Het is net zes uur geweest als ik op zondagmiddag mijn huis weer betreed. In de tuin bloeien de roze steenanjers en ik ben gelijk weer terug in Dalfsen en omgeving. Het beeld van het Vechtdal, waar Dalfsen ligt, is een Vechtanjer, ook zo’n klein roze bloemetje.


Om half 12 was ik vrijdagmiddag met de fiets op de trein in Dalfsen gearriveerd. Mijn overnachtingsadres had de intrigerende naam Klooster van Dalfsen. Nu ken ik deze omgeving toch als behoorlijk protestants, dus hoe zit dat?

Ik sta voor het vierkante hoge huis, uit 1927, blijkens de eerste steen. Een spitsboog om de ingangsdeur, rechts spitsboogramen met glas-in-lood, sobere bruine baksteen, rode dakpannen en twee hoge schoorstenen. Binnen hoor ik van de gastheer dat het geen klooster was, maar een zusterhuis. Dit straatje was in de jaren 1920-1930 het katholieke kwartier van Dalfsen. Naast het huis stond de school waar de zusters lesgaven en daarnaast de neogotische katholieke kerk. Meneer pastoor had de katholieke bevolking van Dalfsen wel wat groter voorgesteld aan de bisschop, om er voor te zorgen dat er katholiek onderwijs gegeven kon worden.

De school is er niet meer, de kerk is afgebroken en herbouwd aan de andere kant van de straat. Het huis ademt nog helemaal de katholieke sfeer die hoorde bij de nonnen die hier woonden. Er hangt een soutane, een rozenkrans, er staan diverse heiligenbeelden. De granieten vloeren en trap voeren me naar boven. In de slaapzaal van de zusters is nu een keuken en verblijfsruimte en in de kapel, met de glas-in-loodramen, mag ik mijn ontbijt gebruiken. De oude sacristie is ingericht om te bidden en er zit een luikje naar de biechtstoel.

Nog een verdieping hoger mag ik slapen, in kamer Zuster Regina. Het was de kamer waar moeder overste sliep. Alle kamers zijn naar zusters genoemd en de namen zijn voorgedragen door Dalfsenaren.


Ik ga nog even voort in het katholieke thema en drink bij de Vechtbrug iets bij ‘De zeven deugden’. Ik moet het wel even opzoeken, hoor. Maar hier zijn ze: * Prudentia (voorzichtigheid, verstandigheid, wijsheid) * Iustitia (rechtvaardigheid, rechtschapenheid) * Temperantia (gematigdheid, zelfbeheersing) * Fortitudo (moed, sterkte, vasthoudendheid, standvastigheid. Dit zijn de kardinale deugden, die teruggaan op de Griekse filosofen.
Vanuit de Bijbel, 1 Korinthe 3, zijn nog toegevoegd * Fides (geloof) * Spes (hoop) * Caritas (naastenliefde, liefdadigheid).

Bij het afrekenen schiet ik in de lach om de citaten boven de toog. Die hebben niets met die deugden te maken, wat ik wel verwacht had, maar met smaak.

Zalig zijn zij, die smaak hebben, ook al is het een slechte smaak.

Friedrich Nietsche


Ik loop even de Grote Kerk binnen en zie dat achterin de helft van het kleed Draden van Ons Nederlandse Slavernijverleden editie Overijssel hangt. Natuurlijk moet ik dat even van dichterbij bekijken. Ik herken de Lebuïnustoren van Deventer, ik zie mannen met hoeden met een blauwe hand (verwijzing naar Zwolle), een verbroken keten. Het is een enorm kleurrijk kleed, met blauw in de hoofdrol. Weer zo’n kleed om lang bij stil te staan. Helaas gaat de kerk bijna dicht, dus stap ik op de fiets.


Ik heb om drie uur een afspraak en daarvoor wil ik nog een route fietsen. In dit gebied lopen diverse oost-westroutes, De N757, de spoorlijn, de N340, de N758 en de N377. Langs al deze verbindingen heb ik ontelbare malen gereisd, vooral de N758 en de N340, dagelijks naar school. Dan denk je dat je het gebied goed kent. Mis!

Vandaag fiets ik een route van zuid naar noord en terug, dus dwars op die andere wegen. En er gaat een wereld voor me open. En wat is Nederland mooi!

Dalfsen is een dorp dat nooit stadsrechten heeft gekregen en dat houdt verband met de heren die op kasteel Rechteren verbleven. De omgeving werd al 3000 jaar geleden bewoond. Ook zijn er sporen uit de tijd van de Merovingers gevonden (5e-8e eeuw nChr), maar de naam komt pas voor het eerst voor in 1231.


Ik fiets langs het buurtschap Welsum door een essenlandschap, met bochtige wegen, bomen en bosschages, oude boerderijen en glooiende landerijen. Bij Oudleusen duik ik met een tunnel onder de grote weg door en sta voor de kerk van Oudleusen. Het is een kerk uit 1950, want de oude kerk is in de Tweede Wereldoorlog kapotgeschoten.
Het dorp zelf stamt uit de 13e eeuw en Leusen betekent waarschijnlijk lo-essen, hout-essen.


Als ik het dorpje uitrij, verandert het landschap abrupt in een ontginningslandschap. Veel leger, rechte wegen, weinig bomen. Vanuit Leusen, zoals het toen nog heette, werden in de 17e eeuw de hoogveenmoerassen die hier lagen, ontgonnen. Hiervoor was de Luessener Compagnie opgericht door verveners uit Zwolle en Kampen.
Over de lange rechte wegen koets ik op Nieuwleusen aan, het dorp dat vanuit Leusen werd gesticht. En ook al is het in de 17e eeuw gesticht, het dorp doet erg nieuw aan.
Bij de Grote Kerk sta ik even stil. Het is een Waterstaatskerk uit de 19e eeuw, nu het oudste gebouw van het dorp, gebouwd ter vervanging van de oudere kerk.


Tussen Nieuwleusen Zuid en Nieuwleusen Noord sla ik rechtsaf. Ik ga nu proberen op tijd bij mijn afspraak te komen. Ik schamp langs het buurtschap Vinkenbuurt. Over wegen en fietspaden tussen de weilanden door kom ik op de Balkerweg, bij het dorp Witharen. Aan het begin van het dorpje staat het tolhuis uit 1865, waar tol werd geheven op de diligence-route tussen Ommen en Balkbrug.

Ik keer terug naar het oude landschap met bossen en glooiingen. Na mijn afspraak fiets ik rond half 10 terug naar Dalfsen, langs de oevers van de Vecht. Als ik bij Dalfsen omkijk, zie ik dat in kasteel Rechteren licht brandt. Een sprookjesachtig gezicht.


Na een prachtige feestdag, zat ik op zondagochtend in de voormalige kapel van de nonnen aan het ontbijt. Alle spullen verzamelen, fles water en dan stap ik weer op de fiets. De klokken van de Grote Kerk luiden en ik stap daar af om ter kerke te gaan. De organist weet goed raad met het Holtgräve-orgel en het is heerlijk zingen tijdens de dienst.
Net voor ik vertrek loop ik nog even naar de zuidoosthoek van de kerk. Tijdens de dienst werd mijn oog getrokken door de gebeeldhouwde wand achter de preekstoel. Het blijkt de Van Rechterenkapel te zijn, waar diverse bewoners van het kasteel zijn begraven.


Na de kerkdienst vertrek ik naar Deventer. Dat is de bedoeling, tenminste. Ik heb een knooppuntenroute uitgezet en ook die brengt me langs wegen die ik niet ken. En ook vandaag werkt het weer mee. Wind in de rug, behoorlijk wat zon, soms wat fris.
Maar dan gaat mijn zadel wiebelen. Het lijkt wel los te zitten. Langs het Overijsselsch Kanaal komen me twee racefietsers tegemoet en ik vraag of ze me kunnen helpen. En ja, ze hebben inbussleutels bij zich. Met wat gemier en gedoe, staat mijn zadel uiteindelijk vast, niet helemaal goed, maar vast. Dan kan ik Deventer toch halen.

En ik stijg weer op! Via Laag-Zuthem kom ik bij de Soestwetering, een al in de 12e of 13e eeuw gegraven afwatering die al bij de Holterberg begint. Het landschap verveelt geen moment. Met een smalle brug steek ik de wetering over en kom dan op een fietspad tussen de weilanden. Ik zie een molen en een torentje. Dat moet Windesheim zijn.


Als ik de grote weg oversteek sta ik voor de kerk van Windesheim, gevestigd in de voormalige 15e eeuwse brouwerij van klooster Windesheim. Dit klooster was het moederklooster van de Congregatie van Windesheim. Vanuit dit klooster werden in heel Noordwest-Europa kloosters gesticht in de traditie van de Moderne Devotie.
Net buiten het dorp zie ik de toegangspoorten tot Huis Windesheim. De havezathe uit 1600 was in 1744 grotendeels vervangen door een nieuw huis, maar dat overleefde de Tweede Wereldoorlog niet.


Via het kleine dorpje Herxen kom ik bij de IJssel uit, maar de dijk is niet toegankelijk. Dus maar de omleidingsroute volgen. Bij Wijhe steek ik over naar de westkant van de rivier. En ik heb even ernstige twijfels aan mezelf. Boven de dijk hangen insecten die zich door de wind laten meevoeren. Ik blijf ze van mijn armen, benen, kleding en gezicht wegen. Ze doen niets, maar het is ontzettend vervelend.

Voorbij Veessen ligt een overloopgebied voor hoog water. Een grote ‘droge’ brug leidt het autoverkeer, ik mag het fietspad door de geul volgen. Aan de kant zie ik een paar merkwaardige palen staan. Een letter en een paar cijfers, een blokje er op.
Het blijken monumentjes te zijn. Vier in totaal. Op de plekken waar ze staan, stonden vier kazematten uit de mobilisatietijd 1939-1940. Ze waren in de loop der tijd vernield en grotendeels verdwenen in de grond. Bij het graven van de geul, kwamen ze te voorschijn, maar in zeer slechte conditie. Die palen brengen ze in herinnering.


Bij het veer op Olst pauzeer ik even. Ik twijfel of ik oversteek om van de insecten af te zijn, maar ach, deze kant van de IJssel is zo mooi…
Langs restanten van IJssellinie (ingebetonneerde Shermantanks langs de weg) en de dorpjes Welsum en Terwolde kom ik tenslotte bij het Worpplantsoen. De Lebuïnustoren staat recht er tegenover. Het veer komt net naar deze kant en even later rij ik de mooie stad Deventer door. Op naar het station.

het Klooster van Dalfsen
kleed Draden van Ons Nederlandse Slavernijverleden
Grote Kerk Dalfsen met rechtsonder de Van Rechteren-kapel
Landschap tussen Dalfsen en Nieuwleusen, met middenboven de kerk van Oudleusen
Landschap tussen Nieuwleusen en Witharen met middenboven Grote Kerk Nieuwleusen en rechtsonder het tolhuis van Witharen
Vanaf Dalfsen naar de IJssel, onder: voormalige brouwerij Klooster Windesheim, nu een kerk
Boven vlrn toegang Huis Windesheim en dijkmagazijn bij Wijhe
Onder vlnr: dijkweg bij Wijhe, op de pont bij Wijhe
Boven, op de veerpont bij Deventer, de Lebuïnustoren, het Melkleen
Onder vlrn: ingebetonneerde Shermantank, herinneringspaal kazemat, landhuis aan de IJssel

Plaats een reactie