De weersvoorspelling was een voorjaarsdag in het zuiden van het land en dus nam ik de gok om vandaag de winterjas thuis te laten. In de trein zit ik lekker te lezen in The last Czar, bijpassende Russisch-Orthodoxe muziek in mijn oortjes. Ik heb een heerlijke dag in het vooruitzicht.

Dorp
Ik maak een extra lange reis via Utrecht naar Heeze en ik moet eerlijk bekennen: er zijn nog steeds delen van Nederland die ik niet ken en Heeze hoort daarbij.
Ik loop vanaf het station langs mooie huizen. Het lijkt me hier gerieflijk wonen.
Via de Sint Nicasiusstraat loop ik naar het centrum. Nicasius? Die naam zegt me wat. Het straatnaambordje biedt uitkomst. Er staat onder de naam ‘martelaar, Brielle 1572’. En dan weet ik het weer. Hij is één van de 19 martelaren van Gorinchem die door de watergeuzen onder leiding van Lumey van der Marck vanuit hun Gorkumse klooster naar Den Briel werden gevoerd om daar te worden vermoord.
In het centrum blijkt dat Heeze een typisch Brabants straatdorp is. Langs de hoofdweg liggen alle belangrijke voorzieningen in een langgerekt lint. De naam Heeze betekent ‘laag struikgewas’ en heeft zijn oorsprong in een Oergermaans woord dat ‘jong beukenbos’ of ‘kreupelhout’ betekent.

Kasteel
Een oud en verweerd bord wijst me de weg naar Kasteel Heeze. De voormalige boerderij aan het begin van de oprijlaan draagt roodwitte luiken, de kleuren van de vlag die boven het kasteel wappert.
Waar ik tegenaan kijk is het ‘nieuwe’ kasteel, uit 1665, ontworpen door Pieter Post, destijds één van de bekendste bouwmeesters. Zoals vrijwel elk kasteel heeft het vele eigenaars gekend, maar sinds 1760 is het in bezit van de familie Van Tuyll van Serooskerken, die het kasteel tot op de dag van vandaag bewoont.
Langs de slotgracht loop ik om het kasteel heen en dan zie ik het oude kasteel Eymerick liggen dat nog uit de middeleeuwen stamt. De naam zou afkomstig zijn van Hemelrijk, maar misschien ook van een eigennaam.

Riviertjes en beken
Vanaf het kasteel volg ik even de loop van de Sterkselse Aa, een klein riviertje ontstaan uit verschillende beken op de grens van Brabant en Limburg ten oosten van Maarheeze. Hier, bij het kasteel vloeien de Sterkselse Aa en de Grote Aa samen tot de Kleine Dommel. Deze beek stroomt vanaf hier richting Geldrop naar de grens tussen Nuenen en Eindhoven. Daar mondt de beek uit in de Grote Dommel. De Kleine Dommel stroomt door de Roerdalslenk. Deze slenk is een verzakkingsgebied tussen bundels parallel verlopende breuken in de tectonische aardplaten. In een ver, ver verleden stroomde de Rijn door deze slenk en nog weer later de Maas. Niet voor te stellen, dit.

Heide
Mijn gok om mijn winterjas thuis te laten pakt heel goed uit. Het is zelfs zo warm dat ik mijn vest maar uittrek om in trui en bodywarmer verder te lopen, de heide op. Aan de rand ga ik eerst maar even mijn brood opeten.
Ik loop dan verder over brede paden over de Strabrechtse Heide, genoemd naar het gehucht of buurtschap Strabrecht bij Heeze. Stra betekent ontginning aan de weg en brecht open plek in het bos. Dit heidegebied is ca 1500 hectare groot en grotendeels in beheer bij Staatsbosbeheer.
Het is hier heel open, her en der staan grillige vliegdennen, de zon schijnt uitbundig en er zijn veel fietsers en wandelaars op pad.

Kerk
Na een pauze bij het Heidecafé is het nog zo’n vijf kilometer naar Geldrop. Ik merk dat ik het dorp nader, want ik hoor het geluid van het verkeer op de A67 die dorp en heide scheidt.
In Geldrop loop ik echt aan de oever van de Kleine Dommel en dan ben ik bij het Weverijmuseum, mijn bestemming van vandaag. Maar… er is één grote maar. De kerk.
In de trein had ik het bijzondere silhouet al gezien: dubbele torens, een enorm hoge smalle koepel. Zou de kerk open zijn? En zo ja, dan sluit deze vast eerder dan het museum, gok ik. En ik zit goed. De kerk is open tot vier uur en het museum tot vijf.

Op deze lokatie werd in de 14e eeuw door de heer van Geldrop een gotische kerk gebouwd met een zware vierkante toren, toegewijd aan Maria en Sint Brigida. In 1512 steken Gelderse troepen de kerk in brand en in 1638 stort de toren in tijdens een zware storm, 80 slachtoffers makend. In 1648 wordt de kerk protestants. De katholieken kerken in een schuurkerk bij het kasteel.
In 1798 krijgen de katholieken de kerk terug, als gevolg van de Staatsregeling van 1798, maar de toren vertoont scheuren, de ramen zijn dichtgemetseld en de gewelven door vocht aangetast. Herstel vergt tijd en tot 1823 blijven de katholieken in de schuurkerk kerken.
Er worden plannen gemaakt voor een nieuwe kerk, alleen er is niet genoeg geld. Compromis: afbreken middenschip, de toren blijft staan. De toren stort, zo zonder steun, in bij een storm in 1887. De genie laat het restant springen met dynamiet.

Uiteindelijk wordt er een compleet nieuwe kerk gebouwd door Weber uit Roermond, die inspiratie opdeed bij de 14e eeuwse Romaanse Münsterkerk uit Roermond en zijn eerdere creatie uit Uden. Het wordt een neoromaanse kruiskerk met twee torens (ruim 70 meter hoog) en een achtzijdige koepel (binnenmaat 40 meter hoog), die strikt genomen de vieringtoren is.
Het is ook een echt Nederlandse kerk, nagenoeg geheel uit diverse soorten en kleuren baksteen opgebouwd, tot zelfs de biechthokjes aan toe.

Terzijde 1: Brigida van Kildare werd in 453 geboren in Faughart in Ierland en zij is de vrouwelijke patroonheilige van dat land. Al jong werd ze kluizenares en ging ze in een hol onder een eik wonen. Daar stichtte ze het klooster Kildare (kil / cill = cel, kerk; dare / dara = eik). Volgens de overlevering was ze ook bisschop, wat wordt bevestigd door het feit dat haar opvolgsters als hoofd van de abdij Kildare tot in de 12 eeuw de rang van bisschop hadden. Veel van de verhalen over haar zijn een kerstening van de verhalen over de Keltisch godin Brigit. Ze moet niet verward worden met de Zweedse heilige Sint-Brigitta.

Museum
Als ik het museum inloop, kijk ik vol verbazing naar rechts. Daar draait een enorm waterrad rustig rond, aangedreven door het water van de Kleine Dommel die hier onder de voormalige textielfabriek doorstroomt. Met deze watermolen wordt de volmolen of voldersmolen aangedreven, een bewerking van het wollen laken waardoor het vervilt.
In de weefhal staat een aantal oude en nieuwe(re) weefgetouwen opgesteld en sommigen worden door de aanwezige vrijwilligers aangezet. Prachtige stoffen liggen op de meeste getouwen.
In de gang naar de weefhal hangen tapijten van een Nederlandse kunstenares, geweven wanttapijten en twee getufte kleden. Zij stellen landschappen voor en het kost me echt geen moeite om dat te ontdekken. Ik zie een rivier, de heide.

Kleed
In een tussenzaal hangt het resultaat van het project Draden van ons Nederlandse slavernijverleden, editie Noord-Brabant. Vanaf 2021 wordt van provincie tot provincie gewerkt aan enorme kleden (35 meter bij 2.5 meter) die het provinciale slavernijverleden verbeelden. Hieraan mag iedereen die dat wil meewerken. Zelf werk ik momenteel mee aan het Gelderse kleed dat bijna voldooid is.

Het kleed is ontworpen door Victor Sonna, geboren in Kameroen, afgestudeerd aan de Design Academy Eindhoven en St. Joost School of Art & Design. Het is geen letterlijke weergave van het Noord-Brabantse slavernijverleden, als dat al ooit zou kunnen, maar je kunt interpreteren en ontdekken. Er is een folder beschikbaar en daarmee gewapend ga ik het kleed een paar keer langs.
Een kapokboom, de doop van Adam Matande in 1693 in Oirschot, dan een verwijzing naar het missieverleden van Noord-Brabant, een pijprokende man (verwijzing naar de tabaksindustrie), het logo van Philips (eerste verzender van berichten naar Nederlands Indië), de plattegrond van Bergen op Zoom (geen zeehaven, maar toch een verbindingshaven naar de wijdere wereld), de verbondenheid van het platteland met de steden en dus de koloniale macht, een slaverschip dat vergaat door de mond van een slaafgemaakte, het VOC logo dat een geest wordt.
Het is zoveel en daarom loop ik maar een paar keer een rondje om het op me in te laten werken. Ook kijk ik naar de diverse handwerktechnieken die gebruikt zijn.

Terzijde 2: Adam Matande bevond zich als slaafgemaakte in het gevolg van VOC-ambtenaar Samuel Elsevier. Nadat Elsevier carrière had gemaakt in de koloniën, vestigde hij zich in Oirschot. Officieel bestond er geen slavernij in wat we nu kennen als Nederland, dus Matanda werd een vrij man. Gedoopt worden was daarbij belangrijk. Een voormalig slaafgemaakte kreeg dan een nieuwe naam. De afhankelijkheidsrelatie bleef vaak echter bestaan.

Dorp
Het wordt tijd op huiswaarts te gaan. Langs de Kleine Dommel loop ik richting het centrum, gelegen rondom de hoogste plek aan de rivier: de Heuvel. Aan de straatlantaarns hangen klossen garen, verwijzing naar het textielverleden. Al eerder had ik onder de viaducten prachtige graffiti-schilderingen gezien hierover.
Sinds het eind van de 16e eeuw kende het dorp textiel- en vooral lakennijverheid en de textielindustrie bleef bestaan tot de tweede helft van de 20e eeuw. Tijdens carnavel heet Geldrop daarom heel toepasselijk ‘Lappegat‘.
De naam Geldrop betekent vermoedelijk: ‘Gelders dorp’ of wel Gelre Dorp. De r is in de loop der tijd van plaats gewisseld met de o, iets wat metathese van de r wordt genoemd, maar dat laat ik nu maar rusten. Op naar het station, waar de stationsklok gevat is in een paal in de vorm van een weversknoop.

Kasteel Heeze
Op naar de hei
Strabrechtse heide
Strabrechtse heide
Geldrop
Graffiti over de textielindustrie
Brigidakerk
Brigidakerk
Brigidakerk
Weverijmuseum
Kleed Draden van ons Nederlandse slavernijverleden
Kleed Draden van ons Nederlandse slavernijverleden
Boven weefgetouwen, onder links Brabants land, onder rechts Californië
Jaquard geweven kleden over de heide en het veen
Met de klok mee boven rechts: klok met weversknooppaal, de Nazerethschool, een vervallen huis, een Heilig Hartbeeld.

Plaats een reactie