moest ongehuwd of kinderloos weduwnaar zijn, bij voorkeur tussen 18 tot 40 jaar, tenminste 1,57 meter en dienstplichtvrij. Verder was een paspoort nodig, een aanbevelingsbrief van de plaatselijke pastoor, een bewijs van inschrijving in het gemeentelijke bevolkingsregister en een medisch keuringsbewijs. En iets heel belangrijks, dat door bijna iedereen werd vergeten, omdat ze het gewoon niet wisten: toestemming van de koning om in vreemde krijgsdienst te treden.


In 1870 was het avontuur al weer voorbij. De paus bezat nog 1,5 m² aan grondgebied, Italië was een soort van eenheid onder Vittorio Emanuele II, en de zouaven keerden naar huis. 25 waren in krijgsdienst omgekomen, meer dan 120 stierven in een hospitaal aan een ziekte en nog enkele tientallen stierven thuis als gevolg van hun verwondingen. Velen kwamen erachter statenloos te zijn omdat ze de koning niet om toestemming hadden gevraagd, maar ze gingen aan het werk, stichtten een gezin en kwamen samen op toogdagen van hun zouavenverenigingen. In 1946 stierf de laatste zouaaf.


De naam komt van een Kabylenstam in Noord-Afrika, die na de veldslag met de Franse overheersers als elite-eenheid in het Franse leger werd opgenomen: de zuauas.

Ook hun opmerkelijke uniform is deels afgeleid van de woestijndracht van deze krijgers. Wij vinden het nu misschien erg merkwaardig en koddig zelfs, maar het was destijds modern. Het blauwgrijs met dofrood was onopvallend en zelfs camouflerend in bepaalde omstandigheden. Ook was het makkelijk aan te doen, zonder kragen, strikken en riemen, en je kon je er makkelijk in bewegen.


Ik steek de straat over naar het voormalige internaat Saint Louis. De oude kloostergebouwen zijn omgebouwd tot appartementen en de kapel tot concertzaal. De kapel is in neo-barokke stijl gebouwd. Ik praat nog even met een gids die vertelt dat hij hier in het internaat heeft gewoond. Hem was het goed vergaan, al was de heimwee zeker in het begin erg.

Ik ga zo zoetjes aan vertrekken. Ik denk mog even blik in de basiliek te kunnen werpen maar daar is de dienst nog gaande. Even later stromen de 29 communicantjes te midden van hun familie naar buiten. De klokken beginnen te luiden. Ik zie bovenop de basiliek de vier klokken bewegen. Een geluid! Op het station hoor ik nog de laatste klanken aleer het stil wordt.

De begraafplaats waar vroeger de oude Agathakerk stond
De hoofdrolspelers: met de klok van linksboven: Napoleon III, Garibaldi, Cavour, Pio Nono, Vittorio Emanuele II
De uniform
In het museum
Chapelle Saint Louis
Chapelle Saint Louis
De Basiliek met links- en rechtsboven het zouavenmonument

Plaats een reactie