Vandaag was het zondag en ZONdag. Ik sliep in een B&B op precies twee kilometer van mijn geboortehuis. Aan de Jufferswijk. Als ik die af fiets, komen jeugdherinneringen naar boven. Hier haalden we aardbeien, daar lag vroeger nog een brug over een verlande zijvaart, hier wandelden we ‘s-zondags met onze vader.
Vanmorgen ga ik in Gees naar de kerk, met mijn familie, en daarna, een beetje laat, stap ik op de fiets naar Rijssen.
Het is vanaf de vroege ochtend al zonnig en ik smeer me goed in met zonnebrandcrème. En dan een knooppuntenroute en ik kan van start.
Via overbekende wegen fiets ik naar De Krim. Wat heb ik wat staan wachten op de bus naar school. De naam van het dorp wordt voor het eerst vermeld in 1857 als De Krim. En nee, dat is niet naar de oorlog die kort daarvoor op de Krim was losgebarsten, maar naar de hoek, een krimp, in de Lutterhoofdvaart waaraan het dorp ontstond.
Door Oud-Lutten, nu een buurtschap, maar ooit een dorpje, al in 1259 vermeld. Het ligt in een licht glooiend landschap, nog eigenlijk net als vroeger toen het geïsoleerd op zandruggen in een zee van veen lag.
Net voor Hardenberg fiets ik door buurtschap Collendoorn en dan ben ik bij de Vecht. Ik blijf de rivier volgen door de stad en bij Rheeze ga ik de knooppuntenroute laten voor wat het is.
In het oude brinkdorp Rheeze ligt de weg open. Ik sjouw met mijn fiets door het mulle zand en dan op naar Mainbarg. Bij Diffelen zie ik mensen aan de kant van de weg staan met fietsen en auto’s. Wat blijkt? Ook hier worden bloembollen geteeld!
Mainbarg ofwel Mariënberg, daar pauzeer ik even. Aan de kant van de weg staat een nepkapelletje. Hiermee wordt de oorsprong van het dorp in herinnering gebracht. In de 14e eeuw bouwden de Broeders des gemeenen levens uit het klooster bij Sibculo hier de Hut Mariaborch. Ze gebruikten die als basis voor hun werk in het veen.
Even later moet ik rechts en dan fiets ik langs het kanaal Almelo-De Haandrik. Kilometerslang, bijna 13 kilometer lang. Het kanaal is een zijtak van het Overijssels kanaal en werd in het midden van de 19e eeuw gegraven om de Overijsselse kanalen van water te voorzien, maar was ook belangrijk bij de vervening van het omliggende gebied. Bij een recente uitbaggering zijn woningen aan het kanaal beschadigd en ik zie inderdaad nog een gestut pand staan.
Via Beerzerveld en Geerdijk kom ik in Vroomshoop. Hier takt de nu afgesloten zijtak naar Zwolle af. De naam Vroomshoop werd al in 1772 genoemd, maar het dorp zelf is een 19e eeuwse veenkolonie. En die naam? Daar zijn twee verklaringen voor. Verdwaalde monniken zouden in vroeger tijden altijd herkenningspunten hebben en hier was dat een heuvel. De Vrome Hoop. Of heette die verhoging in het land de Bromershoop?
Door het kleine Daarlerveen rij ik Vriezenveen binnen. Dit dorp is ook relatief nieuw, qua uiterlijk, maar toch werd al in 1374 een privilege verleend aan de vrije Friezen en hun nazaten die in dit gebied woonden. Daar komt die naam dus vandaan, hoewel het ook een tijd Almeloerveen heeft geheten.
Hier verlaat ik het kanaal en ga ik via Wierden naar Rijssen. Bij Huurne ga ik de Exosche Aa volgen, een langzaam stromend riviertje, dat uiteindelijk in de Regge uitkomt. Vitens heeft hier een waterwingebied gecreëerd in voormalige weilanden. Overal plassen, vogels, riet. En fietsers, heel veel fietsers, die op deze zonnige zondagmiddag eropuit trekken.
Het is half zes als ik bij de B&B aankom en ontvangen word met koffie en zelfgemaakt appelgebak.
Even niet meer fietsen, maar na de douche ga ik toch nog een korte wandeling maken. Ik blijk nl. ongeveer naast Havezathe Oosterhof te verblijven. Ik loop het prachtige park door en zie dat de voorbereidingen getroffen zijn voor Koningsdag. Overal staan dranghekken klaar, vlaggetjes hangen al.
De Oosterhof staat mooi te wezen in de laagstaande zon. Het goed stamt al uit de 14e eeuw en prins Maurits kwam hier graag jagen. Nu is het museum over de stad Rijssen en in het bijgebouw is een brandweermuseum ingericht.
Ik loop nog even naar de olie- en pelmolen uit de 18e eeuw. De molen staat aan de oever van de Regge. In de omgeving werd veel kool- en lijnzaad verbouwd. Die zaden werden in de onderbouw tot olie geslagen, terwijl boven, op de 4e verdieping gerst werd gepeld. De molen heet Ter Horst naar de bouwer. Die liet trouwens de molenromp uit Noord-Holland komen, uit de Beemster.
Ik lees dat de molen ook een eigen spoorlijntje had. Ik kijk op TopoTijdreis en inderdaad, ik zie de blokjes die een spoorlijn aangeven. Rijssen lag tot 1972 ook aan de spoorlijn Neede-Hellendoorn en vanaf die lijn was er een piepklein stukje spoor naar de molen gelegd.



