Ik loop de kerk uit en zie dat het druppelt. Ik loop naar mijn fiets en stijg op. Op de Maasdijk blijkt het toch even wat meer te regenen dan ik dacht (en hoopte). Onkeren dan maar. Nog even een foto van de kerktoren, dan de poncho over mijn hoofd gooien en op naar het station. De trein naar Arnhem pak ik, de eerste die binnenkomt. Veel kilometers heb ik nog niet gemaakt, maar ik heb er al een lange dag opzitten.

Om 7 uur ging de wekker en op 8 uur stapte ik op mijn fiets. Op naar Brabant. Ik was de eerste en enige klant op de eerste vaart van de pont naar Wamel. Het is een werkelijk prachtige ochtend. Stil, koel, licht bewolkt. De zon achter de wolken tovert mooie lichtbanen, het geurt heerlijk naar alle bloeiende planten, struiken en bomen.

In de Land van Maas en Waal fiets ik van Wamel naar de Nieuwe Schans. Over de Parkenstraat (geen park te zien, maar de betekenis is die van grens of omheining, vgl perk) en de Zijvond (een verbastering van Zijwende) kom ik bij de Nieuwe Schans op de Maasdijk. Op naar de veerpont naar Oijen.

Helaas is de Maasdijk deels afgesloten en zo peddel ik door de polder op Macharen aan, mijn eerste stop van vandaag. Ik ga nl. mee op orgelexcursie in dit deel van Brabant.


In Macharen staat een verhoudingsgewijs grote neogotische kerk, de Sint-Petrus’ Bandenkerk. Die naam komt uit het bijbelverhaal van de gevangenneming van Petrus, in Handelingen 12. Hij was in de boeien ofwel in banden gesloten. De middeleeuwse kerk was nog in 1830 gerestaureerd, maar toch wilde de pastoor een nieuwe moderne kerk. De oude toren bleef staan en er werd een eenbeukige kerk met koor tegenaan gebouwd. Ik stap binnen en ben verrast. De kerk is van binnen veel kleiner dan-ie van buiten lijkt.

Na de koffie is het tijd voor het orgel. Op het orgelbalkon staat bijna tuitelig een hoog klein orgel. Het zijn eigenlijk twee orgels ineen gepast. In de onderkast staan delen van het orgel dat Matthijs van Deventer in 1736  voor de oude kerk bouwde. Er bovenop staat het nieuwe orgel van Smits uit 1864-1866. Smith heeft het werk van Van Deventer gerespecteerd door het te incorporeren in zijn nieuwe orgel. Er is geen manuaalkoppel en daarom kan organist Henk Kooiker beide orgels laten horen.

Hij heeft gekozen voor negen werkjes, van soms onbekende componisten, waarvan alleen de eerste en de laatste wat langer duren. De rest duurt soms maar een minuut, heb ik het idee, maar daardoor krijgen we een goede indruk van wat dit orgel kan.


Het is door half één heen, als ik snel op de fiets stap. Om half één werden we geacht in Berghem te zijn. Ik sjees naar Oss en dankzij het heerlijke weer trap ik de zeven kilometer in 20 minuten weg.

Berghem (van berg = hoge plek en haim = woonplaats) is een groot dorp in de gemeente Oss. In het hart staan een paar mooie oude boerderijen. Achter de imposante kerk ligt de kerktuin, waar ik clandestien doorfiets. En ik ben net op tijd.

Deze Sint-Willibrorduskerk uit 1900-1903 is gebouwd in de toen al weer ouderwetse neogotische stijl van zijn voorganger. De neogotische kerk uit 1858 werd in 1895 door brand verwoest. Daarvoor stond er een middeleeuwse kerk, waarvan alleen de toren uit 1475 is overgebleven. De nieuwe kerk is aan die toren vastgebouwd.

Na de bouw van de nieuwe kerk was er geen geld meer voor een orgel en het koor werd daarom begeleid met een harmonium. In 1952 is alsnog een orgel gekocht, maar dat is in 1993 vervangen door dit roodkoperen moderne orgel. Gebouwd door Van Vulpen voor de inmiddels gesloten Carmelkerk in Amstelveen. Een neobarok orgel uit 1965 maar bij de intonatie in Berghem is het orgel (gelukkig, vind ik) wat van zijn scherpte verloren.

Leon van den Brand kruipt achter de klavieren en speelt drie prachtige stukken. Van Buxtehude zijn prelude, fuga en chaconne in C (heerlijke muziek), van Bach de partita sopra Sei Gegrüßet, Jesu gütig (een mooie verkenning van dit orgel) en we eindigen met de Litanies van Jehan Alain, een heftig stuk dat een muzikaal smeekgebed verbeeldt.


Buiten vallen er spatjes en ik maak dat ik wegkom, op naar Ravenstein. Ca 9 km fietsen en ik heb de spurt er goed in en het blijft droog op de spatjes na. Met een goed half uurtje sta ik voor onze volgende bestemming: de Garnizoenskerk. Deze kerk is in 1641 gebouwd als een gotische zaalkerk, een stijl die toen al heel ouderwets was. Het werd niet gebouwd voor het garnizoen, maar omdat veel garnizoensoldaten gereformeerd waren. Het was de derde protestantse kerk van Brabant.

Het interieur is heel eenvoudig, een kansel uit 1644 met een lessenaar uit 1652, een Tiengebodenbord uit 1648 (cadeau van de Staatse gouverneur Johan baron van Meride, tevens commandant van Ravenstein), crèmekleurige banken, rieten stoelen.

Rechts van de ingang staat op een klein balkon het orgeltje. Een Heyneman orgel van voor 1781. Toen werd het gekocht door de kerk, maar was al klaar. Het lijkt een huis- of kabinetorgel, zo klein is het.

We luisteren naar Anneke Mols (orgel) en Richard Nieuwenhuizen (viool) die drie werken van Bach spelen: Jesu bleibet meine Freude, Erbarm dich mein, o Herre Gott en Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit. Henk Kooiker speelt een partita van Pachelhel over Ach was soll ich Sünder machen en van Sperh een Toccata Secunda. Het orgel is niet geëlectrificeerd en de organist mag zelf de balgen trappen.


Het straatje door staan we voor de Sint-Lucia. Van buiten best streng, vierkant en van baksteen. Van binnen barok en barokkerken zijn zeldzaam in Nederland. De kerk is nu een lokatie voor bezinning en zingeving en beschikt over een bar. Eerst wat drinken en we zakken neer in de comfortabele stoelen en banken.

Deze kerk is in 1735 gebouwd met de opbrengst uit een speciale loterij. Boven de ingang het wapen van de toenmalige heer van Ravenstein, Karl Philip von Sulzbach. De altaarruimte is nog barok, de koepel qua vorm wel, qua uitstraling totaal niet. Een eeuw geleden zijn daar in houtskool tekeningen aangebracht met bijbelse motieven, in de Jugendstil. Toen werd gedacht dat dit een nieuwe rage zou worden, maar niets was minder waar. Gevolg: het kerkgebouw is een monument inclusief orgel en altaar, maar de koepeltekeningen zijn een monument in een monument.

Het orgel is in de basis waarschijnlijk van de hand van Van Deventer en opgeleverd in 1738. Door Smits hersteld en gewijzigd in 1834 en uitgebreid in 1866. De wijzigingen van 1909 en 1925 zijn in 1979 ongedaan gemaakt.

Leon van den Brand speelt een prachtig slotconcert. BWV547 prelude van Bach, Bergamasca van Frescobaldi. Weer Bach. Zijn pastorale in vier delen waar ik dus niets van heb gehoord heb. Ik zit op de altaatreden en val gewoon in slaap. Komt door het ritme.

Ik ben weer klaarwakker bij Mendelssohn. Diens tweede orgelsonate. Van Vierne de prelude uit 24 pieces en style libre en van De Klerk zijn Laudes Organi. Uitsmijter is Sortie van Léfébure-Wely.

Helaas, de regen gooit roet in het eten en daarom zit ik even later in de trein. Lekker droog en warm.

Boven op de pont naar Wamel, midden en onder: het Land van Maas en Waal
Boven op de pont over de Maas, overige foto’s: de Sint-Petrus’ Bandenkerk in Macharen
Interieur Sint-Petrus’ Bandenkerk, Macharen
Sint-Willibrorduskerk, Berghem
Sint-Willibrorduskerk, Berghem
Garnizoenskerk, Ravenstein
Garnizoenskerk, Ravenstein
Sint-Lucia, Ravenstein
Sint-Lucia, Ravenstein
Sint-Lucia, Ravenstein, koepel met tekeningen in houtskool

2 reacties op “Vier”

  1. Arjen L.H. Stolk Avatar

    Beste Fietser, dat was mooi te lezen om jouw orgelfietstocht door mijn geboorteplaats en directe omgeving. Dat ik ook orgel-geïnteresseerd ben, maakt het nog veel mooier. Vroeger lid geweest van de Orgelkring F.C. Smits, amateurorganist in de Hervormde kerk in Ravenstein (ca. 1973-1980), en nu Noorwegens enige professionele harmonium-restaurator, op weg naar pensionering.

    Harmonische groeten, Arjen

    Like

    1. Spirit Avatar

      Wat een leuke reactie. Dank!

      Like

Geef een reactie op Spirit Reactie annuleren