Ja, voor mij blijft de trein niet wachten. Op station Leiden is het een heel eind lopen van spoor 4a naar 5b, en net als ik instap, blaast de conducteur op zijn fluitje. Gered!
Baron Steengracht had het dan maar goed voor elkaar. Hij stuurde zijn bediende naar de halte, liet hem de trein stoppen, teruglopen naar het kasteel en dan kwam de baron wel een keer opdagen.
Die dagen bestaan niet meer.
Vroeg
Vanmorgen ging de wekker vroeg, en ik weet het, ik doe het mezelf aan. Het is ontzettend koud als ik naar de trein loop, nog geen drie graden. In het oosten gloeit de lucht van de opkomende zon, maar nog voor ik bij de trein ben is het mistig geworden. En nog wat kouder. In Utrecht haal ik een ontbijtje en dan zie ik dat mist weg is, maar het is nog wel bewolkt. In de trein naar Leiden breekt de zon door. Na een sanitaire stop op Leiden Centraal pak ik de trein terug. Naar Leiden Lammenschans.
Vliet
Het is iets over half negen als ik aan de oever van het Rijn-Schiekanaal sta.
Dit kanaal is een samenstelling van diverse vaarten en kanalen en hier is dat de Vliet. De Vliet werd al in de 12e eeuw gegraven als ontwateringskanaal en als verbiding tussen de Oude Rijn en de Schie.
Ik zal het kanaal nog kilometers volgen. Het is schitterend weer geworden, stralend blauwe lucht met de wind uit het noorden. Het water van de Vliet fonkelt gewoon. Er is vrijwel geen scheepvaartverkeer, wel wordt er geroeid.
Langs de oever ontdek ik daslook en als ik naar links kijk is het net een sprookje. In het kasteelbos is de bodem bedekt met de witte daslook, waar ik ook kijk.
Ik wandel even het kasteelbos in en dan om de gracht van het verdwenen kasteel Cronesteyn. Dit uit begin 14e eeuw stammende kasteel werd eind 18e eeuw afgebroken. Alleen de kasteelgracht om het binnenterrein is er nog. En een mooi bos met daslook…
Schans Lammen
Ik passeer de Lammebrug, net als station Lammenschans vernoemd naar Schans Lammen uit de 80e jarige oorlog. De schans was opgeworpen door de Leidenaren in oktober 1573, maar veroverd door de Spanjaarden. Een jaar later, op 3 oktober 1574, verwierf Cornelis Joppenszoon eeuwige roem bij juist deze schans. Hij ontdekte dat de Spanjaarden verdwenen waren en zou daarbij de kookpot met de inmiddels legendarische hutspot gevonden hebben. Van de schans is bovengronds niets meer te vinden, hoewel bij de recente renovatie van de Lammebrug wel restanten gevonden werden.
Trekschuit
Aan het kanaal staan fraaie boerderijen, maar één pand valt op. Het lijkt geen boerderij te zijn en dat klopt. Het is het Commissarishuis. Het stamt uit 1631 en is speciaal gebouwd voor het trekschuitverkeer.
In de 17e eeuw werden de waterwegen aangepast of aangelegd voor openbaar vervoer per schuit.
De belangrijkste steden van de Republiek werden zo met elkaar verbonden. Hiervoor sloegen de diverse stadsbesturen de handen ineen. Hier bijvoorbeeld Delft en Leiden. De Vliet werd geschikt gemaakt voor de trekschuit, grond werd onteigend, veerponten werden in de vaart gelegd (de Vliet had doorwaadbare plaatsen waar boeren met hun kar met hooi van de ene kant naar de andere konden rijden).
En hier, op deze plek, kwam een prachtig commissarishuis. Links vergaderden de bestuurders, rechts woonde de tolgaarder. Die inde niet alleen tol, hij zette ook paard en de jager (die het paard mende) naar de overkant, zodat ze naar het centrum van Leiden konden.
Pestbosjes?
Bordjes vragen aandacht voor bosjes in het weiland. Vermoed wordt dat dit pestbosjes zijn. Ik had weleens van dit gebruik gehoord. Vee dat aan een besmettelijke ziekte was doodgegaan werd begraven in zo’n bosje, vooral bij miltvuur. Ver weg van de bewoonde wereld.
En alleen daarom al geloof ik niet dit pestbosjes zijn. Ze staan veel te dicht bij de bebouwing. Het zijn geriefbosjes, waar de boer hout liet groeien om gerief of gereedschap van te maken. De sloot er omheen zorgde er voor dat het vee het bosje niet kon vernielen.
Duivenvoorde
Links zie ik een recreatiegebied, Vlietland, een zandwinningsplas en daar ga ik op het terras even van koffie met genieten. Het is worteltaart. Er zit groente in, zullen we maar denken.
En dan de laatste kilometers naar mijn bestemming: kasteel Duivenvoorde. Bij de Knip steek ik met de brug over de Vliet en is het niet ver meer.
De bochtige oprijlaan en de omringende bomen ontnemen het zicht op het kasteel, en als ik een gebouw zie, denk ik: best aardig. Blijkt het de jachtopzienerswoning te zijn.
Nog even doorstappen en dan sta ik op de brug te kijken naar 800 jaar geschiedenis.
800
In 1226 wordt Duvenvoirt voor het eerst genoemd, waarschijnlijk genoemd naar twee vroegere watertjes, de Duve en de Vore. Veel was het nog niet, een donjon of de woontoren. Die trouwens vierkant was.
Ik daal af naar het toilet in de kelder en daar zie ik stukken blootgelegde muren van die donjon. Muren die maar liefst 1.20 meter dik zijn.
De familie Van Wassenaer, een belangrijk adellijk riddergeslacht dat veel hoffunctionarissen telde, is eeuwenlang eigenaar. In elk geval vanaf 1226 als Philips van Wassenaer in de akte wordt opgetekend.
De twaalfde heer, Arent VII, is medeondertekenaar van het Smeekschrift der Edelen en werd daarom verbannen. Hij sloot zich aan bij de Watergeuzen, vandaar zijn bijnaam ‘De Watergeus’.
In 1631 werd het kasteel verbouwd en kwam het er grotendeels uit te zien, zoals het nu nog uitziet. Alleen het voorplein was nog afgesloten. In 1717 werd het kasteel nagenoeg symmetrisch verbouwd en van binnen ging ook alles op de schop.
Duivenvoorde ging mee in de vaart der volkeren en dus kwam hier ook een Franse baroktuin à la Versaillles en Het Loo. En een pronkzaal van de hand van Daniël Marot, met daarin voorouderportretten.
In 1722 sterft de laatste mannelijke Van Wassenaer van Duivenvoorde, maar omdat al in de 13e eeuw was bepaald dat Duivenvoorde een onversterflijk leen was, een middeleeuws stelsel waarbij vrouwen konden erven, kon erfdochter Jacoba het landgoed behouden. Vanaf dan verandert de familienaam van de eigenaren.
Het huis wordt niet continu door de familie bewoond. Soms staat het leeg, soms wonen er anderen, maar in de 19e eeuw wordt het weer bewoond en dat blijft het tot 2019. Dan vertrekt het laatste familielid uit het kasteel.
Kasteel
Het kasteel was in 1960 in een stichting ondergebracht door baronesse Schimmelpenninck van der Oye om het te behouden, samen met het landgoed. Vandaag de dag wordt het helemaal nog als landgoed uitgebaat, met twee veehouderijen en huurhuizen.
In het kasteel mag ik met een audiotour van vertrek naar vertrek lopen en overal in de vensterbanken gaan zitten. De Tweede Wereldoorlog heeft het kasteel behoorlijk verwoest. Het koetshuis dat door de Duitsers al munitieopslag werd gebruikt, werd door hen opgeblazen aan het eind van de oorlog. Koethuis verdween van de aardbodem, maar het kasteel kreeg ook een flinke klap.
En de verzameling porselein van de baron ook. Van scherven van dat porselein is een modern kunstwerk opgesteld in de vorm van een V2-bom.
Ik dwaal van kamer naar kamer, luisterend naar de verhalen van en over de familie. Veel erfstukken zijn verkocht, om successierechten te betalen of andere rekeningen. Sommige zijn teruggekocht. Het kasteel is rigoureus gerestaureerd waarbij helaas een 19e eeuwse herenkamer verdwenen is. Er is prachtig leerbehang te zien, een zilveren glazenkoeler, familieportretten en prachtig porselein, een schitterend plafond, houten wandbetimmeringen.
Het is echt een kasteel zoals je je een kasteel voorstelt. Houten trappen, versleten kleden en gordijnen, je kunt helemaal rondlopen, in de vensterbanken wegkruipen.
Ik eet nog wat in de tuin, die in de 19e eeuw helemaal van Franse barok is omgewerkt naar Engels romantisch, en ga dan naar de trein.
O ja, die trein
Nicolaas Johan baron Steengracht was eigenaar en bewoner van het kasteel toen de spoorlijn tussen Den Haag en Amsterdam werd aangelegd. Hij wilde die niet langs zijn kasteel en door zijn gronden hebben lopen.
Hij liet het aankomen op de Raad van State, maar helaas voor hem, hij werd in het ongelijk gesteld.
Hij gaf zich gewonnen, maar met één eis: een eigen halte.
Daar stopte de trein dus niet altijd, alleen als hij zijn bediende naar de halte stuurde. Die zwaaide met een rode vlag, zodat de trein stopte. Dan terug naar het kasteel, de baron steeg in zijn koetsje en liet zich naar de halte rijden, terwijl de machinst wachtte met zijn trein.
De baron nam wel de tijd, om zo zijn frustatie over de spoorlijn te uiten.











