Klooster
Gisteravond liep ik een eindje rond en door het kleine dorpje Rottum. Het ligt op een wierde, die deels is afgegraven, maar de relatief jonge bebouwing ten spijt, het is hier oeroud gebied.
Langs de Rottumermaar ligt een tweede water, een overblijfsel van de gracht die de abt heeft laten graven in 1580, in bange afwachting van de komst van protestantse troepen. De gracht is nooit afgemaakt, maar tot op de dag van vandaag is dit stuk er nog met twee bastions, niet meer dan uitstulpingen in de waterloop, maar toch.
Langs wat vroeger vermoedelijk het kloosterhaventje was kom ik bij de kleine 19e eeuwse kerk, die open is. Hier, op het hoogste punt van de wierde, stond het grote klooster Juliana, gesticht tussen 1195 en 1210. De kloosterkerk was een van de grootste van Groningen met een lengte van maar liefst 47 meter. Het klooster had bezittingen rondom het dorp, maar ook verderop, zoals het eiland Rottumeroog.
Vanuit de kerk kijk ik over het lage land en daar ligt wierde Helwerd. Hier zou missionaris Liudger de blinde zanger Bernlef het zicht hebben gegeven waarna de zanger het christelijke evangelie ging verkondigen.
Pinksteren
Na het heerlijke ontbijt fiets ik de wierde af, richting Kantens. In de oude Antoniuskerk ga ik de dienst bijwonen. De kerk is deels van rond 1200 en de toren wordt gesteund door een enorme steunbeer. Het is heerlijk zingen bij het mooie orgel, dat al uit de 17e eeuw stamt.
Het is vandaag Pinksteren en de preek staat in het teken van communicatie. In het koor van de oude kerk, waar vroeger de priester de mis opdroeg, verzamelen we ons rond brood en wijn. Zoals de predikant in de preek zei: overal ter wereld kun je een kerkdienst bijwonen en al ben je de taal niet machtig, toch zal iedere christen de tekens van brood en wijn begrijpen.
Middelstum
De bijzondere torenspits van Middelstum is goed te zien en mijn route komt er langs. De deur staat open en ik zet mijn fiets op slot. Een man op een racefiets komt het pad op, gaat de kerk binnen, al deuren klapperend. Ik pak een informatieblad en ga ook naar binnen. De man komt al weer terug en zegt iets tegen me. Ik versta hem niet goed en hij zegt het nog een keer. ‘Bovenin kun je Pinksteren zien.’ En weg is-ie.
Ik ben nu alleen in de laat-gotische Sint Hippolytuskerk, in 1445 gebouwd als een hallenkerk in opdracht van Onno van Ewsum, heer van de borg die hier in de buurt stond. Zijn zoon liet de kerk verbouwen tot kruiskerk.
In de gewelven zijn prachtige schilderingen blootgelegd, dé manier in die tijd om de bijbelverhalen aan de mensen te vertellen. Ik zie de zondeval, het laatste oordeel met rechts de hemel en links de hel. En inderdaad, het Pinksterfeest. Even goed kijken, en ik zie de vlammetjes boven de hoofden.
Ik stap weer op. Ik heb de wind grotendeels in de rug, het is niet al te warm en het is rustig op de weg.
Ik passeer Huizinge en Stedum. Ik sta even stil bij de Bartholomeuskerk (helaas niet open) en dan door naar Lellens. Ik loop even langs het kleine 17e eeuwse kerkje, op zoek naar een bankje. Helaas! Even later, als ik het dorpje uitrij, zie ik een picnickbank staan waar een inwoner een parasol naast heeft gezet. Kijk! Daar heb ik wat aan. Gauw zitten en in de schaduw eet ik mijn boterhammen op. Heerlijk, zo pauzeren.
Ik schamp langs Wittewierum, ooit de plek van het roemruchte klooster Bloemhof waar Emo abt was en dan sla ik af naar ’t Roegwold, een ruim 1100 hectare groot natuurgebied. Het is er druk met wandelaars.
Ik bereik Schildwolde en dan ben ik bij de Fraeylemaborg.
Fraeylemaborg
Tuurlijk heb ik mijn route zo gepland, dat ik hier langs kom. Op het voorplein eet ik eerst even wat en dan koop ik mijn ticket en dan kan ik aanbellen bij de borg.
Ik krijg een gidsje aangereikt en na een korte uitleg mag ik op eigen gelegenheid het hele huis door. Er zijn filmpjes over het huis en daarin wordt maar weer eens duidelijk dat het mooie vrijwel symmetrische uiterlijk van dit soort huizen en kastelen maar al te vaak bedrieglijk is.
Ook Fraeylemaborg is begonnen als een eenvoudig steenhuis, zoals het in Groningen wordt genoemd. Bedoeld om veilig te kunnen wonen, vierkant met een meter dikke muren, de deur hoog in de gevel met een ladder. Dat deel stamt al uit eind 12e eeuw.
In de 14e en 15e eeuw zijn deze steenhuizen niet meer bestand tegen de voortschrijdende bewapening en worden ze omgevormd tot gerieflijke residenties voor de plaatselijke heren en hun families. Zo ook Fraeylemaborg. Generaties bewoners hebben hun stempel op de borg gedrukt.
De laatste bewoners waren de burgemeester van Slochteren en zijn gezin. Deze burgemeester had de langste achternaam van Nederland: Thomassen à Thuessink van der Hoop van Slochteren. Dat moet je ook niet een paar keer achter elkaar moeten zeggen. Zijn dochter was met haar gezin de laatste die de borg bewoonde maar het onderhoud werd haar te zwaar.
Nu is het ondergebracht in een stichting en als museum te bezoeken. Al dwalend loop je door de eeuwen. Portretten van Willem III en Mary Stuart, een meubelsetje besteld door de provincie Drenthe toen de 15 jarige koningin Wilhelmina op bezoek kwam, de zolder met de eeuwenoude balken, de toren, de kelders, de keuken. Uiteraard zijn er een gele, een blauwe, een groene, een roze en een rode kamer. De rode kamer heeft ooit nog onderdak geboden aan Johan de Witt.
Grappig is dat ik in de mini-tentoonstelling in zowel de borg als het koetshuis, de gastvrouw van gisteren tegenkom, Grietha Scheers. In de weme van Warffum was in ’t Sael (de grote 13e eeuwse zaal) het andere deel van de tentoonstelling al te zien.
Nu krijg ik wat zicht op de bedoeling. Er staan hier (en ook in Warffum) kegeltjes, klein en wat groter, in diverse kleuren. Er hangen foto’s waarop ik soms Grietha herken. Ook stoffen banieren in verschillende kleuren hangen er.
De tentoonstelling heet: I am I en is ingericht door Ellen Korth.
Ellen moest in haar huwelijk door de positie van haar man zich voor gelegenheden representatief kleden, iets waardoor ze zich in het gareel geduwd voelde. Het paste niet bij haar. Daarom ging ze stoffen verknippen en verscheuren en die in vormen duwen, kegels maar ook blokjes, als een soort bevrijding van haar ik.
Grietha heeft, als dochter van een coupeuse-lerares, oog voor goede kleding en kocht van haar eerste salaris haar eerste pak. Zij heeft haar figuur kunnen behouden en kan daardoor de kwalitatief goede kleding die ze heeft, blijven dragen. Ook zij moest zich representatief kleden voor gelegenheden, maar dat vindt zij juist een uitstraling van wie zij is. Twee vrouwen met een totaal verschillende visie op kleding en wat die communiceert aan de buitenwereld.
Door Noordbroek, Zuidbroek (met de prachtige Petruskerk) en Muntendam, boven Veendam langs, dan nog een klein eindje en ik ben in Oude Pekela. Een eindje buiten het dorp staat de B&B, op een camping. Heerlijk rustig.















Muntendam, brug over het Meedenerdiep
