Set the stage.
Dover, Engeland, 1572. Verschillende schepen liggen daar voor anker, bemand met geuzen. Koningin Elisabeth I wil ze kwijt, of liever ze wil de handel met Spanje hervatten en ze geeft gehoor aan een oproep (bevel?) van Alva. En daar gaan ze. Terug naar de Nederlanden die ze verlaten hadden. Op naar Enkhuizen, een stad die Willem van Oranje maar wat graag aan zijn kant wilde krijgen.
Hiervoor moesten tussen Texel en Den Helder het Marsdiep door. Daar sloeg een sterke storm hen terug, en ze maakten ook navigatiefouten.
Ze zakten de Noordzee zuidelijk af en kwamen bij de monding van de Maas, bij Den Briel.
Het is dan eind maart. Den Briel innemen diende geen enkel strategisch belang. De strijd werd niet aan die zijde van het land uitgevochten, maar aan de zuidgrens. Toch wilden veel van de geuzen Den Briel aanvallen en innemen, ondanks de wensen van Oranje en hun eigen vlootvoogd.
Die vlootvoogd was Willem II van der Marck, heer van Lummen, beter bekend als Lumey zoals Lummen in het Frans werd genoemd. Hij stamde uit een adellijke familie die prins-bisschoppen voortbracht, maar ook betovergrootvader Willem, het zwijn van de Ardennen. En Willem II had een aardje naar zijn betovergrootvaartje, zullen we nog merken.
Op 1 april lukt het: Den Briel is voor de prins, op een bijna anti-climactische wijze.
In Gorinchem (of Gorcum), oostwaarts aan de Maas gelegen, gaat het Rooms-Katholieke leven min of meer zijn gewone gang. Er zijn meerdere kloosters, zoals eigenlijk in iedere stad, het Agnietenklooster, het Minderbroederklooster (de Franciscanen) en het Magdalenaklooster.
Hun rituelen en rites volgen de dagelijkse regels en ook al is de beeldenstorm over de Nederlanden gegaan, zij kunnen hun geloof nog beleven en uitdragen.
Op de ochtend van 26 juni 1572 verschijnen schepen op de rivier bij Gorinchem. Het zijn geuzen. Bevolking en stadsbestuur laten ze binnen, uit angst en gepaaid met beloftes van afschaffing van de gehate tiende penning en goedkoper brood.
Geestelijken en Spaansgezinden vluchten naar de Citadel, maar geven zich op 27 juni al over.
De geestelijken was beloofd dat ieder recht had op een eigen geloofsbeleving, maar niets was minder waar.
Twee weken lang worden de Rooms-katholieke geestelijken bruut behandeld en dan gaan de geuzen scheep met hun gevangenen, bevreesd voor de Gorcumse bevolking, als ze tot moord zouden overgaan. In een mosselschuit varen ze naar Dordrecht. Dordrecht houdt de poorten dicht en wil er echt niet mee te maken hebben. Wel krijgt de bevolking gelegenheid de geestelijken te beschimpen.
Ze gaan verder en komen uiteindelijk waar de geuzen begonnen waren. Den Briel. Hier staat de bevolking ook aan de kant om de geestelijken te beschimpen. Ze worden opgesloten in de gevangenis en later overgebracht naar de turfschuur van het verwoeste Elisabethklooster van Rugge, vlakbij Den Briel.
Ze worden op allerlei manieren geschoffeerd, met nep-processies, nep-executies, een ‘proces’, waarin ze theologische vertogen moeten houden tegenover gereformeerde dominees. De uitslag ligt eigenlijk al vast: de dood voor deze vervloekte papen.
Oranje is het hier totaal niet mee eens. Hij schrijft nog aan Lumey om een bloedbad te voorkomen, maar richt daarbij zijn brief aan een ondergeschikte van Lumey en niet aan Lumey zelf. Een affront dat hij niet over zijn kant laat gaan.
Op 9 juli 1572 is het zover.
Bij de turfschuur gaat het gebeuren. Ze krijgen nog een keer de gelegenheid hun katholieke geloof te verloochenen, maar één voor één weigeren ze.
En dan moeten ze ruggelings de ladder op -zodat ze de massaal toegestroomde bevolking konden zien en door hen uitgescholden konden worden- en één voor één worden ze opgehangen. Sommigen zijn dan al zwaar gemarteld. Van één zijn de armen afgehakt, een ander is zijn neus kwijt, weer een ander is ‘gereanimeerd’ door hem een brandende kaars in het gezicht te duwen. Een gruwelijk tafereel.
Broeder Hendrik, dan 18 jaar, liegt dat hij 16 jaar is en hem wordt amnestie verleend. Wel moet hij alles aanzien en van hem is een ooggetuigeverlag bekend.
Al op 14 november 1675 werden de 19 vermoorde mannen zalig verklaard. Het duurde nog tot 29 juni 1867 voordat ze heilig verklaard werden. Dat was waarschijnlijk een deels politiek ingegeven besluit van Pius IX. Hij zat met zijn kerkelijke staat in het nauw, die door de Risorgimento onder leiding van Garibaldi werd bedreigd.
In Nederland was sinds 1853 de bisschoppelijke hiërarchie van Nederland hersteld en ruim 3000 mannen dienden in het pauselijk leger van de zouaven. Ondanks tegenstand vanuit Nederland (ook vant de bisschoppen) ging de heiligverklaring door, zonder ook maar één enkele officiële Nederlandse aanwezige. Slechts zeven zouaven uit Drunen hebben het meegemaakt.
In Gorinchem werd aan het begin van de 19e eeuw een Waterstaatskerk gebouwd, gewijd aan deze 19 martelaren.
In de jaren 1930-1940 werd een serie van 15 gebrandschilderde ramen in deze kerk aangebracht, aangebracht door pater-kunstenaar Humbert Randag. Geen 19, alleen voor de ‘echte’ Gorcummers.
Deze serie is in 1984 uit de kerk verwijderd, toen de kerk een appartementencomplex werd. De serie ging van glazenier naar gemeente en vandaaruit gingen stukken en delen naar diverse andere lokaties.
Maar Gorcum is eindelijk zover dat het deze mannen wil herdenken. Naast de voormalige kerk komt een kleine gedenktuin, waarin drie complete ramen en één incompleet raam een plek krijgen en over die plannen én het verhaal van de martelaren woonde ik vanavond een lezing bij.
Omdat de marteling en executie zo gedetailleerd zijn vastgelegd en omdat het om veelal geleerde, maar ook geliefde mannen ging, is er verrassend veel over hen bekend. Daarom hieronder een kleine beschrijving van deze mannen. Bron www.gorcumsemartelaren.nl
Franciscanen
Nicolaas Pieck
Geboren in 1534. Priester gewijd in 1558 en ongeveer tien jaar later benoemd tot gardiaan van het Franciscanerklooster te Gorcum, dat toen twaalf paters en zes lekenbroeders telde. Hij en zijn mede-kloosterlingen hielpen de parochiepriesters door preken en het leiden van godsdienstige bijeenkomsten.
Jeroen van Weert
Geboren in 1522. Pastoor in Goirle en trad later toe tot de Franciscanen. Maakte een pelgrimsreis naar het Heilig Land. In 1549 keerde hij terug. Voor zijn komst naar Gorcum was hij korte tijd gardiaan van het klooster in Bergen op Zoom.
Nicasius van Heeze
Geboren omstreeks 1522. Trad op ongeveer 22-jarige leeftijd in bij de Franciscanen. Blonk uit in het naleven van de gelofte van armoede. Bij de terechtstelling in Brielle trad deze stille en bescheiden geleerde onverwachts naar voren
toen de Geuzen probeerden zijn jongere metgezellen tot geloofsafval over te halen.
Govaert van Mervel
Geboren rond 1512. Koster van het Gorcumse klooster. In de kloosterkapel had hij een drukke biechtpraktijk. Hij was een van de mannen die de jongere geestelijken moed insprak om stand te houden.
Willehad de Deen
Geboren in 1482. Oudste van de martelaren. Trad in bij de Franciscanen te Flensburg. Na de opheffing van de kloosters tijdens de regering van koning Frederik I van Denemarken, vluchtte hij in 1528 naar Engeland. Nadat de Engelse koning in 1533 met Rome brak en de kloosters ophief, week hij uit naar Schotland. Toen ook daar in 1560 de kloosters werden opgeheven en de monniken verjaagd, vond hij op 78-jarige leeftijd een toevlucht in het klooster in Gorcum.
Dirk van der Eem
Waarschijnlijk geboren in 1499. Toen hij te kennen gaf priester te willen worden, stelde zijn invloedrijke familie hem een rijke prebende (opbrengst uit kerkelijke goederen) in het vooruitzicht. Hij sloeg het aanbod af en trad in bij de Franciscanen. Tijdens de gevangenneming en de ontberingen in Gorcum was hij een toonbeeld van rust voor zijn medegevangenen.
Antoon van Weert
Geboren waarschijnlijk in 1523. Een welsprekend predikant, blijmoedig van geest, hard voor zichzelf, mild voor anderen en stipt in het onderhouden van de regels van zijn orde.
Antonius van Hoornaar
Bij zijn marteldood zal hij 40 à 45 jaar oud zijn geweest. Hij trad in bij de Franciscanen en werd na zijn priesterwijding aangesteld als volksprediker.
Franciscus de Roye van Brussel
Geboren rond 1549. Hoewel hij zijn studie nog niet had voltooid, werd hij op 22-jarige leeftijd priester gewijd. In 1570 kwam hij naar het klooster in Gorcum.
Petrus van Assche, broeder
Geboren rond 1530. Hij trad in bij de Franciscanen. In Gorcum was hij de econoom van het klooster.
Cornelis van Wijck, broeder
Hij zal bij zijn dood tussen de 18 en 24 jaar oud zijn geweest en was de hulp van Petrus van Assche.
Augustijn
Johannes Lenaerts van Oisterwijk
Vermoedelijk in 1504 geboren. Econoom van het klooster van de reguliere kanunniken in Den Briel. Later rector van het Augustinessenklooster in Gorcum.
Dominicaan
Jan van Keulen
Trad in bij de dominicanen in Keulen en werd pastoor in Hoornaar, een klein dorpje ten noorden van Gorcum. Na de gevangenneming van de geestelijken in Gorcum kwam hij naar de stad en diende er de sacramenten toe. Hij werd
aangehouden en bij de andere gevangenen gevoegd. Hij zal ongeveer 50 jaar oud zijn geweest.
Norbertijnen
Adriaan van Hilvarenbeek
Geboren rond 1528. Hij trad in bij de norbertijnen van Middelburg. Rond 1560 pastoor in Aagtekerk in Zeeland.
Rond april 1572 pastoor in Monster. In de nacht van 6 op 7 juli worden hij, de kapelaan en diens inwonende oude vader gevangengenomen door rondstropende Geuzen en naar Brielle vervoerd.
Jacob Lacops
Geboren rond 1541. In 1561 legde hij zijn kloostergeloften af. In 1566 ging hij over naar de reformatie, werd predikant, maar keerde na enige maanden terug naar het klooster. Rond 1571 werd hij kapelaan in Monster.
Wereldheren
Leonardus van Veghel
Geboren in 1527. Studeerde in Leuven met Nicolaas Pieck, Nicasius van Heeze en Nicolaas Janssen van Poppel. Werd pastoor in Gorcum op 29-jarige leeftijd. Een man met een oprecht karakter, geleerde en welbespraakt. In het jaar vóór zijn dood, toen godsdienstige spanningen in Gorcum toenamen, wees hij een pastoraat in Gouda van de hand.
Nicolaas Janssen van Poppel
Geboren in 1532. Leonardus van Veghel riep hem in 1558 als kapelaan naar Gorcum. Hij was een devoot, nauwgezet en ijverig priester. Hij overwoog toe te treden in de Jezuïetenorde, maar onder andere Leonardus van Veghel overtuigde hem ervan dat zijn taak in Gorcum lag.
Govaert van Duynen
Geboren in 1502. Studeerde in Parijs en werd daar studiebegeleider van een groep theologiestudenten. HIJ koos na lang aarzelen voor het priesterschap. Hij achtte zich er onwaardig voor. Eerst pastoor in Frans-Vlaanderen, maar keerde na een mentale inzinking terug naar zijn geboortestad. Sprak de anderen bij de terechtstelling met grote helderheid van geest moed in.
Andries Wouters
Waarschijnlijk geboren in 1542. Pastoor te Heinenoord (een dorpje op Oud-Beijerland). Werd bij een strooptocht van de Geuzen langs de Maas aangehouden en naar Den Briel gebracht.





