Als ik met mijn fiets de lift pak, hoor ik nog net een omroepbericht. De trein naar Emmerich rijdt niet. Zo, is dat even boffen! Ik had twee plannen voor vandaag, afhankelijk van het weer. Of met de trein naar Elten (net voor Emmerich) en dan gaan wandelen naar mijn bestemming of met de fiets op de trein naar Arnhem en dan een fietstocht maken.
De weersverwachting voor vandaag zag er best aardig uit, met regen die pas in de namiddag werd verwacht. Dus met de fiets op de trein naar Arnhem.
Vanaf het station rij ik richting de Nederrijn en kom bij de Nelson Mandelabrug langs de Blauwe Golven, het kunstwerk onder de brug en tussen de diverse wegen die hier lopen. Het was altijd een beetje vaal, maar het is opgeknapt en het wit en blauw knalt er vanaf.
De gerenoveerde Rijnkade volgt, waar de cruiseschepen zijn aangelegd. Ik blijf het water volgen tot ik op de drukke Westervoortsedijk kom en even later fiets ik over één van de drie bruggen die hier de IJssel kruisen: spoor-, verkeers- en fietsbrug. Ik pak uiteraard de fietsbrug. Een scherpe bocht en even later fiets ik op de dijk langs de IJssel.
Het is prachtig weer, met grote wolkenpartijen, heerlijke temperatuur, maar wel een flinke wind.
Ik trap rustig door en na de IJsselkop fiets ik weer langs de Nederrijn. Aan de overzijde ligt Huissen met aan de rivier de grote beton- en asfaltcentrales. Hier ligt ook het Looveer, waarmee je van Huissen naar deze kant kunt varen, naar het dorpje Loo.
Het blijkt dat dit dorpje in een ver verleden Angeroyen heette, naar de waarden die hoorden bij het dorpje Angeren in de Betuwe. In de middeleeuwen verlegde de rivier zich weer eens en deze waarden lagen toen aan de oostkant van de rivier. Waarom het nu Loo heet? Dat heeft met Huis Loowaard te maken. Net voorbij het dorpje zie ik de toren van Huis Loowaard boven de boomkruinen uitsteken. Deze havezathe ligt pal aan de rivier en is in de 15e eeuw gebouwd door Johan van de Loe, die drost was in de Liemers. En daar is de herkomst van de naam Loo.
Op naar Pannerden. Rechts van me heet het water Pannerdenschkanaal. De Betuweroute is hier met een tunnel onder het kanaal doorgelegd, een mammoetwerk. Maar dat is niet de reden dat er een beeld van een mammoet staat, tenminste niet de enige. Bij het graven van de tunnel werden nl. mammoetbotten gevonden.
Het kanaal is in 1960 verlegd naar het westen en de oude bedding is nu de Groene Rivier, een overlaatgebied bij hoger water.
Bij de Veerdam (naar het veer op Doornenburg) ga ik Pannerden in. Ik slinger door het dorpje en kom uiteindelijk op de Rijndijk uit. Ik steek over en fiets de Kijfwaard in, richting het Bijlands Kanaal. Weer een nieuwe naam voor het water. Reden voor dit kanaal en het Pannerdenschkanaal is de meanderende Rijn. Op een gegeven moment heeft men de rivier rechtgetrokken, maar overal in het landschap liggen oude Rijnstrangen.
In Tolkamer pauzeer ik op de Europakade. Ik heb prachtig zicht op het kanaal dat hier weer Rhein of Rijn genoemd wordt.
Ik kijk vanaf de kade op het voormalige douanekantoor uit 1905. Tolkamer was nl. precies wat de naam zegt: de plek waar schippers die vracht vervoerden van Duitsland naar Nederland tol betaalden. Later werd dat het inklaren van goederen bij de douane, maar sinds 1993 is de douane in Tolkamer verleden tijd.
Het dorp doet niet oud aan, het stamt uit 1711, toen de rivier zich weer eens verlegde na een grote dijkdoorbraak.
In de verte zie ik Lobith liggen, tot 1711 de plek waar de Rijn Nederland binnenstroomde. Het tolhuis dat hier in 1222 werd opgericht, was een heuse burcht op een hoge Rijnoever en Lobith heette toen zelf ook Tolhuys.
Spijk dient zich aan. Wist je dat er maar liefst drie dorpen en twee buurtschappen zijn met deze naam? Drie buurtschappen als ik ’t Spijk ook meereken.
Achtereenvolgens een buurtschap in Noord-Brabantse gemeente Altena, een buurtschap in de Friese gemeente Súdwest-Fryslân, een dorp in de Groningse gemeente Eemsdelta, een dorp in Gelderse gemeente West Betuwe, een buurtschap in Noord-Brabant gemeente Oisterwijk (’t Spijk) en dan hier een dorp nabij Lobith in Gelderland.
Het woord Spijk duidt op een landtong en is verwant met spijker.
Hier, op de grens van Nederland en Duitsland, ga ik de rivier verlaten. De Spykweg wordt de Oude Kleefsepostweg. De weg ligt in Duitsland, de huizen links staan in Nederland.
Ik rij langs een drukke weg Elten in en merk ook gelijk dat ik in Duitsland ben. De fietsinfrastructuur is zo anders. Een voetpad aan de linkerkant, dat is mijn plek. In het centrum is het ontzettend druk, maar met wat moeite geraak ik het dorp uit.
Het dorp was van 23 april 1949 tot 1 augustus 1963 Nederlands, als compensatie voor de Duitse bezetting.
Het landschap verandert, bossen en glooiende velden, en daardoor is het soms flink trappen. De lucht wordt wel donkerder. Ik hoop maar dat ik het droog hou.
Via Beek fiets ik richting mijn bestemming: Nieuw-Dijk. Een relatief nieuw dorp, uit 1911, net als de voormalige kerk waar ik afstap. De Antonius van Paduakerk uit 1911 is niet meer in gebruik voor de eredienst. De buitenkant is niet opmerkelijk en de binnenkant op het eerste gezicht ook niet. Veel baksteen zowel gewelven als muren, maar de schilderingen van de achterwand zijn wel heel bijzonder. Deze zijn in 1949-1951 gemaakt door de Friese kunstschilder Jacob Ydema.
Het orgel staat tegen die beschilderde achterwand en is in 1950 gebouwd voor de Grote Kapel van Landgoed Willibrordus in Heiloo, voor het psychiatrisch ziekenhuis daar. Het was het opus 241 van orgelbouw Pels. En dat is nu ook de naam van kerk als concertzaal Opus 241.
Vanmiddag geeft Bert den Hertog uit Den Haag een concert met als thema ‘Tussen leven en eeuwigheid‘. Per twee stukken licht hij het programma toe.
Hij opent met Toccata II van Monnikendam. Toccata betekent aanraken en dat is heel aards en dit wordt gevolgd door het verstilde In Paradisum van Dubois.
Funérailles van Liszt is geschreven als pianostuk met de revolutie van 1848 in gedachten. Dit wordt gepaard met Consolation (vertroosting) van Max Reger.
Dan twee stukken van Jehan Alain. Le jardin suspendu, de hangende tuinen, en inderdaad, de noten blijven hangen, zonder een baslijn in de diepte en dan de befaamde Litanies, de klaagzang, een schreeuw naar de hemel.
Hij sluit af met het tweede deel van Diptyque van Messiaen, met etherische klanken, en dan de Final van de Vierde symfonie van Louis Vierne, weer een toccata en dat maakt de cirkel rond.e
Een perfect einde aan een mooie dag.




