Het is een werkelijk adembenemende avond, als ik op mijn snelle fiets naar Neerijnen fiets. De appelbomen bloeien volop, de slootswallen zijn geel van het koolzaad, de lucht is helder en de zon schijnt nog volop. Ik ben onderweg naar het Stroomhuis in Neerijnen, een voormalig 50kV onderstation van de PGEM, dat nu in gebruik is als restaurant en kunst- en natuurcentrum. En vanavond ben ik hier voor een lezing over Jac.P. Thijsse.
Die van de Verkade-albums, dat klopt. Volgens biograaf Dik van der Meulen, behoor je tot een bepaalde generatie als je de naam Thijsse nog kent.
Dik van der Meulen is biograaf van o.a. Koning Willem III en hij besloot ca tien jaar geleden Thijsse onder de loep te nemen, maar er was al een biografie over hem geschreven. Op zich is dat niet problematisch. Er zijn genoeg mensen waarover meerdere biografiën geschreven zijn, maar het is altijd handig om dan een nieuwe invalshoek te nemen. En die nam Dik door niet alleen naar Thijsse zelf te kijken maar ook naar het landschap waarin Thijsse rondwandelde en hoe dat er vandaag uitziet.
Wie was Thijsse?
Jacobus Pieter (roepnaam Ko) werd in 1865 in Maastricht geboren als derde zoon in het gezin van sergeant-schrijver Jacobus Thijsse en zijn vrouw Catharina Johanna Priester. Omdat zijn vader in het leger zat, verhuisde het gezin nogal eens en was het vrij toevallig waar de vier kinderen geboren werden. Oudste zoon Willem werd in Den Bosch geboren, tweede zoon Johannes in Vlissingen, en Ko en jongste zoon Carel Maastricht.
Het gezin verhuisde naar Grave toen Ko drie jaar was en daar, in Grave, begon zijn liefde voor de natuur, toen hij de kwartelkoning hoorde.
Nadat vader het leger verliet, belandde de familie in Woerden waar Ko naar school ging. Hij spijbelde daar van school om lange wandelingen in de omgeving te maken. HIj had een heerlijk leventje daar, maar de familie verhuisde weer, nu naar Amsterdam.
Hij ging naar de kweekschool om onderwijzer te worden en daar kreeg hij o.a. les van Coenraad Kerbert in het vak natuurlijke historie. De buitenschoolse activitetiten stimuleerden Ko’s natuurliefde die, naar later bleek, zijn leven lang zou blijven bestaan.
Hij werd onderwijzer in Amsterdam, eerst als derde onderwijzer, later als tweede ondewijzer en in 1888 kreeg hij een aanstelling aan de kweekschool in Amsterdam.
Eind 1889 werd hij benoemd tot Hoofd van de Franse School in Den Burg op Texel. Hij had ook andere keuze’s (o.a. in Sint-Petersburg Rusland), maar koos voor het eiland.
Hij trouwde met Helena Bosch, maar zij kon op Texel niet aarden en daarom vertrokken ze in 1892 al weer. Thijsse zou Texel nooit meer vergeten.
Hij raakte bevriend met Eli Heimans, toen al een schrijver van enig aanzien over de natuur. Zij gingen samen schrijven over de natuur. In 1894 het eerste deel van hun serie Van vlinders, bloemen en vogels. Toen het tijdschrift De Levende Natuur (in 1896 en het bestaat nog steeds). Hun Geïllustreerde flora van Nederland werd in 1899 uitgegeven en nog in 1994 werd deze herdrukt. Bijzonder hieraan waren de illustraties, die door henzelf werden gemaakt.
In 1900 moest Thijsse na een zware longziekte verder leven met één long en daarom verhuisde hij naar Bloemendaal. Hij forensde naar Amsterdam voor zijn baan in Amsterdam. In 1921 werd hij leraar natuurlijke historie aan het Kennemer Lyceum, waarvoor hij met zijn kweekschooldiploma niet gekwalificeerd was.
Gelukkig kreeg hij een ere-doctoraat op basis van één van zijn vele boeken en daarmee kon hij blijven lesgeven. Hij werd ook nog leraar aan een andere school.
In 1930 ging hij met pensioen en een half jaar op reis naar Indonesië waar hun jongste zoon woonde. In 1938 overleed zijn vrouw.
In de oorlog schreef hij zichzelf in als lid van het Persgilde, als onderdeel van de Kulturkammer. Het is zijn biograaf niet helemaal duidelijk waarom, want Thijsse was niet Duits-gezind of anti-semitisch. De meest waarschijnlijke verklaring is dat in Nazi-Duitsland al een natuurbeschermingswet was aangenomen en in Nederland was het wetsontwerp uit de jaren 1920 nog steeds dat, een ontwerp.
Natuurbescherming
En dat is gelijk het bruggetje naar 1904, het jaar waarin de gemeente Amsterdam bedacht het Naardermeer te kopen om dat vervolgens vol te plempen met huisvuil. Dat nooit! zeiden Heijmans en Thijsse. Zij organiseerden breed verzet en konden rekenen op de hulp van de NNV, nu de KNNV, de Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, waarvan Thijsse bestuurslid was.
Heijmans en Thijsse schreven columns voor dag- en weekbladen en gebruikten die ook om daarmee steun te vergaren.
In 1905 werd de Vereeniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland opgericht, toen een vereniging om fondsen te werven bij de rijke(re) elite om hiermee het Naardermeer aan te kopen en het zo te behoeden voor vernietiging.
De naam Natuurmonumenten is geïnspireerd door een citaat van Frederik Willem van Eeden, vader van schrijver Frederik. Frederik Willem heeft het Beekbergerwoud nog bezocht voor dit laatste oerbos van Nederland ten prooi viel aan de ontginning in 1871. Hij verzuchtte “Dit bosch had als monument van de voormalige natuur van ons land niet minder waarde dan oude gebouwen voor de geschiedenis der vaderlandsche kunst.”
Natuurmonumenten is inmiddels een ledenvereniging waarvan iedere Nederlander lid kan worden met zo’n 968.000 leden.
Verkade-albums
De gebroeders Verkade gingen in 1903, in navolging van de Keulse chocoladefabrikant Stollwerck, plaatjes bij hun producten voegen. Deze konden worden verzameld en in speciale albums worden geplakt.
De eerste drie gingen over sprookjes, met plaatjes uit Duitsland. Dit werd een succes, en daarop besloten de broers om andere albums te gaan uitgeven, over diverse natuuraspecten en het Nederlandse landschap.
Hiervoor benaderden ze Thijsse en hij schijnt gezegd te hebben “Ze hebben me voor de reclame gevraagd!”
Hij wilde eerst niet meewerken, maar werd overgehaald door de penningmeester van Natuurmonumenten. Thijsse zou deze manier natuurbescherming bij een groot publiek over het voetlicht kunnen brengen en daarmee juist veel goed werk kunnen doen.
Zo gezegd, zo gedaan. Er verschenen tussen 1903 tot en met 1940 30 Verkade-albums. Het totaal aantal albums ligt rond de 3.2 miljoen met ca 30 miljoen losse plaatjes. Thijsse heeft 20 van deze albums mogen schrijven.
Er werden kunstenaars gevraagd voor de plaatjes, waarbij Verkade eerst bij familie aanklopte. Schilder Jan Voerman sr. was een zwager van één van de broer, maar die schoof dit verzoek door naar zoon Jan jr.
Maar als je de tekeningen bekijkt die Thijsse zelf maakt, is het bijna jammer volgens de biograaf, dat de broers Verkade niet ook die hebben opgenomen. Aan de andere kant, als je ziet hoeveel werk Thijsse heeft verzet in zijn lange leven… Als hij dat er ook nog bij hadden moeten doen!







