Vanaf de toren van de Sint Jan waaien wit-blauwe vlaggen, langs de parade hebben enkele restaurants ook wit-blauwe vlaggen wapperen. Waarom eigenlijk? Als ik om de Sint Jan heenloop, krijg ik deels het antwoord. Een groot spandoek heet me welkom in de kerk ter gelegenheid van Meimaand Mariamaand.


Ik ben vanavond in Den Bosch voor een heel bijzonder concert door Cappella Pratensis, met een voorafgaande lezing over het stuk dat vanavond gezongen wordt: de Missa Maria zart van Jacob Obrecht.

Artistiek leider Tim Braithwaithe vertelt over het leven van Jacob Obrecht, de componist, geboren in Gent in 1457 of 1458. Sommigen zeggen dat hij in Bergen op Zoom geboren is, maar dat is wensdenken van net na de splitsing van Nederland en België in 1830. Ook in Nederland wilde men een groot middeleeuws componist naasten.

Zijn vader was stadstrompettist, hij was enig kind en verder is er niet veel bekend over zijn jeugd. Zijn volwassen leven is een aaneenschakeling van korte aanstellingen.
Hij studeerde vanaf 1472 theologie en na zijn aanstelling als priester ging hij naar Bergen op Zoom als koorleider en componist van de Sint-Gertrudiskerk.
Al in 1479 vinden we hem in Kamerijk, als leraar van de kathedrale zangschool. Een goede vijf jaar later is hij zangmeester van de Sint Donatius in Brugge.

In die tijd kreeg hij verlof voor een reis van zes maanden naar Ferrara in Italië op verzoek van hertog Ercole I d’Este. Maar hij keerde niet meteen terug naar Brugge. Via Bergen op Zoom kwam hij pas na 10 maanden in Brugge en nam daar ontslag in 1491.

Op naar Antwerpen waar hij koormeester van de Onze Lieve Vrouwe wordt. Hij vertrekt al weer in 1492, naar Frankrijk.
In 1497-98 verblijft hij in Bergen op Zoom, hij is dan behoorlijk ziek. Maar in 1499 is hij weer in Brugge, bij zijn vroegere werkgever, maar in 1500 wordt hij weer ziek.
Terug naar Antwerpen waar hij voorganger-zanger wordt (1501-1503).

In 1504 reist hij opnieuw naar Ferrara om daar Josquin de Prez op te volgen als kapelmeester. Na de dood van zijn broodheer wordt hij ontslagen, hij probeert nog ander werk te zoeken, maar helaas, in juli 1505 sterft hij, waarschijnlijk aan de pest.


Hij componeert niet alleen voor zijn werkgevers, maar probeert met zijn composities ook de aandacht te trekken van machthebbers als Paus Alexander VI en keizer Maximiliaan I. En van de compositie die we vanavond gaan horen wordt vermoed dat deze speciaal gecomponeerd is voor keizer Maximiliaan I.


Als ik in de Sint Jan een plek zoek, zie ik dat het Mariabeeld uit de kapel voor in de kerk is geplaatst, iets terzijde van de viering. Ze heeft een prachtige mantel aan, om haar heen staan bloemen en kaarsenstandaards. 

Tim vertelt ons in de lezing dat we vrij mogen rondlopen, zelfs vlakbij, bijna tussen hen in, mogen staan. Er staan twee koorboeken op de muziekstandaard, één voor het koor, één voor ons. We mogen zelf de bladzijden omslaan. Het koorboek waaruit Cappella zingt is met de hand gecalligrafeerd door een koorlid.


Het wordt stil in de kerk, enkele kaarsen branden, de viering is verlicht, en dan klinkt, van achter het Mariabeeld, de eerste noot. Het devotielied Maria zart, een prachtige melodie die de hele kerk lijkt te vullen.

Bij de muziekstandaard groepeert de cappella zich en dan ontspint zich een prachtige mis met ingewikkelde melodielijnen. Voorzichtig staat een bezoeker op, gevolgd door nog één, en nog één, en het duurt niet lang of velen lopen door de kerk. Ook ik. Op elke plek klinkt het anders. Ik sta vlakbij, zit op de rand van de viering, loop in de kooromgang. Wat een ervaring.

Aan het eind verdwijnt de cappella achter het Mariabeeld door de zij-ingang, terwijl ze weer het Marialied zingen, dat zo wegsterft.

En dan blijft het stil…


Waarom denkt men dat Obrecht dit lied voor keizer Maximiliaan I heeft gecomponeerd? Ten eerste is het een grote mis (ruim een uur) en een grootse mis (uiterst complex). Ten tweede dichtte men het lied Maria zart wonderbaarlijke gaven toe. Het zou ernstige ziekten genezen. En ziek was de keizer. De ‘Franse’ ziekte ofwel syfilis. Heeft het geholpen? De keizer leefde nog tot 1519…


En waarom is mei Mariamaand?  Zoals bij veel christelijke feesten, ligt de achtergrond in het voor-christelijke verleden. Mei was de maand die door de Romeinen werd gevierd als de bloemenmaand met Floralia-feesten. De eerste dag werd gewijd aan de aardgodin Bona Dea. Zij werd later geïdentificeerd met de Griekse Maia.

Maia was in de Griekse mythologie de oudste en mooiste van de Pleiaden, de zeven dochters van Atlas en Pleione. Het Griekse woord maia betekende oorspronkelijk ‘moeder’ en later ‘vroedvrouw’. De Romeinen incorporeerden andere goden, zo ook Maia. Ze vereerden haar omdat zij de dingen van de natuur zou laten groeien. Het Latijnse woord maior (= ‘groter’) is dan ook aan maia verwant.

In de vroege middeleeuwen werden de loftuitingen aan moeder-, aard- en vruchtbaarheidsgodinnen steeds vaker op Maria gericht. En al in de 13e eeuw is in Italië de maand mei gewijd aan Maria.


En dat blauw wit? Blauw is de kleur van de hemel (Maria hemelkoningin), wit is de kleur van zuiverheid  onschuld (de maagd Maria).

Maria zart

Maria zartvan edeler art
een rose in den dooren
du hebst mit macht herweder bracht
dat lange was verloren
door Adams val di heft gewald
sint Gabriël versproken
help dat nit werd gewroken
mien sund en skuld
verwerf mi huld
want gen troost is
wer du nit bist
bermhertichheit verwerve
in't leste end
ik bid nit wend
van mi in mine sterve

Plaats een reactie