Wie bedenkt zo’n prachtige alliterende titel? Het is ook gelijk heel prikkelend. Want wat heeft dit (behalve vrijheid) met Friesland te maken? Het Fries Museum in Leeuwarden legt dit uit in een bijzondere tentoonstelling.

Tota Frisia: hiermee werd in de 13e eeuw het gebied tussen Zuiderzee en Wezer aangeduid: het huidige Friesland, Groningen en het Duitse Ost-Friesland.

Er ligt een prachtige oorkonde in een vitrine. 14e eeuws, sierlijke letters, een groot zegel. Een herbevestiging van een decreet van Keizer Karel de Grote uit de 9e eeuw als dank voor de hulp van de Friezen bij de verovering van Rome.

Nu, dat document is echt 14e eeuws, maar of dat decreet uit de 9e eeuw ooit is afgekondigd door de grote Karel…? We zullen het nooit weten.

Feit is wel dat Friezen zelfbestuur hadden. Geen graaf, hertog of andere gezagsdragers zegden de Friezen de wacht aan. Tekenen van die vrijheid waren bij de mannen een half kaal geschoren hoofd en bij de vrouwen sieraden. Heel opvallend is dat deze sieraden van generatie op generatie werden doorgegeven.

Net zo fanatiek als ze vrijheid lief hadden, bevochten ze elkaar in vetes, een gevolg van die vrijheid. Conflicten werden door de familie zelf opgepakt, er was immers geen hogere bestuurslaag, met als gevolg dat zo’n conflict jaren kon aanslepen tot genoegdoening was bekomen.

En ook net zo fanatiek werd het christelijk geloof ingelijfd en omarmd. Kloosters en kerken werden overal gesticht. En omdat er geen landsheer was, bouwden dorpelingen in veel gevallen hun eigen stenen kerkjes.

En weer net zo fanatiek werd na de Reformatie alles wat Rooms-katholiek was bij het grof vuil gezet. De kloosters vervielen aan de Staten van Friesland en hun lot was afbraak en sloop, getuige de laatste zaal met een vitrine vol bouwfragmenten.

In de tentoonstelling zie je fragmenten van dat eens zo rijke verleden. Een schoen, een linnen altaarkleed, kandelaars, een kloosterdeur, een luidklok uit de 13e eeuw, beelden en beeldjes, sieraden. En verrassend veel muntschatten, verborgen in onzekere tijden, nooit meer opgegraven door de eigenaars.

Schedels met gevechtssporen, primitieve helmen, de kletsie (een polsstok die ook als speer diende), stenen voor een blijde (er staat een nieuw gebouwde blijde in het museum) brengen het geweldadige verleden in herinnering.

In 1345 vond de Slag bij Stavoren of de Slag bij Warns plaats. Willem IV, graaf van Holland, wilde de Friezen onderwerpen, maar dat ging niet zonder slag of stoot. De Friezen verweerden zich danig, maar tactische missers aan Hollandse kant speelden de Friezen in de kaart. Willem kwam om, en met hem veel Hollandse edelen, waaronder drie heren van Montfoort. De vierde raakte zwaargewond.

Het oudste schilderij van Nederland, uit 1380 (!), toont hen in aanbidding knielend voor Maria, terwijl hun beschermheilige Sint Joris achter ze staat.

Toen huurlingenlegers in zwang kwamen, konden de Friezen daar niet meer tegenop boksen. Zonder heer die ook een leger kon betalen, moest men zelf blijven vechten, maar dat bleek geen haalbare kaart. Laatste stuiptrekking hiervan was Grutte Pier, die bleef vechten voor een vrij Friesland.

Zijn zwaard wordt hier tentoongesteld. Maar net als met het stokje van Oldebarnevelt en de boekenkist van Hugo de Groot moet aan de authenticiteit getwijfeld worden.


Plaats een reactie