Het was niet heel vroeg, maar toch? Om 8 uur zat ik al in de trein, naar Amsterdam en daarom was ik redelijk vroeg in de nog relatief rustige stad. En dan zie je toch ook wel aparte dingen. Ik zie een groepje hardlopers met daartussen vrouwen met een Volendamse rok, zelfs één met muts. Wat is dat? Blijkt dat je als toerist een hardlooprondleiding door de stad kunt boeken. Ik vind het prima. Ik ga wel even op een terrasje zitten, in de schaduw van de Oude Kerk.
Even later sta ik voor de nog gesloten deuren, samen met veel andere bezoekers. Iedereen wil graag naar binnen om een goed plekje te zoeken voor vandaag. Ja, voor vandaag!
Vandaag is er een unieke orgelmarathon, maar liefst de hele dag. Vanaf 10 uur zal ieder uur een organist het orgel bespelen totdat de kerk dicht gaat om vijf uur vanmiddag.
En waarom? Wel, het orgel is jarig!
Stichting Vox Humana en Stichting De Oude Kerk hebben de handen ineen geslagen om van die verjaardag een bijzondere dag te maken, want hoe feliciteer je een orgel? Ja, niet, hè? Gaat wat lastig. Een hand geven, een knuffel? Een bloemetje of taart? Het orgel zal er niet van verschieten.
Wat je wel kan doen, is het orgel gebruiken zoals het hoort: bespelen. En dan een hele dag!
Op weg van het station liep ik langs de opvolgers van de Sint-Nicolaaskerk, zoals de Oude Kerk heette tot de Reformatie. Aan de Prins Hendrikkade staat de Co-Kathedrale Basiliek van de Heilige Nicolaas, een 19e eeuwse Rooms-katholieke kerk. Aan de Oudezijds Voorburgwal staat de schuilkerk Sin-Nicolaas, beter bekend als Ons’ Lieve Heer op Solder, gevestigd als deze is op de tussenverdieping van een Amsterdams grachtenpand.
De Oude Kerk is het oudste bouwwerk van de stad Amsterdam. Op deze plek, op een oeverwal langs de Amstel, stond in de 13e eeuw al een houten kapel met begraafplaats en vlak daarna werd gebouwd aan de huidige kerk die in de eeuwen daarna telkens werd uitgebreid.
Het is nu niet meer voor te stellen, maar in 1280 valt de kerk onder de pastoor van Amestelle, het huidige Ouderkerk aan de Amstel. Als Amsterdam groeit en de parochie eveneens, wordt deze in 1334 zelfstandig en deze kerk de parochiekerk van Amsterdam.
De Nieuwe Kerk werd de tweede parochiekerk, vandaar de straatnamen Oudezijds Voorburgwal en Nieuwezijds Voorburgwal, die teruggaan op Oudekerkszijde en Nieuwekerkszijde.
In de 15e eeuw had de kerk al een orgel. Dat werd tussen 1539-1545 vervangen door een nieuw instrument, terwijl er ook een koororgel werd gebouwd. Vanaf 1577 of 1580 tot aan zijn overlijden in 1621 was Jan Pieterszoon Sweelinck organist van deze kerk en orgels.
In 1724 kreeg Christian Vater uit Hamburg, een leerling van Arp Schnitger, opdracht een nieuw orgel te bouwen. Dit orgel werd op 13 oktober 1726 in gebruik genomen, deze week dus precies 300 jaar geleden.
In de jaren 1730 moest het hele orgel worden gedemonteerd, want de toren dreigde in te storten. Johan Caspar Müller zorgde voor demontage, maar ook voor uitbreiding, niet alleen vanwege het grote orgel dat zijn broer in Haarlem had gebouwd, maar ook om de massale kerkzang te kunnen ondersteunen.
In de 19e eeuw werd het orgel ingrijpend verbouwd door Witte, werkzaam bij Bätz in Utrecht, waardoor het in romantische richting ging, al kan nog steeds barokmuziek worden uitgevoerd. De restauratie in 2014-2019 heeft dat niet teruggedraaid.
En vandaag kunnen we van heel veel moois genieten.
De aftrap verzorgt de organist-titulair van de Oude Kerk, Matteo Imbruno. Als geboren Italiaan speelt hij eerst iets van landgenoot Provesi, dan een Poolse dans van zijn illustere voorganger Sweelinck om te eindigen met Reincken, diens koraalfantasie over ‘An Wasserflüssen Babylon’, bij de protestantse kerkgangers beter bekend als de Lofzang van Zacharias.
Helemaal uit Keulen komt Winfried Bönig, organist van de Keulse Dom. Hij speelt muziek uit zijn thuisland, Karg-Elert (Ciacona, op. 142 plus twee koralen), Knecht (Drei Stücke: Toccata, Cantabile, Ein kleines Flötenkonzert), Reger (Toccata, Melodia, Präludium) en Bach (Passacaglia c-moll, BWV 582).
Conculega Henk Verhoef, organist-titulair van de Nieuwe Kerk Amsterdam speelt Buxtehude (Preludium in g, BuxWV 150), Scheidemann, een leerling van Sweelinck (Magnificat in de vierde toon), Mendelssohn (Sonate in A) en Parry (Christe redemptor omnium). Hij eindigt met een moderner stuk, onbekend maar fraai:
Hommage à Dietrich Buxtehude van Petr Eben.
Om 13 uur treedt Margreeth de Jong, organist van de Nieuwe Kerk in Middelburg en stadsorganist van Middelburg, aan. Zij speelt Mendelssohn (Sonate in c-moll), Bach (Allein Gott in der Höh’ sei Ehr) en Guilmant (Entrée uit Sonate 7). Zij besluit haar optreden met een bijzonder mooi eigen werk: Prélude, Choral varié et Fugue sur Veni redemption gentium, het adventslied dat orgelliefhebbers kennen van Sweelincks variaties: Nun komm der Heiden Heiland.
Er is een kink in de kabel. Om twee uur zou Evan Bogerd spelen, die door omstandigheden verlaat is. Gelukkig kan Arjen Leistra zijn programma van vier uur naar nu verschuiven en dus kunnen we weer rustig plaatsnemen.
Het is wel erg koud in kerk. Het trekt op rondom mijn benen, terwijl ik ook dacht zonder winterjas te kunnen. Gelukkig ligt er in de kerk een stapeltje fleecedekens. Zo blij als een kind ga ik terug naar mijn plek en stop mezelf lekker in.
Arjen Leistra is organist van de Grote Kerk Schiedam en stadsorganist van Schiedam. Hij speelt Bach (Ein feste Burg ist unser Gott), Karg-Elert (Sonatine in a-moll) en Reger (Morgenglanz der Ewigkeit). Val ik toch bijna in slaap tijdens dit stuk van Reger. Net op tijd ben ik weer wakker, want nu is Regers Choralphantasie über ‘Ein feste Burg ist unser Gott’ aan de beurt.
Het is inmiddels drie uur geworden en het is ontzettend druk. Alle stoelen zijn bezet, net als de middeleeuwse koorbanken achterin de kerk. Overal staan mensen te luisteren als Aart Bergwerf, organist van de Grote of Onze-Lieve-Vrouwe-Kerk te Breda, het stokje overneemt. Na Bach (Toccata en fuga in d klein, BWV 913 voor orgel bewerkt door Reger en Allein Gott in der Höh’ sei Ehr) zal hij een stuk spelen dat aan hemzelf is opgedragen. Als hij het maar kan vinden. Op het scherm kunnen we zien hoe er gezocht wordt, maar even later gaan de duimen omhoog!
Het stuk is Waltz for organ uit 2019 van Fredrik Sixten, een Nederlandse premiere. Na Bossi (Pièce héroique) volgt een onnavolgbare samensmelting van barok en tango, van Bach en Piazzolla in Fuga y misterio, een bewerking door Bergwerff. Uitsmijder is de Toccata in C groot van Franz Schmidt .
En dan is het tijd voor Evan Bogerd, organist van de Westerkerk Amsterdam.
Hij begint met een fantasie over de avondzang (‘k Wil u, o God, mijn dank betalen) van niemand minder dan Feike Asma, onder wiens bezielende orgelspel het orgel van de Oude Kerk een grote reputatie heeft gekregen.
Na Alain (Deuxième Fantaisie) volgt een improvisatie waarbij ik mijn lachen niet kan inhouden. Van Sweelincks Mein junges Leben hat ein end via Wij moeten Gode zingen naar de Amsterdamse grachten om te eindigen met Mijn wiegie was een stijfelkissie.
Volgt de machtige koraalfantasie over ‘Wie schön leuchet uns der Morgenstern’ van Reger.
Mensen, wat heb ik het naar mijn zin gehad. En het leuke van deze dag was, dat ik met allerlei mensen in gesprek raakte. Telkens zaten er andere mensen voor, naast en achter me. Want ik bleef zitten waar ik zat, op een sanitaire stop, een praatje en de deken halen na, want het was echt opgestaan, plaats vergaan vandaag.
Maar we zijn er nog niet. Na een dankwoord van de directeur van de Oude Kerk speelt Matteo Imbruno een toegift die iedereen op slag stil krijgt. Het o zo mooie Cantilena van Rheinberger.
En dan knallen voor het koperen koorhek de champagnekurken. We proosten op het orgel en eten daarbij een mini-tompouce met daarop een fotootje van het orgel.
Gefeliciteerd!




