Ik probeer me voor te stellen hoe dat geweest moet zijn in 1688. Honderden schepen zijn er samengekomen. De haven ligt helemaal vol en langs de kust liggen de andere schepen te dobberen aan hun ankers. 500 scheper moeten er gelegen hebben, in november 1688. Een vloot drie keer zo groot als de Spaanse Armada. Oorlogsschepen, transportschepen, zeilen zo ver je oog reikt.
De kleine vesting is overlopen door duizenden mensen. 20.000 soldaten gaan aan boord en 4.000 paarden.
Het is de grootste invasiemacht sinds Willem de Veroveraar in 1066 koers zette naar Engeland. En dat is wat deze vloot ook zal doen.
Een eerste poging mislukt, een storm drijft de vloot terug het Haringvliet in, maar de tweede poging op 11 november lukt wel. En zo zeilt stadhouder Willem III met een oostenwind in de zeilen naar het land waar zijn schoonvader koning is.
Op 15 november komen ze aan in Devon, en waar iedereen een bloedige slag verwacht, gebeurt er niets. Het bewind van James II (of Jacobus II) stort ineen. Zijn leger loopt over naar Willem en Jacobus vlucht naar Frankrijk.
Willem en zijn vrouw Mary bestijgen de Engelse troon als een duo-koningspaar.

En dat ging allemaal hier van start, in het kleine Hellevoetsluis.

inschepen in de haven van Hellevoetsluis
schepen van Willem III in slagorde

Hoe kwam dat kleine Hellevoetsluis zo centraal te staan in de wereldpolitiek?
Hier bij de Hellevoet, een laag punt van de Helle of Helius volgens de Romeinen, was in de 14e eeuw een polder ter bedijking uitgegeven. In de Zuiddijk kwam een uitwateringssluis: de Hellevoetse Sluis.
Bij die sluis kwam een klein haventje met iets verder een dorpje, Nieuw Helvoet.

De Admiraliteit op de Maeze (ook wel van de Maeze of van Rotterdam) liet na 1600 de oorlogsschepen hier, in Hellevoetsluis schoonmaken, herstellen en uitrusten. Zo groeide dit kleine dorpje uit tot een belangrijk steunpunt.
In 1665 werden de eerste verdedigingswerken aangelegd. Eeen relatief smalle en lange vesting ontstond zo langs de havens, met maar één landpoort, de Brielse Poort.


Vandaag ben ik met de geschiedkundige vereniging van Culemborg op excursie naar Hellevoetsluis. Ik sta al vroeg op station Culemborg en wacht een beetje ongeduldig op opening van de kiosk. Dan kan ik nl. nog even naar het toilet voor we vertrekken en ik verschalk nog een koffie.

Een gerieflijke reis later staan we voor de Brielse Poort. Op naar koffie en appelgebak. De groep wordt in vieren gesplitst. Twee groepen gaan met een gids op excursie door de vesting, twee groepen gaan naar het droogdok.


Het is prachtig weer als we achter de gids aan over de groene vestingwallen wandelen. Er is veel te zien en te vertellen. Een dubbele remise, nu mooi wit geschilderd, vroeger grijs gepleisterd, een bomvrije opstelplaats voor geschutstukken. Onderaan de vestingwal, op de rand van de gracht, zijn de oude meidoornhagen in ere hersteld. Was de vijand de gracht overgestoken, dan wachtte de uitdaging deze stekelige hindernis te overkomen. De oude westmuur, waarmee het kleine dorpje in tweeën werd gesplitst. Richting het Haringvliet de kustverdediging, landinwaarts de marine. Op de muur o.a. de koppen van Michiel de Ruyter en Maarten Harpertsz. Tromp. Erachter een sober monument voor de veteranen, een serie cortenstaal platen op het plein.

Ongemerkt lopen we op de kazerne, waar we twee cortenstalen kunstwerken tegenkomen, tien kleine blokken met één er tegenover, een compagnie met commandant. En dan een zoeklicht, waarin een vliegtuig is uitgestanst. Nou heeft hier wel een zoeklicht gestaan, maar niet de FLAK van de Duitsers. En het stond dus ook nog de andere kant op.

Overal zijn de plaatsen te zien waar ooit de kanonnen stonden en hier, vlakbij de kust, staat een kanon, een strandvondst. De loop is op het strand uitgegraven, een gigantisch gietijzeren ding, dat nu op een nieuwe affuit staat. Kaliber 24 Lang 25, ofwel de kogels hebben een doorsnede van 24 cm en de loop is 6 meter (24×25). De kogels waren 150 kg zwaar en konden tot 3 km ver worden geschoten. Hiervoor was 24 kg buskruit per schot nodig! De loop weegt 14 ton, het geheel incl. affuit weegt 22 ton.
Het is het overblijfsel van de 19e eeuwse kustbatterij Hellevoetsluis. Nederland had 69 van deze kanonnen gekocht en hier stonden er 13. Nooit gebruikt, wel mee geoefend, en al snel verouderd, toen de firma Krupp met een vergelijkbaar model van staal kwam, dat 6 km ver kon schieten.


Langs de grote kazerne Haerlem (nu o.a. in gebruik bij de scouting) en de molen naar de brug over de haven. Dan langs het Prinsenhuis, nu gemeentehuis, en de voormalige machinistenschool. Net voor het pomphuis liggen drie museumschepen: de houten mijnenveger AMS Bernisse, het lichtschip Noord Hinder en het ramtorenschip Buffel. In het pomphuis gebruiken we de lunch en daarna wisselen we stuivertje en gaat onze groep mee naar het dok.


Wat is een droogdok?
Daarover krijgen we in het bezoekerscentrum eerst een filmpje te zien. Het is al meer dan 25 jaar oud, maar toch geeft het het principe van een droogdok nog goed weer.
Volgens Wikipedia: Een droogdok is een vaste bouw- of reparatieplaats voor schepen, die men door middel van een mechanische aangedreven pompinstallatie onder water kan laten lopen, of droog kan zetten.

We waren over de sluisdeuren van het dok gelopen en links en rechts van ons zagen we grote amphitheater-achtige ruimtes. Dat is de plek waar schepen kunnen worden gedokt. Ze worden ingevaren, zodanig dat ze op dokstoelen staan, het water wordt weggepompt en de arbeiders kunnen beginnen aan schoonmaak of reparatie van het onderwatergedeelte van het schip.

Het dok in Hellevoetsluis heeft een bijzondere havendeur, geen openslaande sluisdeuren, maar een schipdeur (een bateau-porte). De eerste was van hout, de tweede uit 1884 is van staal. Als de schipdeur in de sponning van de dok-opening ligt, is de deur vol met water. Dan loopt het dok vol met water en vervolgens laat men het water uit de schipdeur lopen. Die gaat drijven en kan worden weggevaren, waarna het gerestaureerde schip uit het dok kan varen.

Op één van de bolwerken van Hellevoetsluis begon Jan Blanken met de bouw van een groot droogdok. De plannen waren er al in 1798 en het geheel was in 1822 klaar. Het eerste dok is een hersteldok, het tweede deel achter de waterdichte sluisdeuren is het timmerdok, waar schepen gebouwd kunnen worden.

Jan had contacten in Engeland, o.a. met James Watt en wist, ondanks dat Nederland onder Frans bewind in oorlog was met Engeland, drie stoommachines naar Nederland te smokkelen. Het pomphuis was te klein en moest worden uitgebreid. De drie machines dreven negen pompen aan. Waar anders dagenlang gepompt moest worden om het dok droog of vol te krijgen, was het nu een kwestie van uren.

Een droogdok heeft wel een probleem qua bodem. Die mag niet gaan drijven of knakken. Daarom zijn er 5.000 palen geheid die het dok niet ondersteunen, maar als het ware naar beneden ‘trekken’. Op ingenieuze wijze zijn de palen voorzien van wigvormige koppen die de erop liggende vloer vasthouden.
Daar weer boven ligt een vloer van 1.40 m dik, bestaande uit verschillende lagen, o.a. hout en bakstenen, in dwarsverband gelegd.


We mogen naar beneden. Bouwhelmen op en daar gaan we. Naar de aquaducten. Om het hele dok loopt een lange gang (320 meter lang) die gevuld was met water. Om de zoveel meter is er een opening naar boven. Bij brand kon hier snel bluswater worden gehaald.

En die gangen zijn nu droog en wij lopen ze helemaal door. Bij het bouwen van het dok zijn 5 miljoen bakstenen gebruikt en hier in de gangen zien we metselwerk van een kwaliteit van je u tegen zegt. Hoeken en bochten zijn op een prachtige wijze vormgegeven, de stenen zijn zorgvuldig bijgekapt waar nodig, de stenen zijn in kruisverband gemetseld. Om het waterdicht te maken is er gevoegd met trasmortel. Tras is fijngemalen tufsteen uit de Eifel dat in de mortel is verwerkt.


Den Helder werd uiteindelijk de enige marinebasis van Nederland, voor Hellevoetsluis verliep het tij. Ook voor het dok. Het was in particuliere handen tot ca 1970, in 1979 werd het een rijksmonument. Het pomphuis was op een dag gesloopt, de vesting zelf had enorm geleden in de oorlog en in 1953.

Maar nu is het een prachtige plek, met mooi ingepaste nieuwbouw, de oude vestinggebouwen hebben nieuwe bestemmingen gekregen, de haven ligt vol met plezierjachten, het droogdok is gerestaureerd en kan gewoon gebruikt worden, het pomphuis is herbouwd.

Er daar ben ik blij mee, want op het pontonterras geniet ik nog even van een drankje voor we weer teruggaan!


Jan Blanken

  • in 1755 in Bergambacht geboren als zoon van een timmerman die waterbouwkundige was de Krimpenerwaard en molen, sluizen en dijken ontwierp en bouwde. Jan vergaarde hier zijn praktische kennis voor zijn latere carrière
  • 1775 – eerste ordinaris-opzichter van de Hollandse eilanden Voorne, Goeree en Overflakkee
  • 1785 – luitenant der artillerie
  • 1794 – kapitein der artillerie
  • 1795 – door de Staten van Holland benoemd tot lid van het comité voor superintendentie van zeedijken en weringen in het gewest Holland
  • 1798 – nadat het besluit is genomen tot uitvoering van de sluis- en dokwerken in Hellevoetsluis, benoemd tot directeur
  • 1800 – commissaris-inspecteur van het departement Schelde en Maas benoorden Krammer en Grevelingen
  • 1803 – luitenant-kolonel
  • 1803 – inspecteur in het 1e district van de Waterstaat (Zuiderkwartier van Holland)
  • 1808 – inspecteur-generaal van de Waterstaat
  • 1809 – ontwerper van de Lingewerken.
  • 1815 – samen met Cornelis Krayenhoff grondlegger van de Nieuwe Hollandse Waterlinie
  • 1823 – het dok te Hellevoetsluis volgens plannen Jan Blanken afgebouwd
  • 1826 – ontheven uit zijn functie
  • 1999 – de brug over de Lek bij Vianen werd naar Jan Blanken vernoemd

PS: Fortresse is Frans voor vesting. En Hellevoetsluis presenteert zich toeristisch als Fortresses Holland.

langs de vestingwerken
langs de vestingwerken
Linksboven het veteranenmonument, middenonder de kijkuit, overige foto’s westmuur met reliëfs
langs de vestingwerken, met de molen, de kruitkamer, het zoeklicht
langs de vestingwerken, met rechtsboven een kruithuis, linksonder kazerne Haerlem en het 24 cm kanon
Bovn het prinsenhuis, onder gevel machinistenopleiding, kanonnen op de kade
de museumschepen, Boven ramtorenschip de Buffel, mindderechts lichtschip Noord Hinder, overige foto’s mijnenveger Bernisse.
droogdok
droogdok
droogdok, rechtsboven het herbouwde pomphuis en rechtsonder zicht op de museumschepen van het terrasponton


Plaats een reactie