ofwel burgerreligie als bron van geweld in de Verenigde Staten
Het is maandagavond, tijd om af te reizen naar Leiden. Vanavond spreek professor James Kennedy, zoon van een Amerikaanse vader en een Nederlandse moeder. Aan het eind vertelt hij dat hij zijn roots kan traceren tot 1609, toen zijn voorouders voet aan wal zetten van de ‘nieuwe wereld’.
Hij start wel iets later in zijn verhaal over de USA, nl. in de 18e eeuw, als Edmund Burke, de Brits-Ierse politicus en filosoof, tegenwoordig gezien als vader van het moderne conservatisme, kritiek uit op het beleid van de Britse regering ten aanzien van de 13 koloniën in de nieuwe wereld. Twee belangrijke punten uit zijn kritiek: hij was fel tegen het belasten van de koloniën omdat zij geen vertegenwoordiging in het parlement hadden. Tevens vond hij dat de kolonisten recht hadden op de privileges en vrijheden die in Engeland golden voor de Britten. Door dit met geweld tegen te gaan, werd de Britse regering onderdrukker van de koloniën.
Kennedy spreekt over de verschillen tussen noord en zuid. Het zuiden met zijn vele slaven en plantages, waaraan zeker zelfbewustzijn werd ontleend. Het noorden met de protestantse inslag, waarbij de protestanten weinig met elkaar gemeen hadden, behalve dat ze protesteerden.
Kennedy ziet een rol voor het Calvinisme/protestantisme als ontsteker van revoluties: de Opstand in de Nederland, de Britse burgeroorlog onder Cromwell, de Franse revolutie zelfs.
Dit Calvinisme zorgt voor een samensmelting van religie en politiek, maar ook voor een geweldadige inslag, egalitair denken, en kritiek op onwenselijk geacht gezag.
Komt ook nog bij dat vanuit het Calvinisme het geloof gezien wordt als de eigen keuze, daar komt ook weer een anti-gezagsdimensie om de hoek kijken. Ik maak de keuze, ik bepaal.
Vanuit deze aannames wordt gelijkheid en democratie gepredikt. Het devies van South-Dakota bijv. is Under God the people rule. Een andere uitspraak is Vox populi vox Dei, de stem van het volk is de stem van God
Hier zie je dat godsdienst en God verbonden worden met de politiek. Gezag van God wordt ook het gezag van het volk.
Thomas Paine, Brits-Amerikaans Verlichtingsfilosoof, was deïst, had kritiek op de kerk, maar pleitte ook voor vrijheid van meningsuiting, democratie, volkssoevereiniteit en sociale rechtvaardigheid. Vanuit hier zie je ook de drang om minderheden te beschermen.
Dit alles is inspiratie voor de grondwet, die in principe ‘godloos’ is. De christelijke God komt er niet in voor.
Er ontstaat een geloof in Amerika als land waarin mensen volledig vrij zijn om hun leven in te richten zoals zij dat wensen. In de woorden van de Onafhankelijkheidsverklaring: Life, liberty and the pursuit of Happiness.
Men gaat de USA zien als een geloofssysteem, het land dat door God gewild is, een uitzonderlijk land, met een bijzondere opdracht, een rol die geen enkel ander volk heeft gekregen. Zoals Lincoln zegt: een bijna uitverkoren volk, the last best hope of mankind.
Dit leidt tot het Amerikaanse exceptionalisme en hierover gaat Kennedy een paar punten bij langs.
- het restaurationisme: vernieuwingsbeweging onder Amerikaanse protestanten begint 19e eeuw. Dat ze in een leeg continent wonen is geen toeval, het is een door God gezegend gebied, en men moet tot dieper inzicht komen wat God met dit land en volk wil. In Europa zijn de christelijke godsdiensten verwaterd, men moet terug naar hoe het wel hoort, terug naar het evangelie. Herstellen ware godsdienst. Voorbeeld hiervan zijn de Mormonen, die westwaarts trekken richting hun nieuwe paradijs, Utah, weliswaar vanwege een mate van vervolging.
- Manifest destiny: een opdracht naar het westen te trekken. Niet alleen voor land, rijkdom, maar voor the moral and political liberation of the world. Inname van Mexico, als opmaat naar innemen van het hele continent. Daarbij staat de inheemse bevolking in de weg. Dat zijn onbeschaafde mensen die geen recht hebben op grondbezit. Er is een opdracht om het land in te nemen. Beschavend effect op het land. Zendingsopdracht.
En hierbij mag dus ook geweld gebruikt worden, om zo Gods plan voor de wereld te verwezenlijken.
Het westen houdt trouwens niet op bij de oceaan, vandaar dat Hawaii eind 19e eeuw werd ingelijfd en de Filipijnen bezet werden. Daar waren trouwen wel christenen, maar die waren katholiek. - Amerikaanse burgeroorlog: redemptive violence. Kennedy attendeert ons op het leid Glory Glory Hallelujah dat een oproep is tot martelaarschap om mensen vrij te maken. Burgeroorlog past in Gods plan. Noorden: Gods plan met ons mag niet falen. Anders valt de wereld in het duister. In noordelijke kerken betekent de oorlog dat er een crisis is, niets zal meer hetzelfde zijn. Gods koninkrijk zal zo dichterbij komen.
- opdracht om slavernij af te schaffen. Noorden is verdeeld over slavernij, maar naarmate de oorlog vordert loopt het dodental op tot uiteindelijk zo’n 600.000 doden. De noordelijken radicaliseren, zo’n oorlog moet een doel dienen, dus wordt dat doel de afschaffing van de slavernij.
Door grootschalig geweld kan Amerika worden wat het zou moeten worden. Vanaf de burgeroorlog wordt de notie duidelijk dat geweld iets goeds teweeg kan brengen. Het unieke Amerikaanse wapenprobleem is toen ontstaan. - 1917 USA neemt deel aan de Eerste Wereldoorlog. Leuze: making the world safe for democracy, wereldvrede. Er is een religieuze dimensie, die van het post millenialism, de notie dat Christus weerkomt na een 1000 jarig vredesrijk. Er is de idee dat door technologische ontwikkelingen, wereldwijde democratie de wereld in beweging wordt gezet, beter wordt, met vooral het protestantse geloof voorop, want zie naar het protestantse Amerika en de vooruitgang daar. Zo breekt een 1000 jarig rijk aan en kan bereikt worden door zuiverend bloedvergieten van de oude wereld. Radicalisering, zie ook de droogleggin in 1919. Ook Europese landen hadden verwante ideeën. Union sacrée in Frankrijk.
- Er zijn ook pre-millenials: wereld wordt slechter, 1000 jarig rijk pas ná de terugkomst Christus. Dit alles leidt tot uitbundig patriottisme en uiteindelijk fundamentalisme. Bijzondere voetnoot: het Kellog-Briand Pact uit 1928 dat oorlog als beleidsinstrument wilde uitbannen.
- De koude oorlog: de strijd tussen economische en politieke systemen werd ook gezien een geestelijke strijd. Vandaar ook strijd buiten de landsgrenzen, op alle terreinen moet het communisme bestreden worden.
Was USA altijd zo christelijk? Nee, in 1940 was 40% lid van een kerk, in 1960 was dat 60%.
Alles bij elkaar is het resultaat een civil religion: het geloof in de God van Amerika die een soort religiositeit van de burgers vereist. Vlag en land vallen samen met Gods bedoeling met de wereld die dan wordt uitgevoerd door een democratisch vrijheidslievend Amerika.
Er is uiteraard kritiek op, ook in de USA. We kunnen ons wel zo’n land wanen, maar de ideeën die we uitdragen kunnen we in ons eigen land niet verwezenlijken. Martin Luther King bijv. vroeg om ook het falen in te zien. Je moet er niet vanuit dat wat je doet, het goede is.
Even naar de laatste 30 jaar: De inval in Irak. George Bush maakte een slip of the tongue door het een crusade, een kruistocht, te noemen, wat hij haastig terugnamn. Het was een oorlog met voornamelijk politieke afwegingen, niet zozeer religieus, hoewel dat onderontwikkeld aanwezig was.
En dan nu? bij de regering-Trump zijn die idealen nergens meer terug te vinden? Men is anti-democratie, maar roept wel Jezus aan. Er is wel een zekere continuïteit maar niet heel duidelijk. Is dat verlies? Geweld is nu gewoon geweld, zonder religieuze of andere drogredenen.
Zoals Kennedy het omschrijft: het Witte Huis is bevolkt door nihilisten. En zo had ik er nog niet naar gekeken.
