Wegens werkzaamheden rijden er bussen tussen Zwolle en Amersfoort maar vanuit Groningen kan ik via Arnhem terug naar Tiel en dat is drie uur reizen. Toch is dat korter dan via Deventer, Amersfoort en Utrecht. Het is half tien als ik eindelijk vanaf het station naar huis loop. Het was een prachtige dag en een waardige afsluiting van het Schnitgerfestival. En zeker deze laatste dag zat vol mooie muziek!
Arp Schnitger
Arp Schnitger werd op 2 juli 1648 geboren in Schmalenfleth in Duitsland op 28 juli 1719 begraven in Neuenfelde, ook Duitsland. Hij wordt wel de Stradivarius onder de orgelbouwers genoemd. Hij bouwde 170 orgels, samen met zijn medewerkers verspreid over drie ateliers (Magdeburg, Bremen en Groningen), waarvan 110 helemaal nieuw. Daarvan zijn er nog ruim dertig over waarvan er 11 in Noord-Nederland (vooral Groningen) staan en de rest in Noord-Duitsland.
Arp was zelf een goede orgelbouwer, maar hij was er ook in geslaagd de beste orgelbouwers van zijn tijd om zich heen te verzamelen. Zo bouwden zijn meesterknechten Radeker en Garrels het orgel in Uithuizen zonder dat hij er zelf ook maar aan te pas kwam. Ook zijn zoons werden orgelbouwer.
In de stad Groningen staan Schnitger-orgels in de Martinikerk (niet door hem gebouwd maar door hem uitgebreid en aangepast), in de Pelstergasthuiskerk, in de Akerk en in de Lutherse Kerk (een reconstructie uit 2017). De andere orgels staan in het Ommeland en één in Zwolle. Vandaar het Schnitgerfestival in de stad Groningen.
Cantate
Het is erg koud als ik naar het centrum wandel. Om tien uur begint de cantatedienst in de Martinikerk en als ik door de Ebbingestraat loop zie ik d’Olle Grieze al staan, zoals de Martinitoren door de Groningers wordt genoemd, de oude grijze. Hij doet vanmorgen zijn naam eer aan. Het is bewolkt en dan lijkt de toren nog grijzer dan anders. Als de klok en het carillon kwart over negen slaan loop ik naar de kerk. Ik hoor dat er nog geoefend wordt voor de dienst. Prachtig om te horen.
Het is nog rustig, maar ik wil verzekerd zijn van een mooie plek en dat lukt me ook nog. Ik zit middenachter, laatste rij, met goed zicht op koor en orkest en redelijk vlakbij het ‘groene monster’, de bijnaam van het grote groen-gouden orgel aan de torenwand. Het is één van de grootste Noord-Europese barokorgels. Ik had de klank vrijdagavond al kunnen beluisteren, maar nu mag ik het ook meemaken als begeleiding van de gemeentezang, het doel waarvoor het ooit gebouwd werd.
Sietze de Vries begint met een improvisatie over het thema van vandaag: Een vaste burcht is onze God’, het Lutherlied. Toepasselijk, want over een goeie tien dagen is het hervormingsdag. Het is heerlijk zingen bij dit orgel. Uiteraard Psalm 46, de psalm waarop het Lutherlied is gebaseerd. De Bijbellezingen (Spreuken 18-10 en Mattheus 7:24-8:1) sluiten hier ook op aan. En dan volgt de cantate ‘Ein’ feste burg ist unser Gott’ van Bach. De cantate bestaat uit acht onderdelen en tussen vier en vijf spreekt de predikant zijn overdenking uit.
Na de zegen wordt het eerste koraal van de cantate nogmaals uitgevoerd. Heel bijzonder is dat het grote orgel een rol speelt, dus niet alleen het continuo orgeltje van het consort. Ik heb zoiets nog nooit gehoord. Ik zit vlakbij het orgel en de donkere pedaaltonen voel ik meer dan dat ik ze hoor. En die uitkomende stemmen…!
Ik vraag later aan Sietze welke registers hij gebruikte en dat bleek inderdaad de dulciaan op het pedaal te zijn met een subbas, maar ook een schalmei op het hoofdwerk. Dat geluid…!
Concert
Ik heb even tijd voor het orgelconcert en eet snel wat bij de Kosterij, het restaurantje in de voormalige kosterswoning van de Martinikerk. Ik heb zo mooi zicht op de Grote Markt.
Tegen één uur ben ik bij de Pelstergasthuiskerk, een zeer oude romano-gotische zaalkerk. Uit 1267. Dat is bijna niet meer zien. Van binnen is het een 19e eeuwse kerk met wit stukwerk en grijzige ornamenten. Maar de golvende zuidmuur verraadt de ouderdom.
Zo wit als de kerk is, zo zwart is het orgel. En goud! Het orgel is uitbundig versierd met gouden lofwerk en muziekinstrumenten.
De kerk kreeg in 1627 een nieuw orgel, dat in 1693 een nieuw rugwerk kreeg van Schnitger. Schnitger verving in 1712 het hele hoofdwerk. Hinz verbouwde het orgel in 1773-1774. Latere aanpassingen en verbouwingen zijn in 1989-1991 ongedaan gemaakt.
Vier orgelstudenten van het Prins Claus Conservatorium brengen ons een mooi programma van Renaissance en barokmuziek. Van Sweelinck en Scheideman tot Buxtehude en Bach. Bijna dansend verlaat ik de kerk, met de tonen van BWV 577 nog in mijn hoofd.
Vespers
Ik kijk op mijn horloge en zie dat het al tien over twee is. Dat wordt opschieten want in de Martinikerk begint om drie uur het concert van de Mariavespers van Monteverdi. Ik loop de Grote Markt en kan aansluiten in de lange rij bezoekers. Tegen de tijd dat de deuren opengaan is de rij verdubbeld.
Het is even zoeken naar een goede plek, maar ik denk dat ik een daaldersplekje had. De Martinikerk heeft aan de noordwand gestapelde houten banken en ik zit in de onderste bank. Vrij hoog, met zicht op koor, orkest, solisten en dirigent. Gelukkig was ik op tijd. De kerk zit nl. werkelijk afgeladen vol.
Ik kijk naar de muziekinstrumenten van het orkest en zie dat het kistorgeltje ontbreekt. En ja, hoor! Het grote groene monster dient als basso continuo bij de vespers. Want zo luid als het kan klinken bij gemeentezang, zo zacht maar toch ondersteunend klinkt het hier bij de vespers, officieel Vespro della beate Vergine.
Binnen het koor is een kleine groep mannen die de schola vormen. Zij nemen de Gregoriaanse antifonen voor hun rekening. het koor zingt de psalmen (110, 113, 122, 127 en 147). De zes solisten nemen de motetten voor hun rekening, soms vanaf het orgelbalkon of van achter uit de kerk, bij het echomotet.
Na de pauze horen we twee delen uit het orgelwerk Magnificat Primi Modi Melchior Schmit waarna koor en orkest de resterende delen van de vespers uitvoeren: de sonata sopra Sancta Maria, de hymne Ave maris stella en het Magnificat.
Is er zoiets als teveel mooie muziek?




