22 graden! Ja, maar dat gaat ‘m echt niet worden. Het is ruim half elf als ik het gevecht aanga met de airco in mijn Arnhemse hotelkamer. Zo kan ik niet slapen. Het duurt even maar als ik onder de douche vandaan kom, is de temperatuur draaglijker. Ik ben na deze lange dag wel toe aan slaap en om half twaalf gaan mijn luikjes toe.
Hoe ik zo in Arnhem kom? Wel, als je even hebt?
Om zeven vanochtend liep ik bepakt en bezakt naar het station. Het was koud en helder en achter me was de lucht oranje. Een voorbode van een prachtige dag. Op het station kreeg ik een lift en om iets over acht uur zaten we in Arnhem aan de koffie. In afwachting van de enorme bus waarmee we vandaag op stap gaan.
Het is rond negen uur als we de stad Arnhem achter ons laten, op naar Düsseldorf en Ratingen, voor drie orgelconcerten in drie kerken. Na een zeer voorspoedige reis worden we vlakbij de eerste lokatie afgezet: de Johanneskirche ofwel Stadtkirche. Een deel van de kerk is omgebouwd tot een soort buurtcentrum, met boekenverkoop en een café. En omdat de inwendige mens heel belangrijk is op zo’n dag, krijgen we Kaffee mit Kuchen, een heerlijke bak filterkoffie met, in mijn geval, een stuk appelkruimelcake. Onze groep is groot, ruim 60 mensen, en de ruimte vult zich dan ook met geroezemoes. Maar hoe gezellig ook, de kerkzaal met orgel lokt.
De laatste kruimels weg vegend, gaan we de verrassend moderne en lichte kerkzaal in. De kerk zelf stamt uit 1881, na de vereniging van de Lutherse en gereformeerde kerken van Düsseldorf. Op 12 juni 1943 werd de kerk zwaar gehavend door een geallieerd bombardement, zo zwaar zelfs dat na de oorlog werd overwogen de kerk te slopen, maar in 1953 werd de kerk toch heropend na renovatie. Het is duidelijk te zien dat kerk inmiddels opnieuw gerenoveerd is, met deze helder witte kerkzaal als gevolg. Een matglazen preekstoel met idem hoge trap, de banken in licht hout, de hoge galerijen in het transept, de met bamboe beklede speeltafel en achter ons het grote Beckerath-orgel in een witte kas.
En dat is waarvoor we komen. Organist Wolfgang Abendroth rijdt eerst de piano weg en dan de speeltafel voor het liturgisch centrum. Hij pakt een dikke datakabel met een vuistgrote stekker en sluit alles aan.
Het orgel stamt uit de jaren 1953/1954, maar heeft een grote ontwikkeling doorgemaakt. In 2001 is het door Beckerath gerenoveerd en er zijn talrijke vernieuwingen aangebracht, zoals bijvoorbeeld een synthesizer die aangestuurd wordt m.b.v. een tablet. Die werkt helaas niet, net als een paar stemmen, want er wordt weer gewerkt aan het orgel, al is het nu wel bijna klaar.
Wolfgang gaat achter de klavieren zitten en laat ons de verschillende stemmen horen en besluit met een prachtig concert, met redelijk onbekende muziek. Uiteraard speelt hij Bach (sonate BWV 529) en dan blijkt dat een bepaalde toon het niet doet. Gelukkig kan hij een andere registratie inzetten. Hij speelt van Camillo Schuman en Pachelbel bewerkingen van Ein feste Burg, een fantasie en toccata van Stanford en van Niels Gade diens derde Tonstuck.
Er is tijd voor zelf spelen, maar het prachtige weer wil ik me niet laten ontgaan, dus blijf ik niet luisteren. In het café krijgen we nog een kop kastanjesoep en dan sta ik buiten in de zon. Op naar de volgende lokatie.
Op het plein voor de kerk staan wat monumenten. Recht tegenover de kerk keizer Wilhelm I, rechts van hem Bismarck en links de restanten van het monument voor Moltke, veldmaarschalk Helmuth Karl Bernhard om precies te zijn. (Er zijn nl. meer hoge officieren met die naam geweest.)
Ik ga bij een bakker even een broodje halen en loop dan richting het Corneliusplatz waar driftig wordt gebouwd aan de kerstmarkt. Ik laat de drukte achter me en loop het park in, de Hofgarten, langs de Nördliche Düssel. Overal staan beelden en beeldengroepen, de bomen prijken met hun herfstkleuren onder een stralend blauwe hemel. Over een breed pad loop ik op het roze Schloss Jägerhof aan, nu het Goethe museum. Ik loop een poos langs een wat drukkere weg. Ik zie een hoge kerktoren, maar ik ben er nog niet. Dit is de Rochuskirche. Achter de oude toren staat een hypermoderne koperen helm en dat is de kerkzaal.
Even later sta ik bij de Heilige-Dreifaltigkeitskirche die, heel merkwaardig, nu op een verkeersplein of -eiland staat. Ik meen orgelmuziek te horen boven het autoverkeer uit en inderdaad, dat klopt. Oei, dat belooft wat. Ik stap door de grote deuren naar binnen en kom in een grote betonnen doos, zo lijkt het. De kerk is eind 19e eeuws en neogotisch, maar in de oorlog beschadigd. Daarom heeft het nu een modernistische uitstraling, typisch jaren 1950/1960. Het dak is geen gewelf meer, maar vlak met geometrische patronen, de ramen zijn prachtig maar uiterst sober. Er zijn nog een paar oude kerkschatten van de voorganger van deze kerk, een Mariabeeld, een crucifix.
De kerk had ook geen orgel meer en in 1959 werd een Seifert-orgel in twee delen in de beide transeptarmen geplaatst. Helaas werd er geen onderhoud gepleegd en bij de dakrenovatie in 1973 werd het ook niet afgedekt. In 2024 was restauratie dan ook hard nodig. Tegelijk kwam er ook een orgel vrij, dat van de Sankt Aposteln in Keulen, ook en Seifert-orgel. Dit orgel staat nu boven de ingang in drie kamers en is aan het andere gekoppeld.
Guido Harzen laat ons de stemmen horen en dan mogen we naar het grote orgel. Guido heeft de deuren opengezet en her en der een trap neergezet, er zijn ook vaste trappen naar boven, maar daarop waag ik me niet. Ik zie wel op foto’s van anderen dat je een prachtig zicht hebt op de kerkzaal, maar mijn hoogtevrees staat het niet toe.
Eenmaal beneden ga ik achter het altaar zitten en laat ik het prachtige concert over me heen komen. Het orgel is uiterst krachtig, vooral de Hochdruktuba. Prachtig toch, die Duitse woordsamenstellingen? Deze trompetten hebben een geknikte pijp en we kunnen ze net zien vanuit de kerk, maar horen des te beter. Guido demonstreert de kracht van het orgel door Highland Cathedral te spelen, iedere frase iets meer erbij, tot de klank bijna overdonderend is. En wat zo mooi is aan de klankbeleving is dat je echt kunt horen welk deel van het orgel speelt.
Guido heeft een mooi programma voor ons samengesteld met een toccata van Buxtehude, een fantasie van Krebs en van Müthel en Vierne als afsluiter, drie delen uit zijn eerste orgelsymfonie.
De bus brengt ons veilig naar onze laatste stop: Ratingen. Ik herken heel wat, omdat ik in 2006 en 2007 hier tweemaal de orgelnacht heb bijgewoond. Het Marktplein met het Bürgerhaus en daarachter de mooie toren van de Sankt Peter und Paul. Het is een gotische hallenkerk uit de 13e eeuw met uitbreidingen van eind 19e eeuw, maar na de verwoestingen in de Tweede Wereldoorlog is het geheel stapje voor stapje hersteld. Het is na de beide lichte kerken van vandaag een andere wereld waar we in stappen. We krijgen een klankdemonstratie van het orgel door cantor-organist Ansgar Wallenhorst en dan is het tijd voor…
Een paar stappen verder gaan we aan de maaltijd, in het Altes Steinhaus, het oudste gebouw van de stad. Met onze club nemen we het hele restaurant in beslag. Ik zit helemaal boven, op de tweede verdieping en laat me de heerlijke en prachtig verzorgde maaltijd goed smaken. Gegrilde kip in champignonroomsaus met groenten en gebakken aardappelen met een crème brulee na.
Na de maaltijd gaan we terug naar de kerk, voor een concert op dit orgel door Jan Liebermann. De organist is nog maar 21 jaar en al een soort orgelfenomeen. In 2007 begon hij met pianoles, in 2017 met orgelles. Hij speelt alles, ja, echt alles! uit zijn hoofd. Het gevaar hierbij kan zijn, dat je alles afraffelt en dat doet hij juist niet. Hij speelt muziek, hij maakt muziek.
Hij begint met de bekende Passacaglia van Bach en die speelt hij beheerst en soms iets vertragend, waardoor het anders overkomt. Dan twee stukjes van Karg-Elert uit Sieben Pastelle vom Bodensee, dan de ontroerende ouverture van het Oratorium Paulus van Mendelssohn. Weer Bach met twee koraalvoorspelen (Christ, unser Heer, zum Jordam kam en An Waserflüssen Babylon). En dan volgt meer dan een kwartier het Ad nos, ad salutarem undam van Liszt. Een onnavolgbaar en onvoorspelbaar stuk muziek, dat ik echt niet op CD moet beluisteren. Voor mij werkt dit alleen live. Ik kijk de organist op de rug (de speeltafel staat vlak tegen het altaar aan) en zie hoe hij speelt. Soms zie ik zijn handen, maar zijn voeten, daar kijk ik bijna gebiologeerd naar.
Het donderende applaus is meer dan verdiend en de organist springt nog even op de bank en speelt vlot de Badinerie van Bach. Velen schieten in de lach en we gaan gauw weer zitten. Na het applaus verlaten we kerk, waarbij sommigen een CD kopen en laten signeren.
Even lopen naar de bus en dan naar Arnhem. Vanaf onze uitstapplaats krijg ik een lift naar hartje Arnhem, want morgen? Dan ga ik naar Hamburg. En vanuit Arnhem ben ik in elk geval op tijd!














