Nee, een oranje tompoes hadden ze niet meer bij de Albert Heijn, toen ik rond zes uur in Tiel arriveerde. Dan maar een oranje soesje.
Vorige week realiseerde ik me dat er een kink in mijn logistieke kabel was geslopen. Een oranje kink, wel te verstaan. Op Koningsdag mag ik niet met de fiets met de trein mee. En dat was mijn plan. Dat dus nu de prullenbak in kon. Vandaar dat ik vanmorgen om kwart voor acht aan het ontbijt zat. Inslaan voor een lange dag.
Om tien over half negen ben ik Rijssen al uit en in de verte hoor ik een trompet het Wilhelmus spelen. De wind is oost, vandaar dat ik het kan horen. Daar heb ik vandaag wel geluk mee, met deze lange tocht. De wind zit in elk geval in de goede hoek, oost en noord-oost. En ik moet zuid-west.
Maar dat Wilhelmus? Dat is één van de oudste volksliederen ter wereld, maar pas sinds 1932 ons officële volkslied. De melodie is afkomstig van een spotlied dat in 1568 in Chartres werd gezongen, de tekst stamt uit ca 1570. De originele melodie is een soort ruiterlied, en lijkt bijna niet op onze psalmachtige volkslied.
Bij station Holten lijkt een beuk te liggen, maar het is een kunstwerk van hout met binnenin een trap vanwaar je over het glooiende landschap kunt kijken. Volgens de overlevering zouden Holten en Rijssen hun namen danken aan de aanwezige bossen. Een orkaan uit het westen zou ooit veel van de bomen zijn omgewaaid. De takken (of rijsen/riesen vgl. rieshout) wezen richting Rijssen en de stammen, het hout (of holt), richting Holten.
Ik heb een mooi fietspad langs het spoor, het is ontzettend koud nog, en licht bewolkt, maar de rit gaat uiterst voorspoedig en om tien uur rij ik Deventer binnen. Ik heb koffie verdiend en op de Brink zijn de eerste terrasjes gelukkig al open.
Ik steek de IJssel over en heb zicht op de stad, én de kleedjesmarkt of vrijmarkt. Ik vraag me ineens af hoe lang die traditie al bestaat. Sinds de jaren 1970, blijkt. In 1966 trouwden Beatrix en Claus en hun huwelijksdag in Amsterdam was roerig, zacht gezegd. De jaren daarna werd het rond Koninginnedag telkens grimmig en in 1971 besloot het Amsterdam Oranjecomité de straat en de openbare ruimte over te nemen met feestelijkheden. Sloepvaren, bromfietsrally, straatoptredens én een vrijmarkt. Vier jaar later was het al een Amsterdamse traditie die inmiddels navolging heeft in het hele land.
Ik fiets over de IJsseldijk richting Wilp. Vanaf hier hoef ik geen oortje meer in te hebben, want deze route heb ik meermalen gefietst. Door de prachtige bossen bij Busloo en dan langs de grote weg naar Klarenbeek. Bij station Klarenbeek kan de trui uit, het is er warm genoeg voor. Ik zie dat de digitale stationsinformatie ook in het oranje is.
Bij de oude spoorlijn Apeldoorn-Dieren stap ik toch even af om de wagons en infrastructuur te bewonderen. Deze lijn werd in 1887 geopend tussen Dieren en Apeldoorn. Passagiersvervoer stopte in 1950 en het goederentransport werd langzaam afgebouwd. In 1975 is de lijn in gebruik genomen als een toeristische spoorweg, geëxploiteerd door Veluwsche Stoomtrein Maatschappij. Deze treinrit staat nog op mijn verlanglijstje.
In Loenen ga ik even weer een pauze pakken. Ik ben bijna op de helft, maar als ik nu niet wat eet, komt het er voorlopig niet van. Ik steek nl. het Nationaal Park Veluwezoom over en dat is kilometerslang heide, bossen, zandwegen en géén restaurants.
Ik ben toch even de route aan het zoeken in Loenen, maar uiteindelijk stuif ik door de bossen. Ik heb de snelheid er goed in, behalve natuurlijk bij de venijnige klimmetjes. Ineens hoor ik verkeer en dan ben ik bij de A50.
Ik rij nu langs de grens van Het Nationale Park de Hoge Veluwe. Ik fiets vandaag veel langs de grote wegen, maar omdat er nagenoeg geen vrachtverkeer is en veel minder autoverkeer, is het toch heerlijk relaxt.
Over relaxt gesproken, ik ga even bij Van der Valk aanleggen, aan de rand van Arnhem. Ik zit op 75 km en ik moet even innemen.
Ik vind mijn Koningsdag tot nu toe best leuk en bedenk me ineens dat ik niet weet hoe lang die traditie al bestaat.
Ik kom er achter dat in de 19e eeuw mensen de verjaardag van de koning wel herdachten, maar echt een feest? Nee, dat niet. Dat veranderde in 1884. ‘Oranje Ka’, (Jacoba van Schooheim) baatte in Utrecht het logement Oranjehuis uit en ze was een vurig aanhangster van het koningshuis. De buurt waar ze woonde, Wijk C, heeft straten met namen als Willemstraat, Koningstraat, Oranjestraat. En er is een Oranjepark.
In 1884, op 31 augustus, neemt zij het initiatief voor de eerste, onofficiële Princessedag, in het Oranjepark. Het idee sloeg aan, kreeg navolging en een jaar later werd het voor het eerst officieel gevierd. Toen Wilhelmina in 1890 koningin werd, veranderde de naam. Bij haar inhuldiging was Koninginnedag uitgegroeid tot een feestdag met optochten, muziek en vlagvertoon.
Bij Wolfheeze zie ik dat er eindelijk begonnen is met de spoortunnel. Het spoor blijft op maaiveldhoogte en de weg gaat onder het spoor door. Lijkt me nog een hele klus.
Ik rijd het dorp uit, het bos in en dan rij ik tot aan Heelsum naast de A50, maar veel hoger. Bij Heelsum ga ik naar Renkum en dan Wageningen.
Bij Wageningen lijkt het of de wind is gedraaid. Tot aan de pont naar Opheusden lijk ik de wind wel tegen te hebben.
Op de pont is het een gezellige drukte, de pontbaas in zijn rood-wit-blauw-oranjeshirt. Nagenoeg iedereen die ik onderweg tegenkom heeft wel iets met oranje aan of bij zich. Ook ik.
Bij de MacDonalds in Ochten neem ik nog een laatste pauze. Even moed en energie verzamelen voor de laatste kilometers.
Na 115 kilometer zet ik mijn fiets weer in de schuur. De vakantie zit er weer op
Nog even onze vlag. Dat rood-wit-blauw, waar komt dat vandaan? Dat blijkt al heel oude papieren te hebben. In de middeleeuwen kwam het graafschap Holland aan het Beierse huis Wittelsbach. Hun kleuren waren wit-blauw. Die kleuren werden met rood gecombineerd, van de rode leeuw van Holland. In 1409 laat graaf Willem VI van Holland een rood-wit-blauw staatsiekleed maken.
In de 80-jarige oorlog voeren de geuzen een oranje-blanje-bluevlag, waarbij ze de rode baan door een oranje vervingen, om hun steun aan Willem van Oranje uit te dragen.
De kleur oranje was kostbaar en vervaagde in het zonlicht én was ook nog eens slecht zichtbaar. De koopvaardijschepen bleven de rood-wit-blauwe vlag voeren en uiteindelijk werd die vlag ook de vlag van de Nederlandse Staten-Generaal.
De vraag of de bovenste baan rood dan wel oranje moest zijn, is de oorzaak van het vlaggen met de oranje wimpel. Die wordt nl. alleen uitgestoken op Koningsdag en verjaardagen van leden van het Koninklijk Huis. Ook bij geboorte of huwelijk van leden van het Koninklijk Huis kan de instructie gegeven worden de wimpel te voeren. Die wimpel, daar is Nederland uniek mee in de wereld.
Nu maar een kopje koffie. Met een oranje soesje, want tompoezen, die waren er niet meer in de winkel




