Ik schiet in de lach als ik naar de toren kijk en luister. Het heeft drie uur geslagen, het carillon (dat vals is) heeft gespeeld en nu beginnen de paardjes te draaien. Vier ridders gaan de strijd met elkaar aan, twee op een wit, twee op een bruin paard. En dan ineens klinkt een toeter. De blote madam boven de ridders steekt haar bazuin aan de mond en blaast drie keer. Het is echt zo grappig dat ik bijna de slappe lach krijg, hier midden op de straat.
Ik ben in Monnickendam na een wandeltocht vanaf de Piet Heintunnel in Amsterdam-Oost.
Waarom? Wel, vorig jaar had ik het zuidelijke deel van de Waterlandse Zeedijk bewandeld en ik wilde de dijk gewoon helemaal bewandelen. Nou, dat is net niet helemaal gelukt, omdat er nog steeds gewerkt aan versterking van de dijk.
Oranjesluizen
Ik was net buiten de Piet Heintunnel op het Zeeburgereiland uit de tram gestapt en liep langs bouwhekken naar het fietspad. Als ik naar het water loop, valt de rust bijna over me heen. Hier ontmoeten Amsterdam-Rijnkanaal en IJ elkaar.
Dit complex is gebouwd tussen 1865 en 1872 en was bedoeld om de waterstand in het Noordzeekanaal goed te kunnen regelen. Er moest een afsluiting komen tussen IJ en Zuiderzee. Er werden drie sluizen gebouwd, een stoomgemaal en 23 personeelswoningen in Schellingwoude. Het stoomgemaal werd al in 1895 vervangen door een nieuwe aan de zuidkant. Er kwam in 1909 een telegraaf- en hulppostkantoor voor de binnenvaartschippers.
In 1975 kwam er een electrisch gemaal bij IJmuiden en was het stoomgemaal overbodig. Er kwamen vispassages op de plekken van beide oude gemalen.
De schepen werden groter en het werd drukker. Daarom werd een vierde sluis aan de zuidkant toegevoegd, de Prins Willem-Alexandersluis, geopend in 1995.
De oude sluizen zijn eind jaren 1990 gerenoveerd en gemoderniseerd.
Ik loop op mijn gemak over het complex. Overal staan informatieborden, een groot containerschip ligt in de zuidelijke sluis. Van de noordelijke sluizen liggen er twee vol, maar ik mag niet verder. Slagboom en stoplicht. Wat nu? Ik blijf staan kijken en ineens gaat het licht op groen en de boom omhoog.
Ik sta bij de laatste sluiskolk tot de schepen wegvaren en vervolg dan mijn weg. Langs de 23 personeelswoningen, die er allemaal nog staan.
Durgerdam
In Schellingwoude loop ik de Schellingwouderdijk op, dan de Durgerdammerdijk. Ik loop in de felle zon en tegen de wind in en bedenk dat ik vergeten ben zonnebrandcrème mee te nemen. Het geraas van de Zeeburgertunnel en de A10 laat ik achter me als de dijk een haaks bocht naar het noordoosten maakt.
Het dorp is een beschermd dorpsgezicht, met houten huisjes op de dijk, de houten kapel in een knik van de dijk.
Na een overstroming vanuit de Zuiderzee kregen bewoners van dit gebied toestemming een zeedijk aan te leggen, de Waterlandse Zeedijk. In de bocht van die dijk ontstond dit dorpje, Ydoornickerdam, genoemd naar het gehucht IJdoorn dat in de vloed was verzwolgen. Ydoornickerdam werd verbasterd tot Durgerdam.
De houten kapel is nooit een kerk geweest, maar een voormalig raadhuisje annex school. Nu is het een woning.
Rechts van me zie ik de polder IJdoorn met in de verte het Vuurtoreneiland. Daar ongeveer heeft IJdoorn gelegen.
Waterland
Op de Uitdammerdijk is er rechts water (het Markermeer) en links ook. Het Kinselmeer. Dit meer is ontstaan in 1421, tijdens dezelfde vloed die IJdoorn verzwolg. De naam komt van de twee dorpjes die hier lagen, Grote en Kleine Keynsel. Het meer werd in 1825 nog groter na een dijkdoorbraak.
Het Waterland is een laaggelegen veenweidegebied, doorsneden met veel sloten en vaarten. Het omvat het gebied ten noorden van het IJ tot Purmerend aan toe, ten oosten van Zaandam.
De ontginningen in de 11e en 12e eeuw zorgden voor inklinking. Het gebied kwam lager te liggen dan de Zuiderzee, reden om de Waterlandse Zeedijk aan te leggen. Bestuurders van het gebied waren leden van de familie Persijn. Het Waterland werd in 1281 of 1283 verkocht aan graaf Floris V waardoor het aan Holland kwam.
Uitdam
Na de Uitdammer Die, een kreek die een voormalige Zuiderzee-arm is, kom ik in het piepkleine dorpje Uitdam. Het stamt uit de 13e eeuw na de bouw van een dam. Die dam lag buitendijks, vandaar waarschijnlijk de naam.
Er wordt hier nog druk gewerkt aan dijkversterking en dus loop ik onderlangs (helaas).
Gemalen
Bij de dijk naar Marken ga ik richting het westen. Op de Gouwzee flitsen de zeilen van de surfers in het zonlicht. Er staat windkracht vier en daar zijn die surfers erg blij mee, denk ik.
Monnickendam is al geruime tijd in zicht, maar eerst nog langs twee gemalen tussen de Gouwzee en de Poel.
De Poel is de naam van de molenkolk, van waaruit in het verleden vijf molens het water naar de Zuiderzee uitmaalden. In 1880 kwam er een stoomgemaal, dat in 1919 werd vervangen door een electrisch gemaal.
In 2023 kwam een nieuw gemaal gereed, een paar 100 meter verderop aan de dijk.
Vals?
Bij de Waag van Monnickendam ga ik eerst even wat eten. Ik zie wel dat dit een prachtig stadje is en ik ga zeker nog een keer terug.
Maar nu eerst het museum. Voluit het Waterlands Museum de Speeltoren.
Die toren? Waarschijnlijk is het onderste deel een restant van de toren van een 14e eeuwse parochiekerk. De toren is 30 meter hoog en kreeg in 1591 een houten bekroning toen het bij het nieuwe stadhuis werd getrokken. Dit stadhuis is gesloopt en later kwam er een politiebureau. Dit geheel is nu het museum.
In het museum leer ik meer over Waterland en Monnickendam, er is een tentoonstelling van een kunstenares die in opdracht van het museum Waterland heeft geschilderd en ik mag naar het uurwerk!
Het carillon van Monnickendam is het oudste nog met de hand bespeelbare carillon ter wereld. En daarom is het ook zo ‘vals’. De klokken stammen uit 1513 tot 1597. In 1663 werd nog een klok toegevoegd en in 1931 nog twee klokjes die uit 1687 stammen.
Het stemmen van klokken werd pas ca 1640 uitgevonden. De gebroeders Hemony gingen klokken gieten met te dikke randen, om vervolgens stukje bij beetje de randen bij te vijlen en te slijpen tot de gewenste toonhoogte was bereikt.
Voor die tijd, de tijd dus waaruit het Monnickendams carillon stamt, werden klokken direct op toonhoogte gegoten, maar dat pakte niet altijd helemaal goed uit. Vandaar!
Fama
Als ik op een virtuele beiaard heb gespeeld is het bijna vier uur. Ik zie de grote trommel van het carillon, hoor het ratelen van alle tandwielen. Als ik naar de glazen deur loop, gaat deze open en zo kan ik van heel dichtbij zien hoe er vier uur wordt geslagen.
Ik hoor geratel als de ruiters aan hun tournooi beginnen en dan toetert Fama op haar bazuin.
Niet echt natuurlijk. Ze is het zoveelste beeld al (van hout, dus dat vergaat). Haar arm beweegt, maar achter de schermen ligt een blaasblag met een toeter, bediend door het uurwerk. Dus lijkt ze vier keer te blazen.
En wie is Fama?
Fama is de godin van de roem, van de faam. Zij wilde de dood van haar kinderen wreken en had twee bazuinen. Met de lange kon ze roem verspreiden, met de korte valse geruchten (quade faem). Op de Speeltoren heeft Fama niet een heel lange bazuin, dus was ze precies wil vertellen?
Ik loop door het prachtige stadje naar de bushalte en even later sta ik al op Amsterdam-Noord.










