Melkmarkt 4
Nog tot 1939 was dit een middeleeuws huis. Toen werd een grootscheepse verbouwing uitgevoerd. Wellicht dat in het pand nog 14e en 15e eeuwse balksporen aangetroffen kunnen worden, maar niets herinnert meer aan de tijd dat schoenmaker Gheert I ter Borch en zijn vrouw Anna van den Mynnesten hier in 1483 kwamen wonen.
Grote Markt 11
Het meest opvallende is de grote zonnewijzer boven de dakgoot, Verder is het pand compleet gemoderniseerd. Dat het ooit De Golden Steerne heette in de tijd dat Gheert II ter Borch en zijn vrouw Maria van Benthem hier woonden, is niet meer te zien. Zijn beroep is niet bekend, maar hij was kerkmeester van de Onze Lieve Vrouwe Kerk. Dat is een leek die instaat voor het financieel beheer van de kerk en ook de cijnzen en vorderingen van de parochie int. Een belangrijk man dus. Het pand was in de familie tot 1595.
Sassenstraat 21
In 1603 koopt Harmen ter Borch, zoon van Gheert II, dit pand en hij gaat er wonen met zijn vrouw Catharina van Colen. Harmen is lincentmeester, een functie die het midden houdt tussen een belasting- en een douaneambtenaar. In 1634 komt het pand in het bezit van zijn zoon Gerard ter Borch de Oude.
Koestraat 26
Een mooi 19e eeuws pand, maar hier stond het huis dat in 1617 eigendom was van Anneke ter Borch, dochter van Harmen. Zij was getrouwd met Berent Voet, rentmeester van Windesheim. In de 17e eeuw woonde tantezegster Anna ter Borch hier samen met haar man Isaac de Hochpied. Later kwam ook halfzus Gesina bij haar inwonen.
Het Drostenhuis
Rond 1550 gebouwd door Engelbert van Ensse. Hij werd in 1557 door Filips II benoemd tot Drost van Drenthe, maar hij ging niet in Coevorden wonen, zoals gebruikelijk was, maar bleef hier, in Zwolle. In 1682 wordt het huis gekocht door brouwer Jan van der Werff en zijn vrouw Catharina ter Borch, halfzus van Gerard de Jonge.
Kamperstraat 23
Hier stond een groot huis, met maar liefst acht haarden. Volgens het vuurstedenregister -vanaf 1598 hieven de Staten van Overijssel belasting op vuursteden of stookplaatsen- was Gerard ter Borch de Oude de eigenaar tussen 1628 en 1632.

En nu zijn we bij ons verhaal van vandaag. Het is een sombere grijze dag. In de trein naar Zwolle zie ik nog sneeuwresten liggen. Het miezert en regent en het is koud. Maar binnen is het warm. En druk. Het is het laatste weekend van deze tentoonstelling en ik bezoek deze net op het nippertje.

Onderweg vanaf het station liep ik door de Terborchstraat en aan de stadsgracht zag ik de betegelde ‘wolk’ die op het neaclassicistische Paleis van Justitie troont. Ook de gouden dakduif piepte zo nu en dan te voorschijn. Daar ben ik nu: Museum de Fundatie, voor de tentoonstelling ‘Thuis bij Ter Borch – Kunstenaarsfamilie in Zwolle‘.

Gezin
De tentoonstelling concentreert zich niet alleen op de beroemdste telg, Gerard ter Borch de Jonge, maar laat ook werk zien van zijn vader Gerard ter Borch de Oude, diens achterneef Jan, maar ook Anna, Mozes, Harmen en Gesina.
De kinderen Ter Borch groeiden op met een kunstzinnige vader. HIj mocht dan wel belastingambtenaar zijn, maar hij had maar liefst acht jaar (van 1604 tot 1612) in Rome gewoond waar hij topografische schetsen maakte, vooral van antieke ruïnes, en tekeningen van het Romeinse straatbeeld. In 1618 gaf hij zijn loopbaan als kunstenaar op en werd ambtenaar.
Maar kunstenaar bleef hij toch.

En zijn kinderen heeft hij daarin gestimuleerd. Hij gaf hun tekenopdrachtjes, liet hen voorbeelden natekenen, bewaarde die tekeningen, schreef erop wie het gemaakt had en of het naar een voorbeeld of naar model was. ‘Naet leyven’ staat er dan bij. Naar het leven. Hij moet trots geweest zijn op zijn kinderen.

Dochter Anna, dochter uit het tweede huwelijk van Gerard de Oude, was goed in kaligrafie. Van haar is er één werkje te zien, net als van achterneef Jan trouwens.

Zoons Harmen en Mozes, de jongste zoons uit het derde huwelijk van Gerard de Oude, hebben een geheel eigen metier als kunstenaar. Harmen tekende echt de mooiste tafereeltjes van de gewone man en vrouw in de straat. Mozes lijkt Rembrandt na te volgen, met een grote hoeveelheid zelfportretjes. Hij werkte veel met krijt, soms rood op crème, vaak ook met grijs en wit op blauw karton. Ook zijn er prachtige schilderijtjes van hem.

Zoon Gerard de Jonge is de oudste zoon uit het eerste huwelijk van Gerard de Oude. Hij wordt bekend als schilder van kleine en galante genrestukken, maar hij schilderde ook portretten. Hij stond bekend als iemand die satijn op een onnavolgbare manier kon vastleggen en inderdaad, je kunt de satijnen rokken op de schilderijen bijna horen ruisen en kraken, zo echt. Gerard ging in 1633 naar Amsterdam en in 1634 naar Haarlem om in de leer te gaan bij Pieter de Molijn. In 1635 werd hij lid van het Haarlemse Sint Lucasgilde, het schildersgilde. In 1635 ging hij op bezoek bij Robert van Voerst. Robert was de broer van Geesken van Voerst, zijn vaders tweede vrouw. Deze was graveur en via hem maakte Gerard kennis met de Engelse hofstijl en met de portretten van Antoon van Dyck. Hij reisde ook naar Italië en mogelijk ook Spanje, Frankrijk en de Zuidelijke Nederlanden.
Vanaf 1640 is hij weer in Holland en werkt in Amsterdam en Haarlem.
In 1646 gaat hij met de machtige Amsterdamse burgemeester en diplomaat Adriaen Pauw mee naar Münster. Hij schildert daar één van zijn beroemdste stukken: De bezwering van de vrede van Münster, 15 mei 1648. Hij beeldt ook zichzelf af op dit tafereel.

Vanaf 1654 woont hij in Deventer met zijn vrouw Gertruijdt Mattijsem en maakt hij portretten en voorstellingen uit het dagelijks leven voor de gegoede burgerij.
In 1681 sterft hij in Deventer, maar wordt op zijn verzoek begraven in de Grote of Sint-Michaëlskerk van Zwolle.

Zijn mooiste werk volgens mij? Een soldaat op zijn paard op de rug gezien. Vermoeid en terneergeslagen op weg naar…, ja, naar wat? Waarom? Weet ik niet, maar het raakt me.

Gesina is de oudste dochter uit het derde huwelijk van Gerard de Oude. Na het overlijden van haar vader in 1662 bewaart zij nauwgezet alle materiaal dat haar vader had verzameld van zijn kinderen. Maar ook zij is een kunstenaar en nog wel in het razend moeilijke acquareleren. Haar werk heeft ze in albums ingebonden en is daarom minder toegankelijk, maar toch hangen er twee zalen vol met haar werk.
Zij had een geheel eigen stijl, dromerig, pastoraal, maar ook soms griezelig met wandelende skeletten in liefdestafereeltjes. Het is bijna surreëel te noemen.

In de tentoonstelling ligt ook haar poëziealbum en dat is door haarzelf volgeschreven met liederen, voorzien van kleine acquarellen langs de rand. Het is echt prachtig.

Familie
Dat de familie hecht was, komt op diverse manieren tot uiting. Het was een groot samengesteld gezin, met kinderen uit drie huwelijken en toch hadden ze een goede band met elkaar. Zie de prachtige tekeningetjes die Harmen maakt van de kleine Mozes. Of de portretten die Gerard de Jonge maakt van zijn zusje Gesina en haar moeder.

Het meest ontroerend vind ik de beide portretten van hun jongste broer Mozes. Mozes tekende en schetste niet alleen mensen en situaties, maar ook militaire zaken. Bijna 20 jaar is hij, als hij aanmonstert bij de Nederlandse vloot. Hij diende op schepen van de Nederlandse vloot tijdens de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog. Op 2 juli 1667 raakte hij ernstig gewond tijdens de slag bij Landguard Fort, waarbij hij in hoofd en hart werd geraakt. Tien dagen later bezweek hij en hij werd begraven op een heuvel in Harwich.

Zijn naaste familieleden waren diep getroffen door dit grote verlies. Gesina en Gerard de Jonge maakten samen, in de jaren 1667-1669, een herdenkingsportret. Gerard schilderde het portret, Gesina de achtergrond en de voorwerpen. Mozes is hier als 20-jarige afgebeeld.

Nog indringender is het fantasieportret dat Gesina schilderde van Mozes als tweejarige. Hij is omringd met speelgoed dat refereert als zijn leven als soldaat.

Wandeling
Tijd om de stad in te gaan.
Via een interactieve stadswandeling kom ik langs alle panden waarvan bekend is dat de familie Ter Borch die heeft bezeten of er heeft gewoond. Langs de plekken waar ze kerkten, gedoopt zijn en begraven zijn of die ze tekenden. De familie was diep geworteld in deze stad en het is dan ook tekenend dat Gerard de Jonge in Zwolle begraven wenste te worden.
Ik loop nog even de Grote of Sint-Michaëlskerk (tegenwoordig Academiehuis) in, maar zijn graf is zo gauw niet te vinden.
Wel veel moderne kunstuitingen rondom Gesina ter Borch.

Als ik buitensta, regent het weer. Tijd om naar huis te gaan.


Plaats een reactie