Als je het gebouw aan de buitenkant ziet, is het groot, massief, plomp, vierkant. De hoofdingang is daarbij vergeleken erg klein. Boven de ingang is nog steeds de oude bestemming af te lezen: POSTERYEN TELEGRAFIE.
De grotachtige ingang is versierd met een groot zwart beeld dat wel een soort farao lijkt, maar ter land, ter zee en in de lucht voorstelt, omringd als de ‘farao’ is met dolfijnen, vogels en paarden.
Stap je langs de ‘farao’ dan ontvouwt zich een enorme ruimte, een kerk gelijk. Zes grote paraboolvormige bogen vormen het geraamte van deze hal en tegelijk het dak. Tussen de smallere bakstenen spanten zijn stroken glas aangebracht, waardoor een bijna mystieke sfeer ontstaat. Of zoals onze gids zegt: het lijkt wel een kerk, alsof hier de mis wordt opgedragen voor het menselijk vernuft.
We lopen door de enorme hal, naar de zes beelden. Ze zijn gemaakt van arduinsteen en daarna geolied, waardoor de steen aandoet als ebbenhout. De beelden stellen de continenten voor: Europa, Azië, Australië, Amerika en Afrika. Iedere persoon is vergezeld van een dier. Paard, olifant, kangoeroe, bison en kameel. Het zesde beeld stelt handel en welvaart en wordt vergezeld van de octopus.
Met de bouw van dit Hoofdpostkantoor (ook wel ‘Post Neude’ of ‘Post Utrecht’ genoemd) werd in 1919 begonnen, maar de plannen stammen uit 1917. In 1924 werd het gebouw opgeleverd. Architect Crouwel heeft het gebouwd ontworpen in de stijl van de Amsterdamse School, een manier van expressief en expressionistisch bouwen. Deze stijl is een reactie op het functionele en rationele bouwen van o.a. Berlage (o.a. zijn Beurs van Berlage).
De architect heeft intensief samengewerkt met de beeldhouwer Hendrik van den Eijde, en daardoor een ‘Gesamtkunstwerk’ neergezet.
Naast de beelden van de continenten zijn speciaal gebakken tegels te zien in de vorm van vogels, gestileerde postduiven, waarmee de functie van het gebouw wordt benadrukt.
De letters bij de beelden van de continenten zijn speciaal voor dit gebouw ontworpen. Inmiddels is er een compleet alfabet in dit font gratis beschikbaar, onder de naam Neude.
In het trappenhuis wijst de gids ons op het metselwerk. De geel geglazuurde bakstenen zijn gemetseld in kettingverband en bij het voegen zijn de horizontale voegen verdiept en de verticale voegen gevuld, waardoor er een sterke belijning ontstaat. De afgeschuinde hoekbakstenen zijn speciaal in die vorm gebakken.
Vanuit de bovengangen kijken we neer in de grote hal. Aan weerszijden van de hal hangt een groot tegeltableau van de Porceleyne Fles: een grote klok en het rijkswapen. De massaliteit van de muren wordt doorbroken met ventilatieroosters: grote bakstenen ruiten met gaten er in.
De galerijen zijn voorzien van openingen die weer versierd zijn met arduinen ornamenten. Overal zie je die ornamenten in de vorm van stempels, isolatoren, posthoorns. Maar ook olifanten en wat lijkt op de steven van een Vikingschip.
Wat we niet zien, is de verborgen verdieping. Het was natuurlijk het hoofdpostkantoor van Utrecht in de tijd dat telefonie opkwam. Iedere aansluiting moest met een kabel op het grote schakelbord beschikbaar zijn. In de tussenverdiepingen hebben ooit kilometers kabel gelegen.
We lopen nog wat verder en komen in de grote voormalige kantoorruimtes, waar verbazingwekkend grote ramen aanwezig zijn, maar waar alle ornamentiek ook gelijk verdwenen is. Dit is functioneel, meer niet.
Vanaf de buitenkant is het parabooldak niet te zien, verdiept als het ligt tussen de omringende daken, maar op de zolder krijgen we via een nieuwe deur zicht op de grote stalen en glazen constructie die het parabooldak overkapt. Tuurlijk, die glazen strips zouden bij de eerste de beste hagelbui kapot gegaan zijn. Maar die illusie werd goed bewaakt. Er zijn matglazen ramen op deze verdieping, maar ik kijk even beter. Het is gewoon nep. Achter het glas brandt helder licht.
Tegenwoordig is het gebouw in gebruik als bibliotheek met ruimtes voor iedereen in de stad. Studiezalen, speelruimtes, een theater, een bar, overal kun je gaan zitten lezen: het lijkt mij een soort huiskamer van de stad en de vele ruimte wordt goed benut.
We dalen via de roltrappen af en zien daar een kunstwerk dat doet denken aan glas-in-loodramen, maar het is geschilderd glas, waarbij de kunstenaar zich liet inspireren door het pand en de voormalige functie én door zijn computerbeeldschermen, die zomaar crashten. Het heet ‘digitaal falen‘.




Onder vlnr: gestileerde stempels, het lijnenspel in het trappenhuis van zowel metselwerk als de schuin geplaatste pilaartjes

Onder vlnr: de dakconstructie, betonnen ornamenten aan de buitenzijde, het expressieve gebruik van baksteen bij de torenachtige onderdelen
